
In dit nummer
De dames van de Klederdrachtgroep sieren dit nummer van de Ratel, vrouwen die met traditionele witte hoofdbedekking op het Museumplein poseren met de auteur van het boek. Het is een foto die in het nieuwe boek van Jimmy Nelson staat, Between the Sea and the Sky, waarin twintig gemeenschappen geportretteerd werden. Katharina Grosser beschrijft in het hoofdartikel hoe het boek tot stand kwam en hoe de Klederdrachtgroep van de Historische Kring Huizen bij dit project betrokken raakte.
Het aantal actieve vrijwilligers bij de HKH is zorgelijk, alles wat de vereniging doet is geheel afhankelijk van onbetaalde inzet. Het bestuur stelt zich de vraag hoe we kunnen groeien en zichtbaarder kunnen worden om meer mensen in aanraking te brengen met de rijke geschiedenis van Huizen. Katharina Grosser helpt het bestuur als strategie-adviseur bij het zoeken naar een antwoord op deze vraag. In dit nummer vindt u haar eerste bijdrage over het beleidsplan. In het volgende nummer (maart 2023) leest u het tweede artikel waarin zij schrijft over de nieuwe koers.
Als u aan het einde van de Gooilandweg over de rotonde rijdt met de replica van de PHOHI-zenders en u een blik op het terrein van de voormalige kalkzandsteenfabriek durft te werpen, dan ziet u de groen-gele bussen van Connexxion en de rood-witte bussen van TransDev. Het terrein is nu in gebruik als busremise. Over de bijna 100 jaar historie van de kalkzandsteenfabriek en hoe die het landschap in zijn omgeving gevormd heeft schrijft Sarah Remmerts een mooi artikel.
Het landschap in Huizen veranderde in de eerste helft van de vorige eeuw door de zandafgravingen, vanaf de jaren 60 veranderde Huizen in industrieel en cultureel opzicht. Dick Kos beschrijft de verschillende kanten van de roerige jaren 60 in Huizen, wat beslist veel meer inhield dan de opening van het zwembad op zondag – wat ons misschien als eerste te binnen schiet over die tijd.
Vanzelfsprekend trakteren we u ook weer op het Huizer dialect en op foto’s hoe het vroeger was in het dorp. Namens de redactie wensen wij u fijne feestdagen en een goede jaarwisseling toe.
Frits Egmond
Colofon
HISTORISCHE KRING HUIZEN
Op onze website vindt u alle (actuele) informatie over onze vereniging: www.historischekringhuizen.nl
Postadres : Schaepmanlaan 4, 1272 GJ Huizen
Telefoon : 035 - 694 75 98
E-mail : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
• Bestuur
Ewoud Doyer (voorzitter), telefoon: 035 - 695 10 17
Rienko Verboon (penningmeester)
Pernelle Kriek-Kruijmer (secretaris)
Klaas Schipper
• Redactie
Frits Egmond (hoofdredacteur)
Rob de Slegte
Wendy van Noppen (correcties/advies)
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
• Archief
Achterbaan 82 (Het Huizer Museum), 1272 TZ Huizen Geopend op maandag van 09.15 -14.00 uur, m.u.v. de eerste maandag van de maand.
• LedenadministratieRienko Verboon Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
RATEL
De Ratel is een uitgave van de Historische Kring Huizen, en verschijnt vier keer per jaar in de maanden maart, juni, september en december. De inhoud valt onder verantwoordelijkheid van de redactie, afgezien van de bestuursmededelingen.
Het lidmaatschap bedraagt per jaar minimaal € 17,50 per persoon of € 20,- per gezin of voor een organisatie. Voor leden in het buitenland geldt een toeslag. Het lidmaatschap gaat in per 1 januari. De reeds verschenen nummers van de Ratel van de lopende jaargang worden toegezonden. Het lidmaatschap wordt automatisch verlengd, tenzij voor 1 december schriftelijk bericht van opzegging is ontvangen bij het secretariaat.
IBAN: NL50 RABO 0329 9603 69, t.n.v. Historische Kring Huizen
Losse nummers (€ 5,-) van de Ratel zijn verkrijgbaar bij de museumwinkel van Het Huizer Museum, boekhandel De Echo of bij de secretaris.
Overname van artikelen uitsluitend na schriftelijke toestemming van de redactie.
Drukwerk : Drukkerij J. Bout & Zn. te Huizen
Jaarindex : F. Schraverus ISSN 1571-0130
© 2022 HKH
KOPIJ voor de volgende Ratel graag uiterlijk 3 februari 2023 insturen naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
De Ratel Gaet
Een aantal van u zal afgelopen maanden gemerkt hebben dat ik t.g.v. ziekte goeddeels buitenspel heb gestaan bij de HKH-activiteiten. Nu ik weer wat op knap merk ik dat mijn kracht om weer volop mee te doen tegen valt en dat het mij onvoldoende lukt om zowel de privé- als HKH-besognes goed in te vullen. En dat bovenop de noodzaak om de HKH een nieuw beleid te laten uitvoeren, waar een voorzitter een belangrijke rol in zou moeten hebben.
Ik heb daarom moeten besluiten om vooraf aan het uitdragen van een nieuw beleid, terug te stappen als voorzitter van de HKH. Wel zal ik nog een paar maanden beschikbaar zijn voor het zittende bestuur met desgevraagd vrijblijvend advies en hulp. Ik heb dit besluit aan de kernvrijwilligers en op de ledenavond van 24 november al mondeling aangekondigd. Op de ledenavond in maart hoop ik formeel afscheid te nemen als bestuurder van de HKH.
Gelukkig is het (concept) nieuwe beleid inmiddels, zoals in de vorige Ratel genoemd, in harmonieuze vorm binnen het HKH-bestuur tot stand gekomen mede door het strategische advieswerk van Katharina Grosser (zie pag 17 e.v.) en loopt de overlegfase met onze actieve vrijwilligers al. Ik wens de HKH het allerbeste toe in dit proces. Ik ben verheugd dat Katharina zich bereid heeft verklaard om de komende maanden als interim voorzitter op te willen treden. Hopelijk vinden we snel daarna een definitieve voorzitter.
Terugkijkend op het afgelopen kwartaal was de monumentendag op 10 september een succesvolle poging om die (Huizer) monumentendag weer nieuw leven in te blazen. Wij organiseerden een fietstocht met uitleg langs 5 kerken en een rondleiding op de Oude Begraafplaats door ons aller Jan Veerman. Een mooie opmaat om hoplelijk volgend jaar meer te doen en betere bekendheid te realiseren.
Daarna de ledenavond op 22 september die goed bezocht en inhoudelijk mooi divers en boeiend was. Zowel een SD-inval tijdens een dramatisch weekend in 1943 als vrolijkere dialectmomenten vulden de avond in een goed bevallend nieuw onderkomen bij muziekvereniging Prinses Irene.
In het najaar organiseerden wij vier vol bezochte rondleidingen/lezingen voor ruim 60 personen in Melkerij Hofstede Oud Bussem met vele enthousiaste reacties en een aantal nieuwe leden als gevolg. Volgend jaar weer op het programma, mede dank zij de welwillende en informatieve houding van Muziekuitgever Strengholt als eigenaar van de Hofstede.
In diverse shoots traden 13 leden van onze klederdracht groep op voor foto’s in een prachtig boek en tentoonstelling van Jimmy Nelson (zie pag 4 e.v.). Op 10 december is voor het boek een signee-/koopsessie in het Huizer Museum waar ook onze klederdrachtgroep opnieuw zal pronken. Ook trad de Klederdrachtgroep op in een verzorgingshuis in Hilversum
Eind oktober en begin november hebben wij met verbazing de gemeentelijke discussie mogen aanzien t.a.v. de begrotingsbesluiten o.a. aangaande het Huizer Museum, de Theaterroute en de Oude Begraafplaats en daarmee indirect met ons. De insteek van deze discussies doen ons realiseren dat steun krijgen van de gemeente Huizen voor onze activiteiten uitermate complex is en zal blijven.
De ledenavond van 24 november met als thema de historie van muziekvereniging Prinses Irene met boeiende verhalen, afbeeldingen en vol prachtige livemuziek was een succes en goed bezocht. Zo ook een mooi Huizer tafereel in de foyeretalage van het postkantoor rond de feestdagen.
En er ligt weer een mooie Ratel op de mat met veel boeiende informatie. Ik wens u mede namens het bestuur veel warmte en gezelligheid in de laatste maand van 2022!
Ewoud Doyer
Voorzitter Historische Kring Huizen
De Ratel - december 2022
Huizer klederdracht op het wereldtoneel
Katharina Grosser
H
uizer klederdracht op het wereldtoneel
Hoe komt een Britse fotograaf, die wereldberoemd werd met zijn
prachtige portretten van inheemse volkeren in onder andere Europa, Azië, Afrika, Zuid-Amerika en Australazië, terecht in Huizen? Het antwoord is Corona. Ineens was het voor Jimmy Nelson (1967) niet meer mogelijk om de hele wereld over te reizen op zoek naar nieuwe stammen, nieuwe culturen en nieuwe ervaringen. Hij maakte van de nood een deugd door te kijken wat er in Nederland, waar hij sinds de jaren 90 woont, aan schoonheid te vinden was.
Jimmy Nelson en Huizen
Het resultaat werd het boek Between the Sea and the Sky waarin twintig gemeenschappen geportretteerd werden, die hij tijdens zijn doorkruising van Nederland heeft ontmoet in hun traditionele dracht, van het Zeeuwse Axel tot het Friese Hindeloopen. Ook de Huizer klederdracht wordt hierin vastgelegd. Het is Nelsons meest persoonlijke boek tot nu toe: een ode aan de cultuur van zijn geadopteerde thuisland.
In eerste instantie was Jimmy Nelson helemaal niet zo enthousiast over de Huizer klederdracht vertelt Willy Piejest, die samen met de klederdrachtgroep Huizen presentaties in het hele land verzorgt. Tijdens een verkennend gesprek ruim twee jaar geleden werd namelijk duidelijk dat de fotograaf een voorkeur heeft voor kleurrijke dracht en de Huizer klederdracht met zijn donkere kostuum is alles behalve dat. Maar al snel bleek dat hij gefascineerd raakte door de bijzondere helderwitte kap. Er is namelijk geen andere Nederlandse dracht met een hoge isabee (kap).
