De Ratel Gaet
De eerste Ratel van 2022 kende een aantal nieuwe ontwikkelingen die positief ontvangen zijn door onze leden. Wij zijn blij met de nieuwe enthousiaste redactiegroep!
De afgelopen periode begon door het wegvallen van de covid-beperkingen weer een beetje ouderwets met een ledenavond en ALV in de ons vertrouwde en gewaardeerde zaal van ’t Visnet. Met ruim 40 deelnemers een nog wat voorzichtige start, maar toch, we troffen elkaar weer. We bedankten de afgetreden bestuursleden Klaas Vos en Rob de Slegte en gaven een warm welkom aan onze nieuwe secretaris Pernelle Kriek-Kruijmer. Pernelle was al sinds 1 januari actief ‘waarnemend’. Daarna volgde de gebruikelijke formele afhandeling van de jaarstukken inclusief de kascontrole en goedkeuring voor de contributieverhoging. Via een brief bent u van de verhoging op de hoogte gesteld. In die brief verzochten wij u ook om uw e-mailadres aan ons door te geven (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.). In de toekomst zullen wij u vaker per e-mail berichten sturen, bijvoorbeeld over activiteiten.
Na het ALV gedeelte was er een uiterst boeiende lezing door Wout Goetzee van het Geologisch Museum Hofland over klimaat-, zeespiegel- en landschapverandering, toen en nu in Nederland en specifiek in het Gooi. Op Goede Vrijdag hebben Tony Grolle en Klaas Schipper in klederdracht en met dialect geassisteerd bij de opening van een ‘nieuw’ restaurant, Gasterij ’t Nennetje, op de Woensberg, op de grens met Blaricum waar ooit het Meenthuis stond. Er is daar gekozen voor een stijl met oud-Huizer trekjes. De Klederdrachtgroep had haar eerste optreden dit jaar op 12 april in de woonzorglocatie Slingerbosch en andere optredens zullen weer volgen.
Met de positieve ervaring van de 2021 Sinterklaasopening in het oude postkantoor met een tentoonstelling van diverse HKH bezittingen, werden in april en mei wekelijks andere historische stukken getoond, met ook aan Huizer erfgoed gelieerde kunst van vooral Huizer kunstenaars. 
De geplande lezing op 12 mei van de inmiddels Canadese Leo Vis over zijn onderduikervaringen in Huizen kon helaas ook dit jaar niet doorgaan door familie- omstandigheden van de spreker.
Op 13 mei organiseerden wij een goed bezochte rondleiding over landgoed Oud Bussem met veel aandacht voor natuur en erfgoed.
We werken aan de bouw van een nieuwe website die toegankelijker is en waarop we meer van onze collectie kunnen tonen. Begin maart kwam het vervolgrapport over de toekomst van Het Huizer Museum uit en dat heeft geleid tot diverse discussies over onze rol daarbij en daarin. Een nieuwe vrijwilliger, Katharina Grosser, gaat het bestuur de komende maanden hierbij helpen. We hopen in een volgende Ratel hierover meer te kunnen zeggen.
Onze oproepen voor meer actieve vrijwilligers hebben tot nu toe maar beperkt succes gehad. Wellicht helpt het als we concrete mogelijkheden noemen. U kunt zich bijvoorbeeld inzetten voor: het organiseren van een jaarlijks uitje voor leden en van de ledenavonden, het stimuleren van de verkoop van onze uitgaven in Huizer winkels, de promotie van onze activiteiten richting de pers en op sociale media, of helpen bij de digitalisering van ons archief.
Door de verbouwing van de entree in Het Huizer Museum is het aangezicht enorm veranderd rondom ons archief en werkkamer. De ruimte is nu jammer genoeg nog beperkter en we zijn blij dat het oude postkantoor ons voorlopig nog aanvullende opslag en expositiekansen biedt. Met de actiegroep Oude Begraafplaats onderzoeken wij of de aula van de begraafplaats op termijn soelaas biedt.
Ik wens u veel leesplezier met deze nieuwe Ratel.
Ewoud Doyer Voorzitter Historische Kring Huizen
 
Activiteiten Historische Kring Huizen 2022
16 juni  - Historische Kring Ledenavond | 70 jaar Molukkers in Huizen  Uitgebreide informatie over deze ledenavond leest u op pagina 30.
  Nieuwe Kerk, Brede Englaan 28, 1272 GS Huizen | Aanvang 20.00 uur
18 juni - Fietstocht ‘Sporen uit het verleden’ door Jan Rebel 
  Start 10.00 uur bij de Botterwerf, Havenstraat 300, 1271 GD Huizen 
  Prijs € 3,- per persoon. Vooraf aanmelden op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
2 juli - Oldtimer Festival Huizen
  In en rond De Krachtcentrale, Havenstraat 76, 1271 AG Huizen
10 september  - Open Monumentendag | Rondleiding op de Oude Begraafplaats door Jan Veerman  Start 15.00 uur. Verzamelen voor de aula, Prins Bernhardplein 1, 1271 DD Huizen
16 en 30 sept. - Rondleiding in en om Hofstede Oud Bussem
  Start 15.30 uur. Vooraf aanmelden op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Check vooraf altijd even de actuele informatie over de activiteiten op www.historischekringhuizen.nl 
Louk Meijs en de ketting van de burgemeester
Rob de Slegte
L
ouk Meijs en de ketting van de burgemeester
In 1966 komt de Tilburger Louk Meijs vanuit Haarlem naar Huizen. Hij heeft samen met zijn vrouw de klokkenwinkel gekocht van Willem de Jong aan de Blaricummerstraat bij de Lindenlaan. Huizen had toen 15.000 inwoners – om precies te zijn 10.500 echte Huizers en de rest waren ‘sudeten’ (import Huizers) en was door het rijk als groeikern aangemerkt. Als ondernemer had hij bij de gemeente geïnformeerd naar de mogelijkheden om een eigen zaak te beginnen en tot zijn plezier waren ze enthousiast dat een nieuwe ondernemer zich wilde vestigen in de gemeente. Hij werd met alle egards behandeld. ‘In die tijd liepen nog zo’n 250 Huizer dames in klederdracht en had 1 op de 14 Huizers een auto.’ Het geheugen van Louk Meijs, hij is 88 jaar, is opmerkelijk helder en 
 