Het resultaat is werkelijk prachtig. Olaf Tempelman vatte het in zijn reportage in de Volkskrant van 18 september zeer treffend samen: ‘Vrouwen die met traditionele witte hoofdbedekking in een schitterend avondlicht door een veld bij Huizen lopen, ogen bijna als een impressionistisch schilderij van 150 jaar terug.’ Met ‘veld’ bedoelde hij de paarse Tafelberg hei waar de fotograaf op 3 september met zes vrouwen van de klederdracht groep de foto’s voor zijn boek heeft genomen. Een hele bijzondere ervaring vertelt Sandra Scholtz, archivaris van de Historische Kring Huizen en deelnemer van de Huizer Klederdrachtgroep ‘Hij heeft echt op het juiste momenten gewacht, met het juiste licht en de ondergaande zon. De foto’s werden met een analoge camera genomen. Heel fascinerend om mee te maken hoe professioneel hij alles aanpakt en waar hij allemaal op let.’
Jimmy Nelson en Sandra Scholtz met het boek Between the Sea and the Sky
Huizer klederdracht op het wereldtoneel
Klederdrachtgroep Huizen
Voor de klederdrachtgroep Huizen was dit project een unieke kans om de klederdracht door een sterfotograaf vast te laten leggen. Het fotoboek is een kroon op het werk dat de ruim tien deelnemers jaar in jaar uit verzetten om dit stukje cultuurhistorisch erfgoed levendig te houden. Dat doen ze door presentaties te verzorgen tijdens landelijke klederdracht-evenementen in onder andere Nunspeet, Spakenburg, Enkhuizen, Katwijk en Urk. Daarnaast komt de klederdrachtgroep ook geregeld in verzorgingshuizen in Huizen om de bewoners te vermaken met verhalen van vroeger.
De oorsprong van de Huizer klederdracht gaat terug tot de 19e eeuw. Anders dan de volksdrachten uit bijvoorbeeld Staphorst, Spakenburg, Marken enz. was de Huizer dracht een modedracht, geïnspireerd op de mode zoals die rond 1830 in Nederland gebruikelijk was. In het algemeen bestaat zulke kleding uit een lange, wijde rok met onderrokken, een jak dat versierd is met plooien, kantjes, knoopjes en bandjes en soms een schort. Het dragen van dracht was een manier om je te onderscheiden van andere gemeenschappen. Door de lokale dracht te dragen wist iedereen gelijk waar je vandaan kwam.
Fascinerend detail is het feit dat de Huizer klederdracht vroeger bloemrijk en veel fleuriger was. Ook in Bussum, Blaricum en Laren werd kleurrijke klederdracht gedragen. Aan het eind van de 19e eeuw werd de Huizer klederdracht zeer waarschijnlijk onder invloed van de protestantse kerk donker en soberder. Dat fenomeen is trouwens ook herkenbaar in kerken. Terwijl Protestantse, en met name Reformatorische kerken, vrijwel geen versieringen hebben is in Katholieke kerken over het algemeen meer pracht en praal te vinden.
Vroeger droeg vrijwel iedereen Huizer klederdracht. Dat gebruik nam steeds meer af als gevolg van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Na de eerste Wereldoorlog kozen opgroeiende meisjes ervoor om ‘buitenkleren’ te dragen. De mannelijke bevolking in Huizen stapte rond de jaren 30 geheel over op burgerkleding. Zij hadden door hun beroepen (kaas- en visventen) meer contact met de buitenwereld en onder invloed van andere levensbeschouwingen verdween de behoefte om Huizer dracht te dragen.
Na de oorlog verdween ook de vrouwendracht steeds meer uit het straatbeeld. Het was een dure en tijdrovende aangelegenheid om de juiste stoffen en kant aan te schaffen en de dracht te onderhouden. Bovendien raakte de samenleving steeds meer in de ban van een hele andere mode: permanent en minirokken. Last but not least was dracht niet zo praktisch om bijvoorbeeld te fietsen of auto te rijden. Anno 1985 waren er nog ongeveer 100 vrouwen die dagelijks in dracht gekleed gingen. De laatste Huizers in klederdracht waren Eef Horst (in oktober 2006 overleden op 104-jarige leeftijd) en Zwaantje Schaap (in november 2012 overleden op 93 jarige leeftijd).
Beeld uit het boek Homage to Humanity. Vaioa river, Atuona, Hiva Oa, Marquesas, Frans Polynesië, BEELD JIMMY NELSON
De Ratel - december 2022
Steenfabriek Huizen graaft geschiedenis
Sarah Remmerts
S
Eeuwenlang leefden de Huizers van landbouw, veeteelt, visserij en huisindustrie (spinnen en weven). De aanleg van de haven in 1854 luidde een ongekende bloeiperiode in voor het dorp. Tijdens het haringseizoen visten mannen op zee en werkte de rest van het gezin in de bokkingrokerijen die langs de haven lagen. Maar met teruglopende opbrengsten en de afsluiting van de Zuiderzee in zicht, kwam er begin twintigste eeuw een einde aan deze situatie. Vissers verlieten massaal de visserij, op zoek naar een stabielere bron van inkomsten. Ze gingen in de bouw of werden kaasventer. De rokerijen aan de haven kwamen leeg te staan en werden voor een habbekrats aan nieuwe bedrijven verkocht. De werkplaatsen die zich hier vestigden, begonnen vaak klein. Ze profiteerden van een gunstig vestigingsklimaat, ingesteld door het gemeentebestuur, en van het grote aantal goedkope, ongeschoolde arbeidskrachten dat ineens beschikbaar was. Sommige van deze fabrieken, waaronder visconservenfabriek Mayonna, Potterie De Driehoek en vloerzeilfabriek Balatum (later Balamundi), konden zo uitgroeien tot grote werkgevers binnen het dorp. Naast de haven ontstond Kalkzandsteen in de maak. Collectie bedrijfsarchief Xella.
teenfabriek Huizen graaft geschiedenis
Kalkzandsteenfabriek Rijsbergen is sinds 1925 een begrip in het Gooi. Tot voor kort werd hier kalkzandsteen geproduceerd voor de bouw van woningen, eerst met zand uit de Groeve Oostermeent en later uit het Gooimeer. Nu de fabriek definitief de deuren gesloten heeft, wordt het hoog tijd voor een terugblik op dit stukje industrieel verleden van Huizen.
Steenfabriek Huizen graaft geschiedenis
Luchtfoto van kalkzandsteenfabriek Rijsbergen. Collectie bedrijfsarchief Xella.
Inmiddels zijn de wanden iets ingezakt en begroeid, omdat de groeve samen met de aangrenzende meentgronden wordt beheerd als natuurgebied door het Goois Natuurreservaat. Blikvanger is de 400 meter lange ‘afgrond’ van de groeve, die op sommige plekken wel drie meter hoog is. In de laagten welt grondwater van de Warandeberg op, waardoor er een nat klimaat is ontstaan. Hierdoor groeit er een bijzondere mix van natte heide met andere vegetatie, waaronder klokjesgentianen, wolfsklauw, zonnedauw en snavelbies.
Een niet minder bijzondere bewoner van de Groeve Oostermeent is de oeverzwaluw. Het kleine, bruine vogeltje nestelt graag in de steile wanden van rivieroevers en afgravingen. In de Groeve Oostermeent broedt al sinds de jaren zeventig een kolonie in een paar oeverwanden. Jaarlijks keren de vogels terug uit Afrika, om hier nieuwe gangen te graven en daarin nestjes te maken. Tegenwoordig is de oeverzwaluw een bedreigde diersoort, daarom wordt het vogeltje door de gemeente en het Goois Natuurreservaat goed beschermd.
Sarah Remmerts de Vries (auteur) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna was zij onder meer werkzaam als conservator bij het Amsterdam Museum. Tegenwoordig werkt zij als redacteur voor het verhalenplatform Oneindig Noord-Holland.
Bedrijfswagen van kalkzandsteenfabriek Rijsbergen. Collectie bedrijfsarchief Xella.
Bronnen:
- Sarah Remmerts de Vries, Canon van Huizen (Huizen 2019).
- Kos, Anton en Karel Loeff, Boeren, vissers en bouwers (Huizen 2002).
- Koopman, Sander, ‘De Gooise zandafgravingen’, presentatie voor de Volksuniversiteit NaardenBussum (13-11-2018).
- Larisa Landré, ‘Uit de raadsvergadering: Kalkzandsteenfabriek vertrekt definitief en afvaldrama wordt opgelost’, Nieuwsblad voor Huizen (21-12-2021). - Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht, Groeve Oostermeent en Rijsbergen.
- Goois Natuurreservaat, Groeve Oostermeent.
Met dank aan Rob de Boer van Xella kalkzandsteenfabriek Rijsbergen voor het toesturen van de historische foto’s uit het bedrijfsarchief. Het bedrijfsarchief van Xella is recentelijk overgedragen aan het Huizer Museum.
Kalkzandsteen in de maak.
Collectie bedrijfsarchief Xella.
Over klokken en hun klepels - deel 3
Ruud Hehenkamp
O
ver klokken en hun klepels
of: de vroegste kerkgeschiedenis van Huizen
In de vorige afleveringen hebben we vastgesteld dat ten tijde van de 9e eeuw de oudste, eerste en enige kerk van het Gooi (‘Naruthi’) in Oud-Naarden stond. Halverwege de 14e eeuw werd Oud-Naarden onbewoonbaar en verhuisde het naar de huidige plek, het Naarden van nu. Als gevolg hiervan kon het gehucht ‘Husen’ eind 14e eeuw uitgroeien tot een dorp, dat tegelijkertijd een zelfstandige parochie werd met een eigen kerkgebouw, los van het nieuwe Naarden. In 1409 werd deze zelfstandigheid beklonken met een klok in de toren. Maar hoe kunnen we begrijpen dat die eerste Huizer kerk aan Sint Thomas gewijd zou zijn?
De Thomas-naamgeving
Notaris Perk begon over een Thomas-naamgeverschap. Was het Lustigh die hem de naam ‘Sint Thomas’ heeft aangereikt? Het blijft onduidelijk waar Perk zijn bewering vandaan had. In de vroege middeleeuwen werden kerken gewoonlijk genoemd naar de plaatsnaam waar ze stonden. De oudste kerk van het Gooi te Oud-Naarden wordt rond het jaar 900 ‘kirica an Naruthi’ (‘kerk te Naarden’) genoemd, zonder verdere toevoeging. De toewijding van vele Gooise kerken aan de heilige Vitus werd pas gebruikelijk nadat deze regio in 968 in het bezit kwam van de abdissen van Elten, die een bijzondere verering voor deze Siciliaanse martelaar koesterden. Het waren meestal altaren die naar heiligen werden genoemd, niet kerkgebouwen. Juist in altaren werden begeerde relieken van heiligen bewaard. Het visitatieverslag van 1569 somt alle altaren van de kerk te Naarden op; geen enkel ervan wordt een Thomas-altaar genoemd. Zou er elders in de regio een kerk geweest zijn met een Thomas-altaar? Of zelfs een Thomas-kerk? Zelfs het grondige boek van A. Numan over alle Noord-Hollandse kerken en kapellen in de Middeleeuwen ca 720-1200 noemt in zijn kerknamen geen St. Thomas. Niet één keer! Maar er zijn wel twee andere aanwijzingen. De eerste leidt ons naar het Domplein te Utrecht en de andere naar de hooggelegen Willibrorduskerk te Nederhorst den Berg.
Een Thomaskerkje in Utrecht?
Er woedt al vele jaren een ingewikkelde discussie over de vraag of er ooit in de 7e eeuw op het Domplein een Thomaskerkje zou hebben gestaan. De Franken waren
Tekening (Broer/De Bruin, 2005) van het Domplein te Utrecht. (a) de Domtoren, (b) huidige omvang Domkerk en (A) is het tempeltje van het Romeinse castellum.
toen ruwweg de baas ten zuiden van de Rijn, de Friezen in het westen en noorden. De (katholieke) Franken en de (heidense) Friezen streden met elkaar om de macht in deze streken. Dagobert I, koning der Franken, zou omstreeks het jaar 630 in een Romeins tempeltje te Utrecht een christelijk kerkje hebben gesticht. Dat tempeltje stond op het terrein van het Romeinse fort (‘castellum’) dat nu ónder het huidige Domplein ligt. Resten van dat tempeltje bevinden zich onder de Z.O.-zijkant van het verwaaide (midden)schip van de Domkerk.
Vertaling: ‘Ten tijde van de koning der Franken Dagobert (1e regel,
3e woord: ‘Dagoberti’) werd op deze grond hier bij de burcht Traiectum (= Utrecht) een nette kerk gebouwd gewijd aan (3e regel, 4e woord: ‘thome’) Sint Thomas …’
De Friezen hebben rond 650, toen zij weer aan de macht waren, dat Dagobert-kerkje met het tempeltje verwoest. Over die plek heen en vlak ernaast zijn later diverse kerken gebouwd, vooral de Domkerk in zijn verschillende gedaanten: en dat maakt de discussie erg ingewikkeld (zie: Tekening Domplein). Maar waar het om gaat: dat verwoeste kerkje van Dagobert zou oorspronkelijk genoemd zijn geweest naar Sint-Thomas. Hiervan getuigt een latere tekst. In de oude (Romaanse) Domkerk heeft namelijk ooit een kerkbord gehangen. Zo’n kerkbord is te vergelijken met de grote kerkborden waarop bijvoorbeeld de tekst van de Tien Geboden staat geschreven. Van het bedoelde kerkbord bestaat een Latijns afschrift uit de 15e (!) eeuw (helaas dus geen origineel!) dat getuigt van die Thomas-naamgeving.
Over klokken en hun klepels - deel 3
De voorstanders van de echtheid van deze Thomas- naamgeving noemen zo’n keuze zeer ‘toepasselijk … voor een missiekerk’ in de tijd van Franken. De apostel Thomas was immers een twijfelaar en moest nog een gelovige worden, net zoals de aanstaande bekeerlingen onder de Friezen!
Een ander argument dan de tekst op het kerkbord is het gegeven dat Willibrord bij zijn terugkeer uit Rome waar hij in 695 tot aartsbisschop der Friezen werd gewijd vele relieken heeft meegenomen waaronder die van de apostelen Petrus en Paulus, de andere apostelen en vele heiligen. Uitdrukkelijk stelt historicus B. van der Hoven van Genderen: ‘De Dom-kanunniken konden over vier relieken van Sint-Thomas beschikken, … aan wie ook een van de oudste altaren in de kerk was gewijd. Relieken uit de dom die … afkomstig (waren) van de heilige Thomas …’ en nog vijf andere heiligen. Dit is de aanwijzing dat er een Thomas-altaar zou zijn geweest in de Dom van Utrecht. Onbekend was Sint Thomas in elk geval niet, althans in de stad Utrecht niet. En juist vanuit Utrecht ging de verbreiding van het christendom door langs de Vecht tot in onze buurt.
Kerkstichtingen langs de Vecht (uit A. Buitelaar, 1993)
De Ratel - december 2022
Over klokken en hun klepels - deel 3
Een Thomas-naamgeving in Nederhorst den Berg?
Er is een opmerkelijke tweede aanwijzing: Nederhorst den Berg. Die plaats heette in 9e eeuw ‘Werinon’. De kerk op de hoge heuvel is in een houten vorm mogelijk gesticht door ‘onze’ Liudger of later door zijn familie. Liudger werd geboren in 742 te Zuilen (toen ‘Zwesen’) en was de eerste missionaris uit onze regio. Zijn familie had veel grondbezit ‘Iuxta Vechtam’, langs de Vecht. De jonge Liudger heeft Bonifatius (†754) nog in Utrecht ontmoet. Hij had voor Bonifatius’ voorganger Willibrord grote bewondering. Wellicht, maar het is niet zeker, heeft hij daarom de kerk van Werinon naar Willibrordus genoemd. Liudger overleed als bisschop van Münster (D) in 809. De kerk van Werinon, nu de Willibrorduskerk, is de moederkerk geworden van de kerkstichtingen in Loenen, Weesp, Muiden en (Oud-) Naarden; deze laatste was weer de moederkerk van … Huizen. In de toren van de Willibrorduskerk hangt nu nog steeds een oude klok. Die klok is volgens het randschrift gegoten in 1790 en aan de kerk geschonken door de bankiersfamilie Hope, toen nog ambachtsheer van Nederhorst. Op die klok (zie de foto) komt in het opschrift-gedicht de naam Thomas voor: ‘Myn schoon geluyd weleer verloren Doch nv door Hopes hvys herboren was wel Sanct Thomas toegewijd …’ Gelukkig is deze klok aan de klokkenroof tijdens WOII ontkomen omdat ze als kunstwerk werd beschouwd.
Deze tekst op de kerkklok van Nederhorst wijst er met de woorden ‘weleer’ en ‘was … gewijd’ op, dat er vóór 1790 een oudere klok heeft gehangen. Die klok kan, zoals de tekst aangeeft, gewijd zijn geweest aan ‘Sanct Thomas’, ook al heette de kerk of het altaar naar Willibrordus. De titel ‘Sanct’ is een afkorting van het Latijnse woord Sanctus (= ‘heilig’): het gebruik van zo’n Latijnse term kan wijzen naar een katholiek verleden, van vóór de reformatie: ook toen al werden er klokken gegoten, desnoods ter plaatse onder aan de kerktoren (zie vorige aflevering).
Afgezien van de klok zijn in de 12e -eeuwse kerkmuren van Nederhorst-den-Berg en vooral in de vensterversieringen invloeden uit Utrecht aan te wijzen. Nederhorst viel vóór de reformatie onder het bestuur van een Utrechts bisschoppelijk kapittel, nl. Oud-Munster. Op de verering van Thomas in de Romaanse Dom te Utrecht vóór de brand hebben we al gewezen.
De luidklok van Nederhorst-den-Berg, dd 1790. De letter P is de afkorting van de Prüfung (keuring) door de Duitse bezetter.
Kortom, ook in onze streken kan de naam Sint Thomas doorgedrongen zijn, als de ‘stem’ van de luidklok van de Willibrorduskerk te Nederhorst-den-Berg, die de moederkerk van Naarden werd, welke zelf weer de moederkerk van Huizen was.
Een legende
Los van dit bronzen gegeven gaat er te Nederhorst-den-Berg een merkwaardige legende rond. De oudste én kortste mij bekende tekst ervan is die van J. Grol in zijn ‘Geschiedenis van Nederhorst den Berg’ uit 1949: ‘De legende luidt, dat de nonnen van het oudtijds te Huizen bestaande klooster (er bestond een kapel aan St Thomas gewijd in de 14e eeuw), gezondigd hebbende, werden veroordeeld om in hun schoot zand van het Gooi naar deze plaats te dragen, die dan als vluchtheuvel dienen moest en om er een kapel op te kunnen doen bouwen. Door deze stichting zou dan de zonde der nonnen vergeven kunnen worden.’ Grol interpreteert deze kloktekst: ‘ … en dit zou dan slaan op de in 1409 te Huizen gestichte Sint-Thomaskapel.’
Een klooster binnen de grenzen van Huizen, en wel een nonnenklooster, is tot nu toe onbekend en zeer onwaarschijnlijk. Wel stonden er in Naarden twee kloosters als een soort ‘stadsconventen’, een mannen- en een vrouwenklooster. Deze kloosters volgden de lijn van de Moderne Devotie en werden door de mensen om hun ernstige levenswijze gewaardeerd. Het mannenklooster, Sint-Vitusconvent genaamd, werd ca 1420 gesticht tussen de resten van het verlaten Oud-Naarden; het vrouwenklooster, het Mariaconvent, dateerde van iets eerder, ca. 1418, in het nieuwgebouwde stadje Naarden. Het gebied tussen Huizen en Oud-Naarden vormt één groot landschappelijk geheel; de volksmond kan een plek daar even goed in Huizen als Oud-Naarden situeren. Ook maakt het voor mensen vaak niet uit welke tijd ze precies bedoelen, juist niet als ze legendes vertellen.
Over het Mariaconvent in het nieuwe Naarden werd soms geklaagd: de zusters verwierven grond en goederen en genoten belastingvrijdom, waarvoor ze toestemming hadden van het stadsbestuur. Op hun levenswijze was geen kritiek. In 1579 werden als gevolg van de Reformatie zowel het mannenklooster als het Mariaconvent opgeheven.
Hoe kun je deze legende verstaan?
De oorsprong van de legende kan liggen tussen begin 15e en eind 16e eeuw. Je kunt er met een beetje goede wil een echo in horen van kritiek op de grondverwerving door de zusters. Dit wordt in het verhaal als hun ‘zonde’ betiteld en daarom moesten ze als boete die ‘berg’ grond ook wegbrengen. Maar waarom dan helemaal naar Ne-
Over klokken en hun klepels - deel 3
derhorst-den-Berg? In die tijd wist men nog weinig tot niets van stuwwallen uit de ijstijd. De berg van Nederhorst zou door sterke mensenhanden opgeworpen kunnen zijn als een vluchtheuvel. Wie weet hebben critici van de nonnen deze gegevens met elkaar verbonden. Mensen reisden ook toen gemakkelijk en vaak, en zeker snel, over het water van de Vecht. Men kan best gehoord hebben dat de kerk van Oud-Naarden vanuit dat dorp daar met die vreemde hoge berg gesticht was.