feitelijk.
Als meestergoudsmid had hij zijn opleiding gevolgd in Schoonhoven waar al sinds 1895 goud- en zilversmeden worden opgeleid. Toen Louk Meijs in Huizen aan de slag ging waren er wel een paar collega’s in het dorp maar die hadden geen opleiding gedaan en ‘feitelijk weinig verstand van het vak’. Meneer Meijs kon wel lang en breed meepraten over het vak. Over bijbels met zilveren sloten waarin afbeeldingen waren gegraveerd, bijvoorbeeld op het ene slot Mozes en op het andere Aäron en op de zijstukken de vier evangelisten. Dat wisten zijn collega’s niet. Hij kon ringen op maat maken die binnen een paar uur klaar waren. Dat was men niet gewend in Huizen. Hij maakte ook mooie etalages, de artikelen goed uitgelicht met de prijzen erbij, dat kende men evenmin. Naast klokken werd het assortiment uitgebreid met goud en zilver, horloges en cassettes. Meneer Meijs kon repareren én hij kon ontwerpen. ‘Huizer vrouwen droegen toen bijna allemaal dezelfde oorijzers met stiften. En als moeder of oma die in klederdracht had gelopen was overleden werden van de stiften vaak veranderd tot een hanger of oorknopje.’ Hij tekende dan een ontwerp met een pareltje of een juweeltje of een frutseltje erbij en die maakte hij dan. Dat was zelfs zo gewild dat hij dat niet meer kon bijbenen, zo uit de hand gelopen was dat.
In 1975 verhuisde hij naar het Oude Raadhuisplein waar nu juwelier Sterk zit. ‘Meneer Sterk heeft als jonge jongen nog stage bij mij gelopen en een jaar gewerkt.’ In die tijd heeft Louk Meijs al de nodige keren de ambtsketting van de burgemeester gerepareerd. ‘Die ketting dateert uit 1852 en na honderd jaar slijt er wel eens iets, ook al is het niet intensief gedragen. De tussenogen van de ketting waren dun geworden en die gingen geregeld stuk.’ Louk repareerde de ketting steeds keurig voor zegge en schrijven zes gulden vijfennegentig. 
‘Op een keer moest burgemeester Fontein naar een officiële bijeenkomst van burgemeesters aan de Zuiderzee in Elburg. Van de 
Louk Meijs en de ketting van de burgemeester
gemeentesecretaris kreeg hij in een etui de ketting mee. ’s Avonds bekeek mevrouw Fontein de ketting en zij zag dat de ketting was gerepareerd met een paperclip. Dat kon natuurlijk niet.’ De gemeentesecretaris, de heer Boeters, werd gebeld en die kwam ’s avonds om half negen met de kapotte ketting aan de deur bij meneer Meijs met de vraag of hij die nog even kon maken. Samen zijn ze naar zijn winkel aan het Oude Raadhuisplein gelopen 
‘Op enig moment was de ambtsketting toch echt kuis versleten’. Aan de goudsmid van meneer Sterk, Nathalie Hoogeveen, is toen gevraagd prijsopgave te doen voor een nieuwe ketting. Die ketting zou mooie decoraties bevatten met o.a. botters, daarmee werd de sfeer van Huizen tot uitdrukking gebracht. Het zou wel een zwaardere ketting worden. De gemeente schrok van de prijsopgave van circa € 5.000,- wat volgens meneer Meijs helemaal niet zo gek was, en besloot om de ketting dan maar te laten reviseren. Alle ogen en tussenoogjes, het dunner geworden zilver en het hang- en sluitwerk werden vernieuwd. De ketting kon vervolgens weer makkelijk 100 jaar mee. 
 
gerepareerd en netjes gepoetst. ‘Ik  
De ambtsketen van de burgemeester is niet zomaar een ketting
 
Wanneer de burgemeester bij gelegenheden officieel als eerste burger optreedt draagt hij of zij een ambtsketen met penning. Dit is door koning Willem III bij Koninklijk Besluit van 16 november 1852 voorgeschreven. Hij deed dat op voordracht van de toenmalige minister van binnenlandse zaken mr. J. Thorbecke (1798-1872). In het Besluit stond beschreven hoe de ambtsketen met penning er uit moest zien. Het moest bestaan uit ketenen met een zilveren penning waarop aan de ene zijde het rijkswapen diende te staan en op de keerzijde het wapen van de gemeente. 
Over de ambtsketen bestond in eerste instantie een meningsverschil tussen de Raad van State en minister Thorbecke. Het ging daarbij om de vraag of de penning aan een zilveren ketting of aan een oranjelint moest hangen. De Raad van State vond dat een zilveren ketting voor sommige gemeenten te duur zou zijn. Uiteindelijk werd vastgelegd dat de gemeente zelf mochten kiezen tussen een lint of een keten.
Vrijwel onmiddellijk na het ondertekenen van het Koninklijk Besluit ontstond een wedloop van zilversmeden en ontwerpers om de gemeenten van het nodige te voorzien. De Staatsraad van Noord-Holland (tegenwoordig de Commissaris van de Koning) deelde op 9 december 1852 mee dat de penning bij hem 
Zegel van de gemeente Huizen, ca. 1852.
besteld kon worden voor de prijs van tien gulden. Als de gemeente geen eigen wapen had, was de prijs fl. 6,-- (fl. = gulden, red.).
In Huizen was men er al voordat genoemde brief van de staatsraad ontvangen was vlug bij, wellicht naar aanleiding van het staatsblad nr. 201 d.d. 16 november 1852. Bij raadsbesluit van 7 december 1852 werd besloten tot aanschaffing over te gaan op kosten van de gemeente. In die tijd was Adrianus Rebel burgemeester van Huizen. Op 13 mei van datzelfde jaar was hij tevens benoemd tot burgemeester van Blaricum. Op 24 januari 1853 kreeg Huizen zijn penning, die vanaf 1 januari van dat jaar gedragen mocht worden. Kosten: fl. 10,-- die ten spoedigste betaald dienden te worden.
Vervolgens kwam de vraag waaraan de penning moest hangen: een lint of een keten. Ketenen die in de handel waren liepen sterk in prijs uiteen, van fl. 6,80 tot fl. 88,--. Zo kocht Leeuwarden een keten van fl. 44,00 maar Tietjerksteradeel vond een lint van fl. 0,60 voldoende. Er werden bijzonder mooie en fijnzinnige kunststukken gemaakt van zilver of zelfs verguld. De ketens van Utrecht, Hoorn, Rotterdam en Haarlem zijn prachtig, maar de keten van Vlieland schijnt de kroon te spannen. Dat heeft Vlieland te danken aan Prins Hendrik. Hij vond dat de Waddeneilanden maar slecht bedeeld waren met een ambtsketen zodat hij Vlieland een keten cadeau deed, gemaakt door de firma Begeer in 1908.
Op de verschillende ketenen zijn allerlei voorstellingen afgebeeld die betrekking hebben op de betreffende gemeente. Als men niet plaatselijk tot een eigen ontwerp kon komen had men de keuze uit 22 standaardmodellen. Het meest simpele model, model no. 1, werd gekozen door 150 gemeenten. Huizen koos, samen met nog 79 andere gemeenten, voor het mooiere model no. 3. 
 