In deze en andere versies van de legende komt de combinatie klooster/kapel te Huizen ter sprake, steeds in verband met de naamgeving Sint Thomas. Harmen Kos vertelt in De Ratel (sept 2009, p 20) dat de mannen van het St.-Vitusconvent, dat in Oud-Naarden stond (dacht men -zie De Ratel, dec 2021- dat ‘de boerderij van Troost’ dat klooster was?), over een pad in de Naarder-eng naar de St.-Thomaskapel in Huizen liepen. Het is inderdaad een beloopbare afstand. Dat het toen een kapel heette en geen kerk, is zo vreemd nog niet: een tweede kerkgebouw (in het Huizen van toen) binnen één parochie (nl Oud-Naarden) heet een ‘kapel’, naast het eerste gebouw dat de ‘kerk’ was. Dat de typeringen klooster/kapel/kerk in de volksmond verward worden is niet verwonderlijk. De naam Thomas blijft in elke versie hardnekkig terugkomen, en Els van Damme opperde zelfs (in TVE 2008) dat eerste wijding van de kerk in Nederhorst den Berg opgedragen zou zijn geweest aan Sint Thomas.
Conclusie
Drie klokken luiden in deze afleveringen. Twee klinken alleen in teksten: de Angelusklok van Huizen uit 1409, de Thomas-voorganger van de achttiende-eeuwse klok in Nederhorst-den-Berg en die laatste klok zelf. Alleen van deze laatste weten we waar de klepel hangt.
Het is verleidelijk een Thomas-lijn te bedenken die vanuit het Dagobert-kerkje in Utrecht en de Thomas-verering in de Romaanse kathedraal doorloopt langs de Vecht naar Werinon/Nederhorst-den-Berg, waar het bij de kerkstichting van Oud-Naarden wordt onthouden en in het opschrift van een oude kerkklok wordt bewaard, en zo in Huizen terechtkomt. Maar die lijn is legendarisch dun. Te dun of niet dun genoeg?
P.S. Wie uit deze afleveringen wil citeren of zich erop beroepen: zie het oorspronkelijke artikel in TVE juni 2022, waar alle bronnen staan genoemd.
De Ratel - december 2022
Beleidsplan voor de Historische Kring Huizen
Katharina Grosser
Beleidsplan voor de Historische Kring Huizen
Even voorstellen
Ik ben Katharina Grosser en woon sinds vijf jaar in dit mooie dorp. Om eerlijk te zijn kende ik Huizen daarvoor nog niet terwijl ik geregeld in dit gebied kwam om te wandelen. Des te groter was mijn verbazing toen ik hier naartoe verhuisde. Dit dorp lijkt alles te hebben, een rijke geschiedenis, schitterend natuurgebied, levendige haven en zo veel meer. In veel opzichten is Huizen minstens net zo bijzonder als de naburige dorpen zoals Blaricum, Naarden enz. Hoe kan het dan dat Huizen relatief onbekend is? Zodoende ging ik me steeds meer verdiepen in de cultuurgeschiedenis van Huizen en kwam via mijn buurman Jan Rebel, die de fietstochten en wandelingen voor de vereniging verzorgt, in contact met de voorzitter van de Historische Kring Huizen (HKH). Sindsdien raakte ik steeds meer betrokken bij het reilen en zeilen van de vereniging.
Beleid van de HKH: aanleiding en doelstelling
Ewoud Doyer vroeg mij om mee te denken met de uitdagingen waar de vereniging al enige tijd mee te maken heeft. Vooral het gebrek aan nieuwe vrijwilligers is zorgelijk. Alles wat de vereniging doet is geheel afhankelijk van onbetaalde inzet. De vrijwilligerstaken zijn zeer uiteenlopend: archief beheren, administratie verzorgen, ledenavonden organiseren, ledencommunicatie, redactie van de Ratel, klederdracht optredens, fiets- en wandeltochten, behoud Huizer dialect, bestuursfuncties enz. Voor al deze werkzaamheden zijn op dit moment te weinig vrijwilligers aan het werk en dat zorgt geregeld voor te hoge werkdruk. Al snel werd duidelijk dat de vereniging behoefte heeft aan een duidelijke koers voor de komende jaren en vroeg het HKH bestuur mij om als strategie-adviseur ondersteuning te bieden. De centrale vraag, die we ons hierbij gesteld hebben is: hoe kunnen we groeien en Katharina Grosser zichtbaarder worden om meer mensen in aanraking te brengen met de rijke geschiedenis van Huizen.
Draagvlak voor de nieuwe koers
We vinden het heel belangrijk dat het te maken plan breed gedragen wordt door de vrijwilligers en de leden van de HKH. Daarom hebben we het proces om tot een beleidsplan te komen ingedeeld in drie fases:
1. Beleidsplan ontwikkelen
(mei 2022 – november 2022)
Allereerst hebben we tijdens interviews met alle bestuursleden en het overgrote deel van de vrijwilligers van de HKH in kaart gebracht hoe zij hun werk ervaren, waar zij behoefte aan hebben en welke kansen zij signaleren met het oog op de toekomst. Daarnaast hebben wij onderzoek gedaan naar andere Historische Kringen in de regio Gooi en Vechtstreek om een beeld te krijgen van welke verenigingen het goed doen en wat wij hiervan kunnen leren. Last but not least hebben we tal van gesprekken gevoerd met een aantal stakeholders uit het culturele veld: Huizer Museum, Gemeente Huizen, Museum Spakenburg, Historische Kring Laren, Theaterroute Huizen, Stichting Tussen
Vecht en Eem, Stichting Huizer Botters,
De Ratel - december 2022
Beleidsplan voor de Historische Kring Huizen
regioconservator musea in Gooi & Vecht. Tijdens deze gesprekken stond de vraag centraal hoe zij tegen de HKH aankijken.
Al deze gesprekken en onderzoeken hebben uiteindelijk geleid tot een analyse waar de HKH nu staat, met welke uitdagingen de vereniging te maken heeft en wat het plan voor de toekomst is. Tijdens drie sessie met het hele bestuur hebben we dit besproken en keuzes gemaakt. Het concept beleidsplan werd in november door het bestuur aangenomen.
2. Beleidsplan bij de vrijwilligers en leden toetsen (december 2022 – maart 2023)
In december gaan we het beleidsplan met alle vrijwilligers van de HKH bespreken. Hierbij staat de vraag centraal of zij zich in de nieuwe richting kunnen vinden en samen met het bestuur willen bouwen aan een vernieuwde vereniging. Ook de leden zullen de gelegenheid krijgen om kennis te nemen van het nieuwe beleid en hierop te reageren. In februari wordt een samenvatting van het beleid in de Ratel gepubliceerd en is het hele beleidsplan via de website van de HKH te lezen. Tijdens de ledenvergadering in maart zal er ook gelegenheid zijn om op het plan te reageren.
3. Beleidsplan uitrollen (vanaf april 2023)
Dan begint de belangrijkste fase, we gaan aan de slag. Vaak is de realiteit weerbarstiger dan de theorie en daarom zien we ook het jaar 2023 als testjaar. We zullen een aantal nieuwe dingen uitproberen om te zien of dit positieve reacties, meer vrijwilligers, meer bezoekers enz. gaat opleveren. Uiteindelijk is dat het enige wat telt dat meer Huizers genieten van de fantastische verhalen en ontmoetingen die de vereniging te bieden heeft.
Wat we kunnen leren van andere historische kringen
Als je alle historische kringen naast elkaar legt dan vallen een aantal zaken op. Bijvoorbeeld dat er maar drie kringen zijn, die meer dan 800 leden hebben en die het dus heel goed lijken te doen: Bussum, Hilversum en Spakenburg. Maar als je kijkt welke kringen de meeste leden hebben vergeleken met het totaal aantal inwoners, dan komen Eemnes, Laren en Nederhorst den Berg juist heel goed uit de verf. De meeste clubs,
De Ratel - december 2022
die relatief veel leden hebben delen een aantal eigenschappen. Ze hebben over het algemeen een beleidsplan, een periodieke uitgave en zijn zeer zichtbaar met allerlei activiteiten.
Hoe kijkt de buitenwereld naar de HKH?
Zoals met vele dingen in het leven is de blik van de buitenstaander vaak zeer verhelderend. Dat was ook het geval tijdens de interviews met een aantal stakeholders uit het culturele veld. Hieronder deel ik een aantal uitspraken van diverse gesprekspartners met u:
• ‘Als historische kring moet je keuzes maken. Wat kun je doen met de mensen die je hebt: focus!’
• ‘…elk dorp of stad met een rijk historisch verleden zoals Huizen moet een club zoals de HKH hebben die dat bewaakt.’
• ‘De HKH moet de schatbewaarder zijn van de geschiedenis van Huizen op materieel en immaterieel niveau.’
• ‘De kracht van een historische kring zijn de verhalen.’
• ‘Boekjes publiceren is mooi, maar er is meer:
doorvertellen en beleven, daar gaat het om’
• ‘De HKH is het geheugen van Huizen. Als we dat niet hebben dan vergeten we waar we vandaan komen.’
Wilt u direct op dit artikel reageren?
Hopelijk heeft dit artikel uw interesse gewekt. Wellicht heeft u nog vragen, opmerkingen of suggesties, die niet kunnen wachten tot de ledenvergadering in maart. Dan bent u van harte welkom om direct contact met mij op te nemen. Ik ben zeer benieuwd naar uw reactie en sta altijd open voor een gesprek over de toekomst van de HKH.
U kunt mij het beste bereiken via 06 – 23 40 73 88 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Desgewenst kunt u ook de voorzitter hierover aanspreken.
Amsterdamse Titaantjes in het Gooi
Nol Verhagen
msterdamse Titaantjes in het Gooi
‘Jongens waren we – maar aardige jongens.’
Dat is de beroemde eerste zin van Titaantjes, een verhaal van amper 30 pagina’s, door de Nederlandse schrijver Nescio geschreven in 1914. Hij haalt daarin herinneringen op aan de tijd dat hij als jonge man met een aantal kameraden in het Amsterdamse Oosterpark hele nachten stond te ‘boomen’, te ouwehoeren zouden wij nu oneerbiedig zeggen. Maar ze maakten, zo rond de vorige eeuwwisseling, ook lange wandelingen, onder andere door het Gooi. Ze schrokken niet terug voor een
kilometertje of 30.