Werkgroep Huizer Dialect 
An ’t ainde van mijn stukkie w eer een gedichie. ’t Mós van mijn 
mót een D beginnen, dus hem i ven. Ik het ’t ëneumd: Dialect k ’r mar éëntjen mót een D ëschre-
DIALECT
As een Huizer wat zait, dan doët tie dat in z’n aigen taal
’t Klinkt meschien raar, mar ’t is gien ampart verhaal
Want in héël vuul are plaesen, gaet ’t net as hier
Dee minsen praten d’r aigen taal mót vuul plezier ’t Nederlangs, da’s een bij mekaar ëraapt zeutje
Uit elk darp of plaes een woordjen of tien
En zie daer, ’t Nederlangs het ’t licht ëzien
’t Was best hangdig, zoë kon je mekaar verstaen
En was ’t mót de spraakverwarring ëdaen
Mar daernaest zou ’t niks missstaen
As de minsen d’r aigen dialect praten gaen.
Een woordjen hier, een woordjen daer, van apeteers tot meutje 
Daarnaast Daernaest Die Dee
Daaromheen Daerómhéëne Dieven Boeven
Dagdromen Dagdroëmen Dinsdags Dijnsdas
Dagreis Dagrais Direct Metéëne
Dakgoot Dakgeut Dof Dóf
Dakloos Dakloës Doodmoe Doëdmeu
Damp Stoëm Doodzonde Doëdzunde
Dekzeil Dekzail Doorgaan Deurgaen
Derde Daerde Doornhaag Prikkelhegge
Deun Døn Doorspoelen Deurspølen
Deze Dee Draaimolen Draeimølen
Dichtdoen Toodoeën Duimstok Centimeter
Werkgroep Huizer Dialect
Nou mar weer naer de woordjies. De letter D is an de beurt. D’r wazzen nog 2 woordjies in ’t Huizers binnen ëkómmen en dee zal ik eerst mar effies neumen.
Diesie. Da’s een aardighaidje, zeg mar prullaria.
Donnie (vur). Vur niks Nutteloës. Dat staet mar errëges te staen. 
 
 
Over klokken en hun klepels - deel 1
Ruud Hehenkamp
O
ver klokken en hun klepels
of: de vroegste kerkgeschiedenis van Huizen
In De Ratel van september 2021 stond mijn oproep aan de lezers om gegevens over de vroegste kerkgeschiedenis van Huizen. Het ging me in dat verband vooral om teksten van Lambert R. Lustigh. Achteraf verbaast het me niet dat er geen reacties kwamen: het is zoeken naar een speld in een hooiberg! Nu, ruim een halfjaar later, heb ik mijn eigen hooiberg onderdak gegeven in een artikel voor het tijdschrift Tussen Vecht en Eem, dat in juni van dit jaar verschijnt. De voornaamste uitkomsten zal ik voor de Ratel in een paar artikelen weergeven. 
Voor de verantwoording daarvan verwijs ik naar de noten in het TVE-artikel.  
 
Aanleiding
Op 21 november 2021 was het 40 jaar geleden dat de Thomaskerk aan de Huizermaatweg te Huizen in gebruik werd genomen. De viering van dit feit door de parochie was voor mij aanleiding me verder te verdiepen in de vroegste kerkgeschiedenis van Huizen. De Thomaskerk is sinds de Reformatie van de 16e eeuw de tweede r.-k. kerk – naast de St.-Vituskerk uit 1949 aan de Hooghuizenweg. Ze werd nodig voor het groeiend aantal katholieken in de nieuwbouwwijken. Een nieuwe kerk in hetzelfde dorp moest vanzelfsprekend een andere naam krijgen dan ‘Vitus’. In een brief aan de parochianen opperden de bouwpastoors het gebouw Thomas-kerk te noemen. Want ‘… de eerste kapel die in de geschiedenis van Huizen bekend is, was toegewijd aan de apostel Thomas: dat was in de tiende eeuw.’ Als bron noemden ze ‘een zekere Perk’. Welke gegevens konden diens visie steunen? 
Het beeld
Vroeger kregen bezoekers van de Oude Kerk tijdens monumentendagen stencils met een korte jaartallen-geschiedenis van het gebouw. Daarop ziet het kerkhistorische zelfbeeld van Huizen er – in de lijn van Perk – ongeveer als volgt uit. Al in de 10e eeuw zou er een houten kapel, gewijd aan Sint Thomas, gestaan hebben op de plek waar nu de Oude Kerk staat. Eind 14e eeuw werd deze vervangen door een stenen kerk die in haar metselwerk lijkt op die van Naarden. In 1409 werd Huizen een zelfstandige parochie, los van Naarden. In de toren van de Oude Kerk hing immers een luidklok met het opschrift: MCCCCIX Ave Maria Gracia Plena Dominus Tecum; vertaald: 1409 Wees gegroet Maria vol van genade de Heer is met u. Deze klok zou in 1575 door Spanjaarden zijn geroofd en meegenomen naar Haarlem. 
 
Een reconstructie-voorbeeld van een houten kerkje, hier te Assendelft, uit de Canon van Nederland - De Zaanstreek.
Over klokken en hun klepels - deel 1
Wie was ‘een zekere Perk’? 
Albertus Perk (1795-1880) was gemeentesecretaris, raadslid en wethouder te Hilversum. Ook was hij daar vijftig jaar lang notaris. In verband met dit werk hield hij zich intensief bezig met de geschiedenis van de Erfgooiers en van het Gooi. Zo schreef hij een commentaar op het 16e-eeuwse boek van de rector van de Latijnse school in Naarden, Hortensius. Dit boek heet ‘Over de opkomst en ondergang van Naarden’. Hortensius beschrijft daarin de moord in 1572 (dit jaar 450 jaar geleden) door de Spanjaarden op de inwoners, inclusief die op zijn eigen zoon. In zijn commentaar schreef Perk de zin die de bouwpastoors van de a.s. Thomaskerk bedoelden: ‘Te Huizen had het vormen van een afzonderlijke parochie plaats in 1409, ter vervanging van de aldaar bestaande kapel, aan Sint Thomas gewijd; waarschijnlijk reeds heugende van de eerste helft der tiende eeuw …’. Deze zin werd in 1939 bekritiseerd door de historicus D. Th. Enklaar. Hij waardeert Perk als een man die ‘in de Gooische geschiedenis … doorkneed’ is. Maar Perks opvatting dat er in de tiende eeuw reeds echte buurschappen bestonden en ‘dat te Huizen in die eeuw reeds ook een kapel zou gestaan hebben’ noemt hij heel beleefd ‘niet waarschijnlijk’. In een voetnoot bij een ander artikel in 1944 over de vraag: ‘Waar heeft de oudste kerk van Gooiland gestaan?’ schrijft Enklaar zonder omhaal: ‘De kapel, die A. Perk zonder bewijs al in de tiende eeuw in Huizen aanneemt, wordt in geen bron vermeld en kan dus buiten beschouwing blijven.’ 
De 10e eeuw
Als het in de tijd vóór 1350 over ‘Naarden’ gaat betreft het steevast Oud-Naarden, niet het Naarden op de plek waar nu de gelijknamige vesting ligt. Het gaat dan waarschijnlijk niet alleen om een bepaalde plaats, maar tegelijkertijd ook om de streek en het landschap er omheen. In de goederenlijst van de abdij van Werden (Duitsland, 9e eeuw) – een belangrijke bron voor de Gooise geschiedenis – wordt deze plaats of streek ‘Naruthi’ genoemd, met de kerk (thiu kirica) én het kerkland (kiricland). Dit Oud-Naarden lag, zoals H. Schaftenaar schrijft, ‘op de plek waar een langgerekte stuwwal doordrong tot in het Almere’, onze voormalige Zuiderzee. Aanvankelijk lag het daar veilig, maar ‘de heuvel waarop het plaatsje lag stak als een kaap in zee en ving tijdens noordwesterstormen de eerste klappen op. Hierdoor verplaatste de kustlijn zich met een snelheid van gemiddeld honderd meter per eeuw landinwaarts. In het jaar 1350 verliet men het oude Naarden.’ In 1351 werd het ook nog eens door de Hoeken platgebrand. Men spreekt vaak van een eenmalige ‘Verwoesting’ van Oud-Naarden, maar het kan heel goed ook ‘Verplaatsing’ heten, die werd afgedwongen door de herhaalde overstromingen. Al in mei 1350 (dus vóór de ‘Verwoesting’) kreeg het stadje toestemming van graaf Willem V een nieuwe stad te bouwen op de huidige plek. In de eeuwen daarna kon men bij laag water nog vaak de resten zien van het kerkje en het kerkhof, waar als eerste (níet Lambert Lustigh, 
 
De Vituskerk De Thomaskerk
Over klokken en hun klepels - deel 1
 
maar) Hortensius al melding van maakte. Nu kan men alleen ter hoogte van De Vijverberg over het grasland De Driest heen naar het water staren, en zich afvragen waarom Oud-Naarden niet een keer tijdelijk is blootgelegd en nader onderzocht. 
Oud-Naarden is dus oud, en stamt uit de 9e of 10e eeuw. Hoe zag de bewoning van de streek Oud-Naarden er in die vroege tijd uit? Vaag wordt geschreven over verspreide gehuchten, groepjes boerderijen. Anton Kos spreekt van bewoning in de zin van ‘erg oude’ … ‘heemplaatsen … waarvan wordt verondersteld dat ze al voor het jaar 1000 bestonden.’ Enklaar noemt het ‘op zichzelf al onaannemelijk dat het Gooi in de 12e eeuw al zo dicht bevolkt zou zijn, dat twee parochies noodig waren.’ Pas toen Oud-Naarden gaandeweg werd verlaten, groeiden de boerderijen in de buurt van het latere Huizen aan tot, zo zegt Anton Kos, ‘een flink bewoonde nederzetting of een buurschap’. 
Uitkomst 1
In de tiende eeuw bestond ‘Huizen’ nog niet en kon er in die plaats dus ook geen kerk of kapel staan. Daarom is er ook geen bron voor die stelling. Op de landkaarten waarop alle kerken van Noord-Holland tussen 720 en 1200 ingetekend staan, is het Gooi blanco op Oud-Naarden na. De eerste kerk van Oud-Naarden dateert uit de tiende eeuw en zal zoals de meeste vroege kerkstichtingen inderdaad wel van hout geweest zijn. Tufsteen werd pas vanaf de 11e/12e eeuw toegepast, en vanaf ca. 1200 baksteen. Perk heeft m.i. de klok van een tiende-eeuwse (houten) kerk te Oud-Naarden in Huizen horen luiden, en Huizen heeft dit maar al te graag overgenomen. Waarom Perk Oud-Naarden met Huizen verwarde, blijft een open vraag. Zoals Enklaar schreef: je kunt er geen bron voor vinden. Dat Huizen dit echter graag overnam past in een zelfbeeld van ‘hoe ouder, des te belangrijker’! 
Huizen komt echter pas kijken nádat Oud-Naarden is verplaatst. De eerste en tot dusver enige schriftelijke meldingen die het bestaan bevestigen van een buurtschap of dorp dat ‘Huussem’ heet, stammen uit een aantekening bij rechtszaken in 1382 en uit de eerste Schaarbrief van 1404. De eerste echte kerk van Huizen dateert hooguit van eind 14e of begin 15e eeuw. 
<wordt vervolgd> 
 
Oud-Naarden lag ongeveer waar nu landgoed Oud Naarden ligt.
Du Crocq Aromatics
Frits Egmond
D
u Crocq Aromatics
In maart schreef ik een artikel over Du Crocq Aroma-
tics, de fabriek van geur- en smaakstoffen in de IJsselmeerstraat in Huizen. Uit bouwkundig onderzoek blijkt dat het pand archi-
 
tectuurwaarde heeft. 
Naar aanleiding van het artikel van maart in de Ratel nam Sophie du Crocq, de dochter van de oprichter, contact met mij op. Ze woont in Kortenhoef en begin deze maand heb ik met haar kennis gemaakt. Ze heeft een middag verteld over de familie, de fabriek en haar eigen werkzame leven.
 
1955 Huizen - Eerste steen nieuwe fabriek gelegd door Jeanne Antoinette du Crocq
Haar vader en oprichter van de fabriek, Jean A. du Crocq, begon voor zichzelf in 1932. Hij had bij de Chemische Fabriek Naarden gewerkt en kennis opgedaan over geur- en smaakstoffen. Hij begon met een agentschap voor een Franse fabrikant, maar al na een paar jaar begon hij zelf met de productie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het behelpen door het gebrek aan grondstoffen. Met een thee-imitatie van bramenblaadjes en smaakjes uit tabaksplanten werd de productie overeind gehouden. Na de oorlog pakte Du Crocq de draad weer op produceerde in Bussum en later in Blaricum. Door voortgaande groei werd in 1955 de fabriek in Huizen gebouwd.
Voor het uitbreken van de oorlog kreeg Du Crocq een zoon, Rob, en een jaar later dochter Sophie. Na de oorlog kwam nog een tweede dochter, Jeanne Antoinette. Jeanne Antoinette legde in 1955 de eerste steen voor de nieuwe fabriek. Rob ging na zijn studie chemie bij Du Crocq werken en in 1964 werd hij algemeen directeur. Jean A. du Crocq, de oprichter, trok zich terug in zijn huis in Zwitserland, maar bleef zich vandaaruit actief voor het bedrijf inzetten, reisde de hele wereld over en bezocht de verschillende vestigingen, agentschappen en klanten van de fabriek.
In het midden van de jaren zestig werd de fabriek gemoderniseerd en werd, vooruitstrevend, geïnvesteerd in computersystemen en in kostbare gaschromatografen. Met een gaschromatograaaf is het mogelijk om stoffen in gas- of dampfase te scheiden waardoor in een bestaande stof de elementen herkend kunnen worden. 
 
1982 Oprichter Jean A. du Crocq – 70 jaar
 
Sophie du Crocq - Op de achtergrond een kast met parfumcomposities
Sophie kwam in 1970 bij het bedrijf. Ze had lang geaarzeld voor ze tot het bedrijf toetrad, een paar keer had ze een verzoek daartoe afgewezen. Ze was altijd haar eigen gang gegaan in de overtuiging dat een vrouw voor zichzelf moet kunnen zorgen, ook in financieel opzicht. Toen ze aan het einde van jaren zestig vond dat ze haar sporen verdiend had ging zij ook voor Du Crocq werken. Ruim twee jaar doorliep zij de verschillende afdelingen van het bedrijf. Zij werd daarna directeur van de parfum-tak van het bedrijf.
In de jaren 90 van de vorige eeuw bouwde Du Crocq een hypermoderne fabriek in Lelystad aan de Noordersluisweg. Sophie is nooit meeverhuisd naar Lelystad. Kort na de verhuizing is Du Crocq helaas verkocht en kwam aan de band tussen Du Crocq Aromatics en Huizen een einde.
 