Waarom moeten wij dat weten? Omdat er onlangs een lijvige en bijzonder interessante biografie van Nescio is verschenen, van de hand van Lieneke Frerichs, getiteld Nescio. Leven en werken van J.H.F. Grönloh. En omdat Nescio/Grönloh niet alleen wandelde in het Gooi, maar zich ook interesseerde voor de ideeën van Frederik van Eeden over de noodzaak van ‘gemeenschappelijk grondbezit’ en de noodzaak tot het stichten van kolonies, zoals Walden.
Van Amsterdam naar Monnikendam en terug
Jan Hendrik Frederik Grönloh (Frits) was in 1882 geboren in een Amsterdams gezin dat behoorde tot wat destijds de lagere stand werd genoemd: arbeiders en ambachtslieden. Zijn vader had aanvankelijk een hoedenwinkel, maar werd later ‘blikslager’ en verkoper van huishoudelijke artikelen. Grönloh ging in Amsterdam Oost naar de lagere school en vervolgens naar de driejarige HBS. Dat was voor een jongen uit zijn milieu tamelijk uitzonderlijk – hij kreeg dan ook vanwege de gemeente Amsterdam vrijstelling van het schoolgeld van 30 gulden per jaar. Uit een door Frerichs geciteerd opstel dat de jonge Grönloh op 15-jarige leeftijd schreef, blijkt wat een vroegrijp en getalenteerde schrijver hij toen al was. Typerend genoeg gaat dat opstel over een lange wandeltocht, helemaal van Amsterdam naar Monnikendam en terug. Na de HBS ging hij nog naar de Openbare Handelsschool, waar hij opnieuw vrijstelling van het schoolgeld kreeg. Vlak voor het eindexamen in 1899 richtte hij met een aantal kameraden een ‘debat clubje’ op.
Waarom leven wij?
In diezelfde tijd kwam in aanraking met de ideeën van Van Eeden, door middel van de brochures Waarom leven wij en Waarvoor werkt gij uit 1898. Van Eeden roept daarin de bezittende klasse op haar leven te beteren, de grond vrij te laten en nuttig werk te doen. De arbeiders moeten niet langer voor bazen werken, maar voor zichzelf, en de grond veroveren tot gemeenschappelijk bezit. Grönloh solliciteerde een paar maanden later naar een plek op Walden, maar kreeg van Van Eeden per briefkaart een afwijzing. Grönloh, 18 jaar oud, had inmiddels zijn eerste baantje al achter de rug. Hij had na zijn eindexamen drie maanden op kantoor gezeten bij de Twentsche Wolweverij in Hengelo, niet tot zijn genoegen. Toch zou hij de rest van zijn werkzame leven ‘op kantoor’ en ‘in de handel’ zitten, want er moest natuurlijk wel brood op de plank komen.
De Ratel - december 2022
Amsterdamse Titaantjes in het Gooi
Zijn ‘debat clubje’ GOHV (Gedachtenwisseling Ontwikkelt Het Verstand) moest het vanwege zijn verblijf in Hengelo aanvankelijk zonder hem doen. Maar zijn eerste lezing, in februari 1900, ging al meteen over ‘de sociale kwestie’. Naast Van Eeden was ook Multatuli een van zijn helden. Maar intussen werkte hij bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij. En hij werd verliefd op de twee jaar jongere Aagje Tiket, met wie hij op 7 februari 1906 in het huwelijk trad. Aagje werd liever Agathe genoemd, maar Grönloh noemde haar om onbekende redenen later Ossie, of kortweg Os.
Jongens uit de Dapperbuurt
Grönloh had Aagje leren kennen op een zangvereniging in de Dapperbuurt, waar ze allebei woonden. Daar maakte hij ook kennis met enkele knapen uit zijn buurt, Jan de Wilde, Jan Zwolsman, Hendrik Rombout en nog enkele anderen. Zij zijn de titaantjes uit het gelijknamige verhaal uit 1914. Deze makkers hadden ideeën over het oprichten van een kolonie naar het voorbeeld van Walden. Ze waren al aan het sparen voor de aankoop van een stuk grond, 1 à 1,5 gulden per week per persoon, ‘want al de lui zijn even arm.’ Grönloh werd lid van het gezelschap. Voorlopig gingen ze vooral uit wandelen. Op 15 juli 1900 vertrokken ze ’s ochtends in alle vroegte van het Dapperplein naar Abcoude, Baambrugge, Loenen, Loosdrecht, Hilversum en Bussum, en vandaar met de trein terug naar Amsterdam, 37 kilometer. En verder stonden ze dus hele nachten te ‘boomen’ in het Oosterpark.
Een stukje grond in de buurt van Huizen
Maar ze gingen ook op zoek naar een stukje grond. Intussen was er een landelijke bond voor gemeenschappelijk grondbezit in de maak, ‘tot het terugbrengen van den grond in gemeenschappelijk bezit, ter bevrediging van het rechtsgevoel, tot gezonde ontwikkeling van alle deelen der samenleving, tot leniging van armoede en bestrijding van het pauperisme.’ Op 20 oktober 1901 werd op Walden de Vereeniging voor Gemeenschappelijk Grondbezit (GGB) daadwerkelijk opgericht. Ook de christen-anarchisten van de in 1899 opgerichte kolonie van de Internationael Broederschap (IB) in Blaricum, onder leiding van professor Jacob van Rees, sloten zich aan.
De Ratel - december 2022
Eind 1901 kwam het project van Grönloh en zijn kornuiten in een stroomversnelling: ze konden van iemand renteloos ‘een paar centen’ krijgen voor de aankoop van een stuk grond in de buurt van Huizen. Met behulp van ene Vettewinkel werd op 30 december 1901 een stuk grond van bijna anderhalve hectare in het Tames gekocht. Het was niet bepaald gemeenschappelijk grondbezit, want Vettewinkel bleef de eigenaar. De vrienden pachtten het terrein voor 60 gulden per jaar. Maar het was een begin. Diezelfde avond verloofde Frits Grönloh zich met Aagje Tiket.
Uittreksel uit het kadaster van de Tames-percelen, 1903
Tames op de plattegrond van 2004
Tames
Het Tames is een buurtschap ten westen van Huizen. Het door de vrienden verworven lapje grond lag in de oksel van de Oude en de Nieuwe Bussummerweg, vlakbij Bikbergen. Het gebied wordt nu grappig genoeg aangeduid met Luchtkasteel. In de loop van januari 1902 bouwden ze op het terrein een huisje. Net als bij de kolonisten van Walden waren hun ideologische ideeën een stuk beter ontwikkeld dan hun praktische plannen. Ze wilden vooral ‘zoveel mogelik onafhankelik zijn van de oue maatschappij’ en ‘hun leven inrichten zooals ze nu verlangden te kunnen doen’ (citaat uit het verhaal Heimwee, waarin Nescio de ideologie van de kolonisten uiteenzet). Maar ‘de grond in bewerking nemen’ bleek lastiger dan ze zich hadden voorgesteld.
Het huisje op Tames. Dit is een latere versie, want het eerste huisje had geen verdieping
Vooralsnog ging alleen vriend Rombout op het landje wonen. Maar er was geld nodig voor van alles en nog wat: kunstmest, kippengaas, lupinezaad en levensonderhoud van Rombout.
Grönloh kon alleen op zondag naar de kolonie, want de rest van de week zat hij in Twente. Later, toen hij een andere baan kreeg, nog verder weg, kon hij maar eens per maand overkomen. Hij stuurde wel zo nu en dan wat geld, maar Aagje, die overigens wel sympathiseerde met de idealen van haar verloofde, wilde toch ook wel een keer trouwen en daar was ook geld voor nodig… Het in bewerking nemen van de grond vlotte kortom niet erg, en de vrienden begonnen zich te ergeren aan de man op het land, Rombout. Begin 1903 moest het huisje verplaatst worden, want het stond deels op grond die niet van de kolonisten was. En er was opnieuw geld nodig om aardappelen, kapucijners, bonen en rogge te kunnen telen. Ook bleek de anarchistische aanpak niet echt te werken: er moest een reglement komen. Grönloh stelde voor de exploitatie van het land een paar jaar uit te stellen, om intussen te kunnen sparen en de zaken te zijner tijd wat degelijker aan te kunnen pakken. Maar dat voorstel werd door de kameraden verworpen.
De spoorwegstaking van 1903
Eind januari 1903 brak de befaamde spoorwegstaking uit. Albert Hahn maakte zijn even befaamde prent ‘Gansch het raderwerk staat stil, Als uw machtige arm het wil.’ De kolonisten steunden uiteraard de opstandige arbeiders. Een tweede staking in april mislukte echter en keerde zich zelfs tegen de arbeiders en hun sympathisanten. De kolonie van de Internationale Broederschap in Blaricum werd aangevallen door boze boeren, die bang waren dat de kolonisten de Gooische Stoomtram wilden blokkeren: er werden ruiten inge-
Amsterdamse Titaantjes in het Gooi
gooid en er werd brand gesticht. Voor een deel van de kolonisten was dat aanleiding om de kolonie te verlaten. Enige tijd later zou de kolonie aan ruzie en meningsverschillen ten onder gaan.
Ook onder de vrienden van Tames ontstond tweespalt. Ze lieten de arme Rombout het vuile werk opknappen en maakten hem verwijten, terwijl ze zelf hun contributie niet op tijd afdroegen. Eind 1903 besloot Rombout dienst te nemen in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Dat was in feite het einde van de kolonie. Een van de andere vrienden, Jan de Wilde, betrok het huisje maar ging er niet boeren. Grönloh kan er sowieso nauwelijks ooit een spa in de grond hebben gezet: hij zat al die tijd in Twente en later in Rheine (Duitsland). In mei 1904 ging hij met Aagje nog eens op Tames kijken. Het was er een grote bende. De ruiten waren ingegooid en de deur was opengebroken. Uiteindelijk nam De Wilde het hele gedoetje over en maakte er een soort buitenhuisje van.
Grönloh was er in twee jaar tijd een kleine 200 gulden (in hedendaags geld zo’n € 2500) aan kwijtgeraakt. Hij bleef nog enkele jaren actief in de Vereeniging voor Gemeenschappelijk Grondbezit. Het groepje vrienden die samen de Titaantjes vormden uit Nesio’s gelijknamige verhaal, viel uit elkaar. Grönloh bleef met frisse tegenzin naar kantoor gaan, maar maakte wel carrière, bij de Holland-Bombay Trading Company, waarvan hij uiteindelijk zelfs directeur werd. Hij bleef ook (lange) wandelingen maken, onder meer in het Gooi, en noteerde in zijn Natuurdagboek wat hij onderweg zag en meemaakte. Op 29 maart 1948 bij Muiden: ‘Weer mest geroken en twee vliegjes in m’n oog.’