Interview met Oscar Hefting
 
ter, gebouw zou echt gaan helpen. Voor de tentoonstelling ‘Grensverleggers’ maken we overigens ook gebruik van bruiklenen van andere musea en particulieren.
Welke tentoonstellingen staan in de planning? Op 15 juli gaat de tentoonstelling ‘Zuiderzee gezichten’ open. We werken daarin samen met andere musea die rond de voormalige Zuiderzee liggen. 
Op 30 september opent de tentoonstelling over 70 jaar Molukkers in Huizen. Het vertelt een boeiend verhaal over hoe twee culturen zich hebben vermengd. Nadat Kamp Almere waarin zij woonden werd opgeheven, zijn de Molukkers langzaam maar zeker opgenomen in de Huizer gemeenschap. We besteden o.a. aandacht aan de Molukse band Massada die in de jaren 70 en 80 hits scoorde.
U bent tijdelijk directeur  van het museum, maar wie is Oscar Hefting? Ik ben afgestudeerd in de klassieke archeologie. Na mijn studie ben 
ik bij veilinghuis Christie’s gaan werken. Ik wilde het verhaal van de objecten vertellen maar bij een veilinghuis gaat het meer om de financiële waarde dan om de culturele waarde. Toch maar weer terug naar de archeologie. In Brazilië, de V.S., Zuid-Afrika en Sri Lanka heb ik vele jaren onderzoek gedaan naar het Nederlands erfgoed uit de tijd van de WIC en VOC. Daar waren Nederlandse kolonies gevestigd, waar nog weinig over bekend was. Daarna ben ik ca. vijf jaar directeur van het Nederlands Vestingmuseum in Naarden geweest waar ik mooie tentoonstellingen kon maken.
Wat trok u om ja te zeggen tegen het Huizer Museum? Ik had vanuit Naarden al goed contact met Nienke de Wit (directeur HM). Zij vertelde over de tentoonstellingsagenda en de plannen voor het nieuwe Huizer museum. Vanwege haar ziekteverlof heeft zij mij gevraagd om de dagelijkse leiding tijdelijk over te nemen. De tentoonstelling over de Molukkers heeft mijn speciale aandacht omdat het een link is met Nederlands erfgoed overzee. Sinds de 17e eeuw haalde de VOC specerijen, zoals kruidnagel en nootmuskaat, uit de Molukken. In Huizen werden deze verwerkt in de beroemde Huizer speculaas.
Wat betekent het dorp Huizen voor u?
Het is een typisch Nederlands dorp waar de Oude Kerk gebouwd is op een hoger gelegen heuvelrug. De droogste en veiligste plek was bestemd voor het heiligdom. Dat hoogteverschil zie je nog steeds als je oude dorp binnenrijdt. Toevallig kende ik Huizen al, mijn vader had er vroeger een ‘zeeschouw’ liggen bij de scheepswerf van J. Kok en Zn. Als kind ging ik vele weekenddagen met het pontje heen en weer om samen met mijn vader aan die boot te klussen. Ik hoor nog het geluid van de ketting die ratelde als je het pontje aantrok en ik herinner me de lucht van het roest dat aan je handen bleef hangen.
 
 
 
 
 
 
 
 
Omgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat II
Dick Kos
O
mgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat, in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw
DEEL 2 : Volop bedrijvigheid in een rustige straat. 
Deze serie van 2 delen is ontstaan naar aanleiding van de voorgenomen sloop van de voormalige timmerfabriek van Theo Kos aan de E. Ludenstraat 42-44. 
 
In de herinnering van veel oud bewoners van de E. Ludenstraat was deze straat een rustige straat in hun kindertijd. Velen herinneren zich dat de kinderen nog zorgeloos op straat konden spelen, zonder veel last te hebben van verkeer. De straat liep wat schuin af richting de Gooilandweg en het wegdek was glad. De kinderen van destijds konden er vooral goed rolschaatsen en deden dat ook volop. Ze spreken allemaal van een geweldige tijd.
Ondanks de rust was er volop bedrijvigheid. In dit deel zal ik het licht werpen op enkele bedrijven uit de omgeving E. Ludenstraat/ Vijfhoekstraat. De ondernemersfamilie Kos heeft er een grote stempel gedrukt op de bedrijfsactiviteiten aldaar.
Ik sprak met Thea Honing-Kos, dochter van 
Theo Kos (1923-2007), die de timmerfabriek De Weide Blik runde. Theo woonde met zijn vrouw Leny Steenhage, en dochter Thea, op de hoek E. Ludenstraat/Gooilandweg, in het woonhuis naast de fabriek (E. Ludenstraat 46) in het blok van drie woningen die door de vader van Theo, Gerrit Kos (in Huizen bekend als Gerrit Essen) daar zijn gebouwd omstreeks 1955. De familie van Gerrit Kos was een echte ondernemersfamilie, die ook enkele huizen bezaten. Gerrit had een broer Wick, die een groentezaak op de Hellingstraat had (naast drogisterij de Zonnehoek) en een broer Gerrit Jan die een klein formaat juwelierszaak had op de hoek Middenweg/Kerkstraat (waar nu restaurant Le Beau Geste zich bevindt). Ook was er Hein, die samen met zijn vrouw Zwaantje tot in de jaren 60 van de vorige eeuw manufacturenwinkel Kos bezat, op de Langestraat/ hoek Meentweg. Dit echtpaar bezat ook het huis naast de Weide Blik, tegenwoordig perceel E. Ludenstraat 40. Gerrit had een dochter en twee zonen, genaamd Theo en Aalt (die door de Huizers ook wel “broer” werd genoemd, Theo kreeg een dochter genaamd Thea en Aalt kreeg met zijn vrouw Loes vier kinderen, genaamd Greet, Gert, Peter en Carla. Gerrit, de opa van Thea woonde met zijn vrouw op de Iepenlaan in Huizen. 
 
Gerrit en zijn nog jonge zoon Theo in de Weide Blik. Theo Kos in de Weide Blik.
Omgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat  II
Theo, die na zijn vader Gerrit, de timmer- middels staan er aldaar fraaie woonhuizen. fabriek runde, was in zijn vrije tijd ook ac- Theo bezat ook twee woonhuizen aan het tief bij de brandweer en bij SV Huizen. Het Grenspad in Huizen. Toen Bruynzeel met pand waarin timmerfabriek De Weide Blik zijn massa-productiekeukens de markt ver-
(zo genoemd in verband met overde, is Theo gestopt, en het uitzicht op de meent-naar de Koedijk verhuisd gronden) was gevestigd da-met zijn gezin. Broer Aalt teert uit 1927. Er waren toen heeft de voormalige timtwee hallen en een derde merfabriek daarna nog hal is later bijgebouwd. Om-enkele jaren gebruikt voor streeks 1966/1967 is er naast de grootproductie van zijn het woonhuis van Theo een verffabriek ZECO. Daarna 
gedeelte aangebouwd, waar- Vacature de Weide Blik, 1971. is het elektrotechnisch in-
(Digitaal archief Laarder Courant de Bel)
 
in er op de bovenverdieping kantoren waren ingericht en op de begane grond zat de kantine. In de hoogtijdagen zijn er ongeveer 16 personeelsleden in dienst geweest. Bijgaand ziet u een krantenadvertentie uit 1971 waarin nieuw personeel werd gevraagd. Opvallend is dat de fabriek toen andere perceelnummers had (36-38). Kennelijk is dat in latere jaren veranderd. 
In de fabriek werden keukens voor particulieren gemaakt. De showroom van de keukens zat in het toenmalige winkelpand op adres Valkenaarstraat 111. Er werden ook kozijnen getimmerd, die met een vrachtwagen naar het pand op de Botterstraat werden gebracht, waar ze chemisch werden behandeld door te dompelen in een bad met menie. Dit pand was ook van Theo en stond naast de vuilnisbelt op de hoek Botterstraat/ Baanbergerweg. Toen Theo met de timmerfabriek in 1973 stopte, kwam er in dit pand een vestiging van de toenmalige HUBO-keten en later zat er een garagebedrijf in. In-
Timmerfabriek E. Ludenstraat 42-44 voor de sloop.
stallatiebureau van de ge-
broeders Kroon erin gekomen en tot aan de sloop zat aannemersbedrijf Zwart erin.
Over de ZECO-verffabriek heeft Klaas Schipper in de Huizer Courant van 13 december 2018 al een artikel geschreven in de serie De winkeltjes van ’t ouwe darp. De daarin beschreven historie ga ik niet herhalen. Ik sprak zelf met Peter Kos, de zoon van Aalt (Broer) Kos. Peter is zelf ook werkzaam geweest bij ZECO. Zijn opa Gerrit, die aannemer was, was de geldschieter voor de ZECO. ZECO staat voor Zeeman en compagnon. De oprichters waren ene Zeeman en zijn compagnon was Gerrit Kos. 
Omgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat II
De verffabriek werd gevestigd in de voormalige mandenmakerij aan de Valkenaarstraat, waar wilgentenen manden werden gemaakt. De werkzaamheden waren daar gerelateerd aan het werk in de visrokerij (hangen) van Kooy, die naast de mandenmakerij was gevestigd. De verffabriek bestond uit twee hallen. Aan de Valkenaarstraat keek men tegen een wit langgerrekt pand aan. Het gezin van Aalt woonde in de woning die zich aan de zijkant van het pand naast de hangen/vishandel van Kooy bevond, aan het zijstraatje dat nu Hangenweg heet, tegenover de keukenshowroom van Theo Kos. Het adres van de dienstwoning was Valkenaarstraat 74a. Peter vertelde dat het wonen aldaar voor hem als kind geweldig was, weinig tot geen auto’s in de straat en zo dicht bij de meent. Maar voor het gezin was het niet altijd ideaal. Het visafval van de fa. Kooy werd elke vrijdag opgehaald en destijds werd er nog niet gekoeld, dus de stank was enorm. Op vrijdag hield de familie Kos dan altijd de ramen van de slaapkamers dicht. Aalt Kos zei dan altijd: “niet gezien, maar wel geroken”. 
Tegenover de woning in het ZECO-pand lag de boerderij van Veerman, die op een stuk grond daarachter kalveren hield. Vele jaren na het verdwijnen van de boerderij, waarvan een gevel gelijk aan de Valkenaarstraat grenst, heeft dit stukje grond braak gelegen totdat ongeveer 20 tot 30 jaar geleden er een nieuw woonhuis op werd gebouwd. Omstreeks 1963/1964 heeft het gezin van Aalt Kos de dienstwoning in het ZECO-pand verlaten, want het was niet houdbaar meer met de stankoverlast. Bovendien was het naast de fabriek wonen ook niet altijd ideaal voor je privéleven. De familie verhuisde toen naar de Talmastraat.
De ZECO had in de hoogtijdagen ongeveer 10 tot 12 mensen in dienst, waaronder Andries Honing, Cor Sijl, Arie Schaap, en Ab Wuring, die verfmaker was. Ab Wuring vertelde mij dat hij een goede tijd heeft gehad bij ZECO. Ook vertelde hij dat één van de woningen van Gerrit Kos, Gooilandweg 72, in de jaren 70 enige tijd leeg stond en dat het huis toen gekraakt werd. Peter Kos beaamt dit verhaal. Hij vertelde dat een aantal ZECO-personeelsleden toen de spullen van Kos uit de woning hebben gehaald en de krakers hebben verjaagd. 
Een succes van de ZECO-verffabriek was de eigen gemaakte veegvaste muurverf, die door de Huizers veel werd gekocht als er twee keer per jaar grote schoonmaak werd verricht in de woonhuizen, volgens de toen geldende traditie. De ZECO had tot 1970 ook nog een glashandel. 
Aan de andere kant van het ZECO-pand, aan E. Ludenstraat-zijde, achter de heg, was nog een woonhuis. Deze was tegenover de slijterij van Aaltje. Daar woonde het echtpaar Veerman, waarvan de man destijds meester mandenmakerij/inkoper was bij de voormalige mandenmakerij. De vrouwelijke helft van het echtpaar heette Geertje. Veel oude bewoners van de E. Ludenstraat kunnen zich Geertje nog goed herinneren. Bij de voorgenomen sloop van de ZECO-hallen wou deze familie Veerman aanvankelijk niet verhuizen. 
Volgens Peter was zijn vader Aalt op het laatst niet zo sterk meer bezig met ondernemen. Om te willen groeien zou de fabriek van de locatie weg hebben gemoeten en naar het industrieterrein moeten gaan. Er kwam druk om meer te produceren. Omstreeks 1980 viel het doek definitief voor ZECO. 
Op de luchtfoto is de fabriek goed te zien, onderaan loopt de Gooilandweg. Opvallend zijn de groene voortuinen van de woningen, de weinige auto’s op straat, en dat de doorgang naar de “grote” Gooilandweg niet bij het eind van de E. Ludenstraat lag.
 