Tames vanuit de lucht in 2015; de ligging van de wegen eromheen is ongewijzigd
Bronnen:
- Lieneke Frerichs, Nescio. Leven en werken van J.H.F. Grönloh, Uitg. Van Oorschot, Amsterdam 2021
- www.kunstgeografie.nl
- Nescio, Titaantjes, Nijgh en Van Ditmar, Den Haag 1933
Nol Verhagen is voorzitter van de Historische Kring Bussum en redacteur van Bussums Historisch Tijdschrift. Dit artikel verscheen eerder in Tussen Vecht en Eem, jaargang 20, nr 3/4, september 2022.
Dokter van Hengel - deel 4
Klaas Vos
Het oog van een dokter 150 jaar geleden
Een aantal jaren geleden kwam ik in het bezit van een facsimile van bovengenoemd rapport uit 1875. De facsimile werd in 1987 gedrukt in opdracht van de Hilversumse Historische kring in een oplage van 1000 exemplaren.
Dokter Van Hengel – zijn graf met monument is te vinden op het kerkhof achter de Grote Kerk van Hilversum – voldeed met zijn onderzoek aan een verzoek van Thorbecke, die heel ons land in kaart gebracht wilde zien wat betreft de volksgezondheid. Helaas werden slechts een paar regio’s grondig onderzocht, waaronder die van Van Hengel uitzonderlijk gedetailleerd is, flink voorzien van statistieken, tabellen en kaarten. Voor me ligt zo een boekwerk van 350 pagina's. Niets lijkt Van Hengel te ontgaan. De inhoud bevat een natuurkundige plaatsbeschrijving, een geneeskundige statistiek, de maatschappelijke toestand, de gezondheidstoestand en de klimatologische geneeskundige plaatsbeschrijving. Hoe komt ons dorp er in voor, welk beeld
rijst op?
Deze keer de vierde en laatste aflevering van de serie Door het oog van een dokter 150 jaar geleden. De vorige aflevering stond in de Ratel van december 2021.
Je kunt het onderwerp zo gek niet bedenken of Van Hengel besteedt er aandacht aan.
Onder het hoofdstuk MAATSCHAPPELIJKE TOESTAND behandelt hij niet alleen uitvoerig landbouw, veeteelt en visserij, maar ook alle andere vaak dienstverlenende beroepen of die een rol spelen in de voedselvoorziening: van aannemer tot en met vroedvrouw.
Alles rond de geboorte krijgt zijn volle aandacht en vervolgens de zorg voor armen, zieken en overledenen en dan wendt hij zijn blik uitvoerig en nauwgezet naar wat dan heet ‘Het Gereformeerd Oranjeweeshuis’.
Eerst vermeldt hij over Huizen dat het een gemeente is, ‘waar jaarlijks meer dan f 6.000,- tot bestrijding der armoede uitgegeven wordt.’
Het weeshuis heeft f 24.000 tot 25.000 gulden gekost en is ‘als een model van een weeshuis, ruim, luchtig en droog gebouwd’ zo begint Van Hengel zijn relaas over dit Huizer fenomeen. Hij voegt er een plattegrond bij. Hij spreekt over de gelijkheid van grootte van de kamers en als arts, alert op gezondheid en hygiene, is er aandacht voor het lozen van de secretiën: ‘ De privaten loozen door steenen buizen op den privaatput, die 5 meter van het huis verwijderd ligt en met een deksteen gesloten is. Eens in ’t jaar wordt hij geledigd; zijn inhoud wordt dan met andere mestspeciën vermengd en gebruikt voor den tuin om het huis’.
Het huis is voorzien van een grote put voor regenwater en in een schuur van een welwaterpomp.
Van Hengel uit zich kritisch over een belangrijk onderdeel van de keuken. ‘Daar is een roodkoperen ketel in het fornuis vastgemetseld en aan dien ketel is een koperen buis met eene kraan voorzien. Onder in de ketel ligt een beweegbare losse bodem met een menigte van kleine gaatjes. Zijn nu de aardappelen gekookt, dan wordt door het openen van de kraan het water afgetapt. Men kan nu wel de ketel schoonmaken, maar ’t is eene onmogelijkheid om de koperen buis zelve behoorlijk
Dichterbij kunst in Huizen
Ruud Hehenkamp, vaste medewerker van de Ratel, brengt gedichtenbundel uit
Dichter Ruud Hehenkamp bracht dit najaar zijn gedichtenbundel ‘Dichterbij kunst in Huizen’ uit. Hij publiceerde in het Nieuwsblad voor Huizen zijn gedichten in de rubriek ‘Beeldgedichten’.
Met de bundeling wil hij mensen aanmoedigen de kunst in de openbare ruimte opnieuw en vooral dichterbij te bekijken.
De officiële presentatie van ‘Dichterbij kunst in Huizen’ vond plaats op 29 september in de Pniëlkerk. Het eerste exemplaar werd overhandigd aan Karin van Werven, wethouder van kunst en cultuur in Huizen.
Met de uitgave van zijn beelddichtbundel wil Hehenkamp een goed doel steunen dat – hoe kan het ook anders - gelinkt is aan kunst. Eén euro per verkocht boek is bestemd voor het herstel van het reliëf op de kerkdeur van de G.I.M. Pniëlkerk in Huizen.
De bundel is te koop bij de Huizer boekhandels Flevo, Bruna en de Echo, evenals in het Huizer Museum.
Bron: Nieuwsblad voor Huizen - 22 september 2022
Henk Bout voelt zich zeer vereerd dat wij in de Ratel zijn tekeningen hebben geplaatst. Wel Henk, dat hebben we graag gedaan want het zijn stuk voor stuk prachtige ‘plaatjes’! We sluiten deze serie af met het pand aan de Havenstraat waar nu Rozestraten audio zit en helemaal links restaurant Õ Donder.
Huizen in de roerige jaren 60
Dick Kos
H
uizen in de roerige jaren 60
De jaren zestig in de vorige eeuw zullen bij velen die jong waren in die tijd, herinnerd worden als een periode van bevrijding, verandering, optimisme en ongekende creativiteit. Maar ook de tijd van de Koude Oorlog. Het waren ook de jaren van de hippies, de provo’s en de eerste televisies. Op de verpakkingsdozen van de eerste televisietoestellen stond met grote letters: Haal de wereld in huis. Dat was het; we kregen de wereld in huis.
Vanaf de vroege jaren 60 gingen Nederlanders meer verdienen en kregen méér vrije tijd. Ze hoefden niet meer op zaterdag te werken en kinderen hoefden niet meer op zaterdag naar school. De Nederlanders hadden het nog nooit zo goed gehad. Steeds meer mensen kochten elektrische apparaten. Maar ondanks die welvaart gingen met name jongeren zich steeds openlijker en vaker verzetten tegen de overheid en het kwam geregeld tot ordeverstoringen. Dat gebeurde veelal in de grote steden, maar er gebeurde ook van alles in de provincie.
De boerenopstand in maart 1963 in het Drentse Hollandscheveld was onder leiding van de Nederlandse landbouwer en politicus Hendrik Koekoek drie dagen landelijk nieuws. Het was een rebellie tegen de huisuitzetting van drie boerengezinnen die de verplichte heffingen van het Landbouwschap (overheidsorgaan) niet wilden betalen. De opstand werd ook wel aangeduid als de Opstand der Braven (zo genoemd door historicus Bertus ten Caat die er een boek over schreef). Het was de eerste actie na de tweede wereldoorlog waarbij er een grote politiemacht was opgeroepen. Kun je nagaan hoe rustig het daarvoor in Nederland geweest is tussen 1945 en 1963. Je zou kunnen zeggen dat daar de opstanden tegen de overheid in de jaren 60 zijn begonnen. Vervolgens kwam PROVO.
Provo was een jongerenbeweging die op meerdere plaatsen in het land aanhangers had, maar met name in Amsterdam actief was tussen 1965-1967. De term provo, geintroduceerd door de socioloog W. Buikhuisen, is afgeleid van `provocatie’. De provo’s wilden zich afzetten tegen de gevestigde orde, de consumptiemaatschappij en iedere vorm van gezag.
Deze anarchistische protestbeweging werd opgericht door onder andere Roel van Duijn (filosoof), Rob Stolk (drukker) en Garmt Kroeze (onderwijzer); andere betrokkene was Luud Schimmelpennink (uitvinder). In de zomer van 1965 sloten de provo’s zich aan bij de happenings van Robert Jasper Grootveld (kunstenaar) op het Spui in Amsterdam.
Met de combinatie van ludieke actie, antiautoritair wereldbeeld en oplossingsgericht denken legden de provo’s het fundament voor de bewegingen die in de jaren zeventig tot bloei kwamen op terreinen als democratisering van de universiteiten, milieubeweging, vrouwenemancipatie, stadsvernieuwing ‘voor de buurt’, en interactief theater. Zij waren een belangrijke motor van de politieke en culturele vernieuwing die in de jaren zestig en zeventig Nederland veranderde. PROVO wilde de wereld omturnen in paradijselijke zin.
Dat we nu zo massaal bezig zijn om de natuurelementen (water, zon, wind) te benutten voor het opwekken van energie, is achteraf misschien wel de beste verdienste van PROVO, die daar destijds al ideeën voor ontwikkelde.
Sporen van de jaren 60 in huizen
In Huizen waren mogelijk ook PROVO’s actief. Op de muur van de oude visfabriek MAYONNA stond op de gevel aan de Baanbergerwegzijde met grote letters in witte verf jarenlang het woord PROVO.
Met de sloop van de fabriek is dit verloren gegaan maar ik heb er destijds op een mistige morgen vanaf het Philips-terrein een foto van gemaakt. Zie bijgaande foto. De jaren 60 waren dus kennelijk niet aan het in die tijd nog zo conservatieve Huizen voorbijgegaan. Ik vroeg me altijd af wie destijds dit woord op die muur heeft geverfd en wanneer en waarom en onder welke omstandigheden? Dat geldt ook voor een ander gelijksoortig spoor uit de jaren 60 in Huizen.