36
Luchtfoto met E. Ludenstraat-gebied.
Omgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat  II
 
Voor degenen die een heel goed geheugen hebben: jarenlang heeft er een wit verfspoor op de openbare weg gelegen vanaf ongeveer de Crailoseweg tot aan de ZECO-verffabriek. Ik herinner me dat we als kinderen vanuit zwembad Sijsjesberg kwamen dan dit spoor volgden. Peter vertelde mij dat Andries Honing de bedrijfswagen met plastic emmers verf laadde en dat hij dan weleens vergat om de houten schotten ertussen te zetten om schuiven te voorkomen. Als hij dan wel eens plotseling moest remmen, schoten de deksels van de emmers los en kon hij dus verf morsen op de weg. Waarschijnlijk zal het verfspoor daardoor zijn ontstaan. Voor de politie makkelijk om de dader op te sporen, want het spoor leidde tot de verffabriek. 
Peter herinnert zich van de E. Ludenstraat ook de oude boerderij op de plaats van het voormalige VITECO-pand, melkboer Kruimer die op de E. Ludenstraat woonde, en ook de olie/petroleumhandelaar Floor, op de Vijfhoekstraat. Als jonge jongen heeft hij met buurtgenoten wel eens het benzinekraantje van de (melk) kar van Floor dichtgedraaid. Door dit “kattekwaad” kon Floor vervolgens niet ver komen met zijn wagen, zonder het kraantje weer open te draaien.
Over Floor verder het volgende:  De dochter van Hannes en Stien Floor, woont in Steenwijk en heet Aukje KluitFloor. Aukje heeft een aantal jaren geleden al aan Klaas Schipper een mail gezonden in verband met zijn oproep over de winkeltjes in het ouwe dorp. Ik heb opnieuw met Aukje mailcontact gehad. Aukje schreef dat haar ouders, die beiden afkomstig waren uit Loosdrecht, in 1934 wilden trouwen en op zoek waren naar een huurhuis. Dat viel in die tijd nog niet mee, maar uiteindelijk belandden zij in Huizen. In de Vijfhoekstraat werd op nummer 4 een winkel/woonhuis te huur aangeboden; het was de kruidenierswinkel van “Appele Mat”, zoals zij genoemd werd en zij wilde ermee stoppen. De ouders van Aukje zagen er wel wat in en namen de zaak over. Van oorsprong was vader Floor bakkersknecht en als zodanig ging hij ’s morgens vroeg uit werken, onder andere bij bakker Kruijmer in de Hellingstraat. ’s Middags werkte hij voor hun eigen kruidenierswinkel en ging hij de bestelde boodschappen bezorgen en met petroleum venten. De winkel zelf werd dus in hoofdzaak beheerd door de moeder van Aukje. Tijdens de oorlog lag de handel stil en ging de winkel dicht. Om te voorkomen dat Floor te werk gesteld zou worden in Duitsland, ging hij eerst bij de gasfabriek werken als stoker 
De verffabriek aan zijde Valkenaarstraat. (Foto: Huizer Courant, Drukkerij J. Bout)
en later ging hij sloten graven in de Noordoostpolder. Na de oorlog werd de zaak weer hervat tot halverwege de jaren zestig, toen de winkel definitief dicht ging vanwege de gezondheidsproblemen van Stien Floor. Hannes Floor heeft nog tot omstreeks 1973 de olie- en gashandel gaande gehouden, maar dat werd steeds minder en uiteindelijk werd hij gesaneerd. Helaas heeft Aukje geen foto van het interieur van de winkel. Op de foto, die omstreeks 1952 is gemaakt, is de bakfiets te zien waarmee Floor de boodschappen bezorgde. Verder staat Stien op de foto met twee vrienden van de broer van Aukje en Aukje zelf. Zoals op de foto te zien is, was de ingang van de winkel niet aan de kopgevel van de woning, zoals in het boek “In Huizen staat een huis” werd vermeld, maar aan de rechter zijgevel, waar ook de winkel was gevestigd. Toen de winkel officieel dicht was gegaan, meldden klanten voor petroleum zich wel bij de deur in de kopgevel. Rond 1960 werd de bakfiets vervangen door een truckje met een bromfietsmotor erin. 
Aukje heeft aan haar jeugd in Huizen nog aardig wat herinneringen, maar er is ook veel weggezakt. Op haar 18e levensjaar, in 1963, is ze definitief uit Huizen weggegaan om in de gehandicaptenzorg in Ermelo te gaan werken. De groentezaak van “Joossie” en “de boom midden op de straat” herinnert zij zich nog goed. Ze schreef dat er best vrij veel op straat gespeeld werd: hinkelen, knikkeren, touwtje springen etc.
Tegenover Floor woonde destijds de familie Provoost, Jan Spekkie (v.d. Hulst) en Ary en Teuntje de Lange. Naast Floor in de E. Ludenstraat woonde schilder Piet Kos met zijn vrouw Bep en hun zoon Jakob. Er was over en weer een goed contact met haar ouders, al met al wel een gezellige buurt/in haar herinnering. Haar ouders waren aardig geïntegreerd in de Huizense samen-
 
Sporen in het bos
Henk Bunschoten
S
poren in het bos
Vele Huizers wandelen al heel lang over de ‘Naarder Eng’, oftewel het gebied tussen het Grenspad, het huidige Gooimeer, de vroegere speeltuin ‘Oud Naarden’ en de Driftweg/Naarderstraat. 
Dat gebied, hoewel tot de gemeente Naarden behorend, wordt gevoelsmatig toch tot Huizen gerekend en vele Huizer boeren hadden hier ook land voor het telen van ‘knolletjes’ — voederbieten voor de koeien, rogge en haver voor het paard en zandaardappelen meestal voor zichzelf, de buren en het varken. 
 
Zelfs de eerste Huizer voetbalclub voetbalde achter wat nu café theehuis ‘Bos & Hei’ is omdat voetballen in Huizen vroeger onfatsoenlijk was.
Als de jeugd in Huizen zich verveelde dan gingen ze lekker los met knokken met de Naarder jeugd want in Huizen ging je op zondag niet op de vuist. Dat wilde je misschien wel, maar dat hoorde niet op zondag. In Blaricum deden we dat ook, dat liep wel eens goed uit de hand zodat we nu nog wel een Paviljoensweg hebben maar sinds 1934 geen Paviljoen meer. 
In de Naarder Eng liggen schijnbaar willekeurig verspreid gaten en gleuven waarvan de jongere generaties geen idee hebben hoe die daar gekomen zijn en wat de reden daarvan was. 
Het antwoord ligt circa 107 jaar achter ons en stond bekend als ‘De Voorstelling van Naarden’. Die ‘voorstelling’ had niet de betekenis van een toneelstuk of muziekuitvoering maar van ‘liggend voor’. 
Het hoofddoel van onze landsverdediging in die dagen was het verdedigen van de huidige randstad vanwege het zeer grote economische belang van de daarin liggende steden en havens. Amsterdam had zichzelf bijvoorbeeld nooit verdedigd maar liet dat aan anderen over. Het bood zelfs aan de Spaanse generaal en landvoogd de Hertog van Alva (1507-1582) onderdak die, naar goed Spaans gebruik, zijn rekeningen niet betaalde maar voor de betaaldatum met stille trom vertrok.
Aangezien de toenmalige verdediging niet alleen maar met vestingen en forten uitgevoerd kon worden, werd ook een zogenaamd ‘veldleger’ gevormd en ingezet die de aanvaller in een zo vroeg mogelijk stadium moest proberen tegen te houden. Als dat veldleger zich terug zou moeten trekken op de stelling van Amsterdam was er wel het probleem waar die troepen, een veelvoud van een normaal vestinggarnizoen, moesten bivakkeren. 
In de 19e eeuw was er een enorme ontwikkeling in de productie van metalen, chemie en textiel zowel in kwaliteit maar vooral in hoeveelheid. Een van de branches waarvoor men zich toen niet schaamde was de wapenindustrie. Deze nam op de toen georganiseerde wereldtentoonstellingen een zeer prominente plaats in. Met trots werden kanonnen, geweren, pistolen en ander wapentuig gepresenteerd. De ontwikkeling van geschut waarmee kogels konden worden afgeschoten uitte zich in een grotere schootsafstand en projectielen met een veel grotere uitwerking. Dat wil zeggen dat voor circa 1860 de toenmalige forten en verdedigingslinies het wel een tijdje 
 
 
 
Sporen in het bos
Restanten van deze stelling zijn bijvoorbeeld te vinden in ‘Werk 4’ bij het Spant theater in Bussum, de werken bij de Karnemelksloot, de betonnen schuilplaatsen op de Fransche kamp en kleine restanten van de veldversterking tussen Naarden en Huizen. 
Dit artikel gaat over de restanten die nog zichtbaar en vindbaar zijn tussen de Gooimeerkust bij de Aalberg en de Nieuwe Bussummerweg.
In Tussen Vecht en Eem (nr. 1, maart 2001) is een uitgebreid artikel van J.S. van Wieringen verschenen over de ‘Voorstelling van Naarden’ met een gedegen historische onderbouwing. Ook is er een fietsroute die de Historische Kring Huizen regelmatig organiseert onder leiding van ons lid Jan Rebel waarbij de restanten van deze stelling bezichtigd kunnen worden.
Dit artikel beoogt de wandelaars die door de prachtige omgeving van ons dorp lopen een stukje kennis mee te geven over wat die rare gaten, gleuven en rillen in onze omgeving voor oorsprong hebben. De meeste sporen van de stelling zijn reeds totaal of grotendeels verdwenen.
Vaak wordt gedacht bij het woord “Linie” aan een loopgraaf die een lijn voor of om een bepaald gebied loopt maar niets is minder waar. Een linie bestond echter uit een groot aantal onderdelen: 
-- De loopgraaf “infanterie schans” waarin de verdedigers stonden en, zo gedekt voor de aanvaller, deze konden bestoken met geweren en machinegeweren.
-- Prikkeldraadversperringen voor de loopgraaf zodat de aanvallers niet ongehinderd naar voren konden rennen.
-- Een droge gracht ook weer om de aanvaller het leven moeilijker te maken en te zorgen dat geen zwaar materiaal de linie makkelijk kon bereiken.
-- Achter de infanterie schansen en de verbindende loopgraaf werden extra loopgraven aangelegd als back-up voor de voorste loopgraaf. Met uiteraard loopgraven die de voorste en meer naar achteren gelegen loopgraven met elkaar verbonden.
-- In de schansen/loopgraven werden schuilhutten gebouwd waarin de verdedigers konden rusten en schuilen bij regen en inkomende projectielen.
 
Schuilplaats.
-- Meer naar achteren werden extra schuilplaatsen gebouwd als verzorgingsplaats, verbandplaatsen, communicatie centrales (telefooncentrales met een telefoondraad), commandoposten etc. 
-- Deze hele linie werd extra beschermd door artilleriestellingen die achter de loopgraven lagen en het gebied voor de stelling extra onaangenaam moesten maken voor de aanvaller en mogelijke artillerie van de aanvaller uitschakelen of op afstand houden. Een veldversterking was dus tot wel een paar honderd meter diep.
Bekijkt men de oude foto’s van de diverse onderdelen dan ziet er dat in onze ogen wel erg licht en dicht uit. Men moet echter bedenken dat wij ondertussen twee wereld oorlogen verder zijn en dus twee sterke ontwikkelingen in dit soort zaken hebben doorgemaakt.
Wat we nog kunnen herkennen 
De Aalberg was het meest oostelijk gelegen deel van de linie. Aan de Aalbergweg is de zijkant van de weg duidelijk verhoogd. Achter die verhoging ligt een ‘pad’ dat echter zo precies in een rechte lijn naast de weg ligt dat dat waarschijnlijk de overblijfselen zijn van een loopgraaf of iets wat daar op heeft geleken. 
Tussen de Aalbergweg en de zuidelijkste punt van de NKC camping loopt een kronkelige weg met vooral in het midden langs het pad een paar forse verdiepingen. Dit is een zg. naderingsloopgraaf geweest om beschut 
 
 
 
’t Hoëge Nest
Tekening Henk Bout
 
Als kind woonde Henk Bout in Blaricum maar ging vaak op bezoek bij zijn opa en oma in Huizen. Daar speelde hij met zijn neefjes en nichtjes buiten. Maar zijn oma zei altijd: ‘nijt verder dan ’t Hoëge Nest. Veel later tekende hij dat huis waar hij toen niet mocht komen.
Klederdrachtgroep Huizen 
 
 
Daarna is grootste deel der medici driemaal gepromoveerd en daarmee bevoegd de genees-, heel- en verloskunde volledig uit te oefenen.
Dankzij het Tweede Kabinet Thorbecke (1862-1866) wordt in 1865 de medische opleiding volledig gewijzigd. Een vijfjarige universitaire studie, gevolgd door een tweejarige praktische opleiding in ziekenhuizen, leidt op tot de beschermde titel van genees-, heel- en verloskundige (arts), aan welke titel de bevoegdheid is gekoppeld de geneeskunde volledig (inwendig en uitwendig) uit te oefenen. Hiermede komt het vakgebied in de buurt van de wijze waarop die tot op heden is georganiseerd*.
Het medisch leven in de 19de eeuw
Vanaf 1820 worden in de Provinciale Bladen van alle Nederlandse povincies decreten gepubliceerd waarin staat welke medici zijn toegelaten in de betreffende provincie. Ook wordt daarbij melding gemaakt van de gereedschappen, die gebruikt moeten worden en die aanwezig moeten zijn bij een controle. Tevens wordt een lijst opgenomen van alle toegestane geneesmiddelen, die uiteraard hoofdzakelijk homeopatisch zijn, omdat er destijds nog geen sprake was van chemische middelen.
* voor een uitgebreidere inleiding verwijs ik graag naar de publicatie “CHIRURGIJNS, DOCTOREN, HEELMEESTERS en ARTSEN op het eiland Walcheren 1700-2000”. Deze is te vinden via de website: fdocuments.nl/document/chirurgijns- doctoren-heelmeesters-en-artsen-3-chirurgijns-doctoren- heelmeesters.html
 
 
Provinciaal Blad van Noord-Holland uit 1831. Links: opgaven van bevoegde vroedvrouwen, drogisten en tandmeesters, rechts: begin van de opsomming der toegestane geneesmiddelen.
 
Herkent u dit nog?
Klaas Schipper
erkent u dit nog?