Op de muur langs het erf van de woning van de toenmalige dorpsdokter Obbink, aan de Tussenweg-zijde, staat al vanaf eind jaren 60 met grote letters de naam BINTANGS. Ik weet niet beter, sinds mijn kindertijd kijk ik er al naar, het is een herkenningspunt geworden, al verbleken de letters momenteel wel op die oude muur. Het huis van de in 1976 overleden dokter Obbink, bevindt zich op Lindenlaan 79. Als ik voor dat huis sta, heb ik altijd het gevoel dat het hier nog net zo is als in de jaren 50. Er verandert nooit iets, een statig huis van een destijds bijzondere dorpsdokter, een beetje mysterieus in de groene overwoekering aldaar. Het doet me goed dat er toch nog dingen zijn die nooit lijken te veranderen. Een dochter van dokter Obbink woont er nog. Zij kon mij geen opheldering geven over de naam BINTANGS op haar muur. “Het stond er ineens en dat is altijd zo gebleven”, zei ze.
Ik vind het wonderlijk hoe de naam van deze popgroep uit de jaren 60 op deze muur in Huizen terecht is gekomen. Bintangs is een van
Huizen in de roerige jaren 60
de oudste Nederlandse popgroepen. De naam betekent ‘sterren’ in het Indonesisch. De groep werd in 1961 in Beverwijk opgericht door de broers Frank en Arti Kraaijeveld en Mijne Fernhout. Men speelde indorock maar ging al snel over tot een ruig soort rhythm & blues. De optredens waren enerverend en Bintangs werd een soort Nederlandse Rolling Stones – de Mick Jagger-achtige stem van Gus Pleines droeg daar zeker aan bij. Twee nummers van Bintangs, getiteld Traveling in the U.S.A. en Ridin’ on the L&N, zijn de bekendste van de band. Destijds hadden Golden Earring en Earth and Fire een veel grotere bekendheid en als hun naam op die muur was geverfd, zou dat niet zo bijzonder zijn geweest, maar Bintangs in Huizen? Misschien hebben ze destijds opgetreden in Huizen?
Enkele jaren geleden stuurde ik een mail naar één van de broers Kraaijeveld. Zij waren verheugd over de nog steeds aanwezige naam Bintangs op deze muur en wisten nog dat er in onze omgeving fans woonden.
Graag zou ik een reactie ontvangen van iemand die er meer over weet.
Huizen in de roerige jaren 60
Dominee schreef in 1966 over de christen en de welvaart
In 1966 schreef dominee Samuel Gerssen, die van 1955 tot 1960 predikant bij de Hervormde Gemeente in Huizen was, een artikel in Het Kerkblaadje (vrienden van Kohlbrugge), getiteld: De Christen en de Luxe.
Ds. Gerssen schreef over de tijd van de luxe, de opgelopen levensstandaard, het beschikken over een televisie, het geld uitgeven aan dure vakantiereizen, het verlies van de matigheid (rondom de Kerstfeestviering bijvoorbeeld). Ondanks dat Gerssen de levensvreugde die de luxe van de welvaart geeft, niet direct veroordeelde, las ik in dit artikel, dat opnieuw gepubliceerd is in het Huizer Kerkblad van 24 juni 2022, een soort stuiptrekking om de mensen erbij te houden en de levensstandaard niet de afgod van de twintigste eeuw te laten worden en ons eraan te herinneren dat christenen tot een volk behoren, dat niet van deze wereld is, dat juist matig en sober als pelgrims door de wereld trekt.
Maar ook in Huizen veranderde in de jaren 60 wat op dit gebied. Waar in de vroege jaren 60 de meeste voordeuren in Huizen nog open gingen als de kerkklokken voor aanvang dienst luidden, en de mensen lopend naar de kerk gingen, was het in de late jaren 60 al een iets ander beeld. Mensen sloegen toen al eens een zondagdienst over, want een dagje uit met de eerste auto die de mensen konden aanschaffen moest kunnen. Zo ging dat in veel gezinnen, alhoewel veel Huizers toch lang bleven vasthouden aan de traditie. Ik herinner me dat we in de jaren 70 op zondagmiddagen nog steeds vaak gingen wandelen naar
De Ratel - december 2022
de pier in Huizen, of naar de bossen in de omgeving waarbij we lopend vanaf huis vertrokken. Ook had ik ooms en tantes die tot laat in de jaren 80 nog steeds geen televisie in huis hadden. Ze wilden de wereld niet in huis halen.
In 1966 nog geen beatmuziek bij dansschool Zeeman
De opkomende jeugdcultuur met de nieuwe popmuziek drong ook in Huizen door. De Huizer dorpsjeugd ging dansen bij dansschool Zeeman aan de Lindenlaan 11 in Huizen. Helaas is van dansschool Zeeman heel weinig terug te vinden in de archieven.
Dansschool Zeeman was een begrip in Huizen en daarbuiten. 10 tot 15 dansparen die bij Zeeman waren begonnen bereikten de top in de Nederlandse danskampioenschappen.
Enkele jaren geleden sprak ik met Simon Speets die zijn herinneringen aan dansschool Zeeman met de luisteraars deelde in een radiogesprek met mij, voor de lokale omroep 6FM (thans NH ’t Gooi).
Speets vertelde: “Dansschool Zeeman begon in 1948 in het pand Lindenlaan 11. De vader van dansschoolhouder Joop Zeeman had daar een sigarenmakerijtje. Joop wou daar niet in verder en heeft het pand verbouwd en is op de eerste etage een dansschool begonnen. Joop was in zijn vrije tijd amateur-wielrenner en was vaak te zien op zijn racefiets in het dorp. Vooral op zondag als de dansschool dicht was, zat hij op de racefiets. Altijd in trainingspak.”
In 1966 heeft Simon Speets ballroom gedanst bij Zeeman. Ik vroeg Simon of de rock ’n roll en beatmuziek die toen al zo populair was bij de jeugd, de muziek van big bands en dansorkesten had vervangen bij Zeeman.
Simon vertelde mij dat Zeeman een hekel had aan de popmuziek van die tijd, omdat het er voor hem te wild aan toe ging en er ook wel eens ongelukjes bij gebeurden, dus draaide hij die muziek niet. Zeeman hield de bij de jongeren zo populaire muziek in 1966 nog af en dat gaf geen protest. In Huizen gaan veranderingen vaak ook via de weg van de geleidelijkheid. Later is de moderne muziek er natuurlijk wel ingekomen, want bij het 30-jarig bestaan van dansschool Zeeman in 1978 werd er door zijn leerlingen ook volop gedanst op de discomuziek van toen. Volgens Simon gingen veel van de Huizer jongeren bij Zeeman op dansles, maar niet iedereen deed dat, sommigen ook uit geloofsovertuiging niet.
Zeeman gaf zelf les, en had daarbij vaak hulp van een dame die een dansschool in Laren had en die door de leerlingen altijd “juffie” werd genoemd. Haar werkelijke naam was niet meer bekend bij Simon. Door de leerlingen werd ze gekscherend ook vaak “Joops eeuwige verloofde” genoemd.
Zeeman hield erg van etiquette en was een nette verschijning. De jongens zaten aan één kant van de danszaal op lange banken en de meisjes zaten op banken aan de straatzijde van de zaal. Zeeman zei altijd dat de jongens die een meisje gingen vragen te dansen, langzaam naar de overkant hoorden te lopen, maar volgens Simon werd dat natuurlijk rennen, want alle jongens wilden eerst naar het mooiste meisje. Ook zag Zeeman er op toe dat wanneer je de trap af of op liep, je
dan als jongen altijd eerst moest gaan en de dame altijd achter je houden. Dat vond Zeeman zo horen.
Kraakactie Sijsjesberg markeer- en omslagpunt in huizen
In 1970 toen de jaren 60 net voorbij waren, hebben enkele Huizer jongeren toch nog een daad van verzet tegen de gevestigde orde gepleegd en haalden daarmee ook het landelijk nieuws. Het prachtig gelegen zwembad Sijsjesberg werd op zondag 14 juni 1970 namelijk gekraakt, in navolging van vele kraakacties bij andere openluchtbaden in het land die op zondag gesloten waren.
Enige jaren geleden sprak ik voor de microfoon van 6FM, in mijn toenmalig historisch radioprogramma De 19-toen-show, met Geert Oldenzeel, de man die vanaf 1 april 1970 de post chef badmeester ging vervullen en het gezicht van zwembad Sijsjesberg werd.
Geert Oldenzeel is overigens in 2020 overleden.
De Groninger Geert Oldenzeel nam destijds de taak over van dhr. Bijkerk die een maand eerder was vertrokken en dus was de dienstwoning op het zwembadterrein aan de Ericaweg in Huizen weer bewoond. Geert was 31 jaar oud in 1970 en zat meteen in een roerig begin.
Ik vroeg hem hoe dat nu zat met die kraakactie. Hij vertelde dat men in den lande in die tijd vond dat zwembaden ook op zondag open moesten zijn en die zwembaden waren er wel, maar in gemeenten waar het geloof een grote rol speelde, waren de zwembaden op zondag altijd gesloten, zo ook in Huizen. Men vond destijds steeds meer dat de tijd tot zondagopenstelling ook in Huizen was aangebroken, maar het toenmalige stichtingsbestuur kon dat niet waarmaken, omdat in de statuten was vastgelegd dat er op zondag niet geopend en gezwommen mocht worden. Geert vertelde dat hij een week voor de actie al geluiden van het publiek hoorde dat er een kraakactie zou komen. Geert had dat doorgegeven aan de autoriteiten en zijn gezin werd op de bewuste zondag geëvacueerd en de dienstwoning werd een crisiscentrum, waar politie (Korpschef en 15 agenten van de gemeentepolitie) en burgemeester Van Driel zitting hadden genomen.
De actie verliep heftig. De jongeren kwamen vanaf de Crailoseweg en klommen over het hoge hek en knipten prikkeldraad door en doken in het bad.
Huizen in de roerige jaren 60
De Huizer beeldhouwer en CPN-voorman André Buys, in zwembroek gekleed, kreeg rake klappen van een politieagent. Ongeveer 500 jongeren verzamelden zich bij het hek bij de ingang en werden baldadig. Ze klommen op het gebouw en vernielden ruitjes en gooiden met stenen. Van Driel liet het bad ontruimen, maar er werd na gesprekken met actievoerders en wethouder Van Trigt en drie toekomstige jeugdige raadsleden (Henk Kos- D66, Wim van Velzen - PvdA, G. Smit - KVP) vervolgens besloten om het zwembad die middag een uur open te stellen. De krakers hadden hun doel bereikt. Het collegevoorstel om het bad op zondag open te stellen kwam al op 18 juni 1970 op de agenda van de gemeenteraad en er werd na drie uur debatteren door 9 van de 15 raadsleden vóór het voorstel gestemd. De jeugd vierde dit uitbundig. Er werd besloten om het zwembad op zondag vanaf twaalf uur open te stellen en alleen bij mooi weer.
Een verslaggever van een krant schreef destijds: “De nieuwe tijd heeft zich meester gemaakt van het als dorp krakende Huizen.”
Op zondag 12 juli 1970 was het mooi zwemweer en was er de eerste zondagopenstelling. Er waren echter niet veel zwemmers. In een krantenartikel destijds stond: “Minder zwemmers dan krakers.” Geert Oldenzeel, zei hierover: “die krakers die er in grote getale waren, heb ik voor de kraakactie nooit gezien en na de kraakactie ook nooit meer gezien.” De latere wethouder Martin Banga, was één van die krakers die zelf geen zwemmer zei te zijn. Hij zei later in een interview met een verslaggever van de Gooi- en Eemlander, dat de kraakactie een markeerpunt was, een omslagpunt in de nadagen van het oude, christelijke vissersdorp, een mijlpaal in de democratische veranderingen die Huizen sindsdien heeft ondergaan en een nawee van de jaren 60. De krakers wilden het zwembad bevrijden van het juk van de zondagssluiting. Banga noemde Sijsjesberg toen een heel modern zwembad in een heel conservatief dorp.
Dit artikel geeft natuurlijk geen compleet beeld van de jaren 60 in Huizen, er gebeurde veel meer, er kwamen jongerencentra en buurthuizen, Huizen werd als groeikern aangewezen en de Oostermeent ging bebouwd worden. Veel dorpse gewoontes gingen verloren.
Ik denk dat veel ouderen van nu, blij zijn dat ze jong zijn geweest in de jaren 60 en 70.
Ik hoop dat dit artikel een leuk tijdsbeeld heeft gegeven.
Oud Huizen in Woord
- AANVULLING OP ARTIKEL -
E. LUDENSTRAAT EN OMGEVING
Via de redactie kwam er een mail bij mij binnen van de 90-jarige Joop van Unen. Het betreft de foto op bladzijde 20 van de vorige Ratel, en wel de foto van de boom, waarbij in de tekst van het artikel vermeld staat dat de achtergrond de Kronenburgerdwarsstraat is. Dat is verkeerd, want op de achtergrond van de boom zijn van links naar rechts de huizen Kronenburgerstraat 25, 27 en 29 te zien.
Van Unen vult aan: Op nummer 25 woonde Lammert Wiesnekker (NB, Geboren als Wiesnekker zonder e tussen Wies en nekker) en Gijsje Wiesnekker-Vos, bijgenaamd Gijsje Mort. Van Unen schrijft verder: “Lammert en Gijsje waren mijn opa en opoe en hadden 12 kinderen, waarvan 4 kinderen op vroege leeftijd zijn overleden.
Op adres no. 27 woonden mijn ouders Wouter van Unen en Jacoba (Japie) Wiesnekker-van Unen. Mijn moeder Japie was een dochter van de eerder genoemde Lammert en Gijsje. Wij woonden dus naast opa en opoe. Op Kronenburgerstraat 27 ben ik geboren en heb er gewoond vanaf 1932 tot 1946.
Klaas Schipper
OHendrik Kruimer maakte en zong altijd ’n ud Huizen in Woord
lied bij de gelegenheid van een familiefeest. Deze rijmerlarij, ter gelegenheid van het zilveren bruiloftsfeest van zijn broer Lambert in 1943, vanwege de oorlogsjaren getypt op kwetsbaar vloeipapier, is bewaard gebleven en omgezet door zijn oomzegger Gijs Rebel Gz. In leven was Hendrik Kruimer directeur bij de AKZO fabrieken in Arnhem.
Herinneringen an ’t Darp*
Èschreven en èzungen deur Hendrik Kruimer. Dynsdag dree en twynteg Febrewari negentien hongderd dree en veertig.
Èzungen ôp de toônen van: ‘Toen wij uit Rotterdam vertrokken’.
1. ’t Is nou ruim twee en dartig jaar eliejen
Dat ik as jonge joon vur goôd ’t darp uitgung En alles wat m’n hier zô aigen was mos verlèèten In us are plèès, veerweg, onger vreemden stung.
Dèèr docht ik d’ran oo alles in ’t darp heel aarst was
De minsen, de ômgang, de sprèèk, ’t heele gedo Deerdeur kon ik in Enschede mar niet wennen En ’k luchten op, as ’k gung nèèr Huizen too.
Refrein:
Darp van Huizen uit m’n kijerjaren
De plèès, dee ik mar nijt vergeten kan
Mot z’n aigen sprèèk, dee ik zoô grèèg mag horen Dat ouwerwesse, ô!, dèèr hou ’k zoô van ...!
2. As ’t Paschen wurden dan, of Pynstern, of k’rsawet ’k vacantie kreeg, as de zoemer was in ’t langd
Dan hoofden ze m’n nyt te vragen ‘waar gê je hêne?’ Dan was m’n rais reddeur nèèr de Huizer kangt.
A’k dicht by ’t darp dan was en uit de trem de tol zag
Dan mog dee trem om myn wel vule harder gèèn
Dèèr zag ’k de nenge, bekende en Huizer mussen,
Ik reuk de zee, ’k zag de meulen en de toren stèèn ...
Refrein
* Spelling van de auteur.
Op nummer 29 woonde eerst Gijs Kito, die later een sigarenwinkel had aan de Haardstedelaan, en daarna woonde er Jan Bout, genaamd Jan Vuisie, vanwege een vergroeide hand. De boom voor onze huizen was ons middelpunt van spelen. In 1946 kwam op nummer 27 mijn tante Gerre, een zuster van mijn moeder, met 2 zonen te wonen. Ik sprak onderlaatst nog haar zoon Jan. En die herinnerde het volgende van zijn moeder: Als hij zei: “ik gae buiten speulen”, dan zei zij: “nijt veder dan de boam.” – Die boom is als middelpunt van de buurt echt een herinnering geworden.
De Kronenburgerdwarsstraat lag achter het zelfde pand waar ik woonde, en daar woonde onder andere de Fam. Kos {Jodie genoemd}. We woonden met acht gezinnen in het pand. Aan de Kronenburgerstraatkant woonde Gerrit Gorre met zijn broer Piet Bans. En aan de Vijfhoekstraatkant woonde eerst de familie Kos en later de familie van Kees Sijl.”
Joop reageert ook op wat ik eerder schreef over de boer die in de boerderij op de plek van het VITECO-pand woonde. Die boer aan de E. Ludenstraat was volgens Joop niet Jaap van Standje maar Jaap van Stijntje, zijn moeder heette Stijn. Officieel is zijn naam Jaap Vos.
Joop, bedankt voor deze waardevolle aanvullingen en verbeteringen. Zo worden de verhalen compleet.
Dick Kos
De Ratel -december 2022
Herkent u dit nog?
Klaas Schipper
erkent u dit nog?
AANVULLING
In de vorige Ratel konden wij bij de foto van de Rheobothschool in 1936-1937 al veel namen vermelden. Helaas is de naam van de leden van de familie Savert tot onze spijt een paar keer verkeerd vermeld. Wij ontvingen gelukkig een bericht van Gijs Savert waarin hij ons op onze vergissing wees.
Gijs schrijft: “Het gaat om mijn oudere broers Dick, Jan en Henk Savert op de fotonummers 20, 45 en 98. Zij werden geboren in respectievelijk 1925, 1927 en 1930, woonden hun hele leven in Huizen en zijn daar ook overleden.”
“Ik (Gijsbrecht Frederik) was een nakomertje, geboren op 12-021938 op het adres Weidestraat 1, later omgedoopt tot E. Ludenstraat 1 (woonhuis bij het verenigingsgebouw ‘Excelsior’). Ook ik bezocht de Rehobothschool, voetbalde ruim 10 jaar bij de SV Huizen, tenniste bij ‘De Kuil’ en bleef in Huizen tot 1980 waarna een ‘dienstverhuizing’ volgde.”
2. Piet Kriek
3. Elbert Molenaar ?
4. Jaap Jongerden
5. Iet ? Veerman (de Koo)
7. Aart Veerman
8. Lammert Heinen
9. Evert van Wessel
12. Klaas Kos
13. Jan Donker
15. Hampie de Boer
16. Lampie Kriek
20. Dick Savert
23. Dirk Vossenberg 25. Annetje ...
28. Jaap Kos (van Mie)
29. ... Schaap (tut)
30. Meester J.A.Schuring
31. Henk Schaap
32. Henk veerman
33. Kees Gooier
34. ... (Doedie) 38. Bovenmeester C. van
Ommeren
44. Piet Bunschoten (Pampoe)
45. Jan Savert
46. Gijsbert Veerman
47. Juffrouw Pegman
48. Trijnie Kok
49. Geesje Teeuwissen
50. Zwanie Zeeman
52. Fijtje Schram
56. ... v.d.Hulst
57. Dirkje Radix
58. ... Vos
59. Matje Hasselt
60. Anna Westland
62. Rutje of Teuntje Kriek (van
Coba van Piet Brasser)
65. Geertje Hagedoorn
66. Aartje Veerman of Grietje
Zeeman
68. Annie Schaap (Gijs tut) 71. Klaasje de Boer
72. ... Vossenberg
73. Wim Kos
78. Jan Bout (Kaeien)
79. Klaasje Keier
80. Alie Kruimer (Tuinstraat)
81. Gerrie Jongerden
82. Aartje Klijn
83. Alie Snel
84. Ebbetje Brasser
85. Dirkje Teeuwissen
86. Zwanie Heinen
87. Jacob Schaap
88. Huibertje Kos
90. Aartje Veerman
93. ... Hasselt
94. Dick den Oude
96. Jannie Baas
97. Arie Baas
98. Jan Savert
100. ... Boor
101. Jasper Veerman
102. Kees Westland
35. Henk of Tijmen Hasselt 70. ... Heinen
“Onze stamhouder overleed in Huizen op 21 maart 1825 en sinds die tijd zijn er altijd Saverts in Huizen gebleven. Denk aan mijn oom Freek die tientallen jaren een slagerij aan de Lindenlaan 56A had en oom Gerrit, een aannemer voor het betere werk.”
“Mijn moeder, Jannetje Savert-Das, heeft tot haar overlijden in 1969 de
Huizer klederdracht gedragen.”

