
De Ratel Gaet
Opnieuw hebben we wat betreft de zichtbare HKH-activiteiten weer een stille periode achter de rug in deze wintermaanden. De coronabeperkingen in die periode waren gedeeltelijk ook de oorzaak dat onze archiefwerkzaamheden enkele weken niet door konden gaan of op een laag pitje met beperkt bezoek. Ook dit jaar weer hulde aan onze vrijwilligers die ondanks alles gewoon door buffelen.
Er kwam een mooie dikke, kleurige en frisse december-Ratel uit. Goed werk van de veel elan uitstralende verjongde Ratel redactie. Dank daarvoor!
Eind december droeg Rob de Slegte zijn secretaristaken over aan zijn beoogde opvolger Pernelle Kriek-Kruijmer (ze stelt zich voor elders in de Ratel). Hopelijk ontvangt zij in onze ALV in maart goedkeuring om in functie te treden. Intussen draait zij mee in het bestuur en draagt ook al bij aan ons functioneren. We komen dan als bestuur weer op vier personen, maar blijven zoeken naar meer (bestuurs-)leden om de vele onderwerpen waar aandacht voor nodig is goed te behappen en onze kwetsbaarheid te verkleinen. Heeft u zin of weet u een goede kandidaat? Dank aan Rob voor de inbreng afgelopen jaar in het bestuur en we zien uit naar zijn daadkracht als redactielid van de Ratel.
T.a.v. onze opslagfaciliteiten in het oude postkantoor werkt de gemeente aan een nieuwe garantiedatum, waarvan de vorige inmiddels is verlopen. Hoe lang we nu weer respijt gaan krijgen moeten we afwachten. Ondertussen blijven we op zoek naar een permanente (opslag-)ruimte.
De afbouw van coronamaatregelen geeft ons de kans om op 17 maart weer een Algemene Ledenvergadering en de (al twee maal eerder geplande) lezing te houden over “Klimaat, zeespiegel en landschap veranderingen in de afgelopen 250.000 jaar”; hopelijk met drie maal scheepsrecht lukt het wel! En nog in ’t Visnet; wellicht de laatste keer.
Begin maart krijgen we volgens de planning de vervolgresultaten van de studie naar de toekomst van het museum te horen. Maar wij verwachten niet dat de dan bijna afgetreden gemeenteraad daar nog besluiten over gaat nemen. Er zal, denken wij, nog een lange periode van discussie gaan volgen. Onderwijl blijven we worstelen met het gebrek aan ruimte in het Schoutenhuis.
HKH-bestuursleden hebben in december 2021 deelgenomen aan de thema-avonden over de Omgevingsvisie Huizen. Gepland staat deelname aan het cultuurplatform van de gemeente. Ook voor dit soort onderwerpen zou u zich namens de HKH kunnen inzetten.
En nu weer een mooie nieuwe Ratel met een palet aan onderwerpen. Geniet ervan en blijf gezond!
Welkom secretaris: Pernelle Kriek-Kruijmer
Zoals hiervoor al aangekondigd door de voorzitter mag ik sinds begin dit jaar de rol als secretaris invullen. Graag stel ik mij hierbij aan jullie voor.
Mijn naam is Pernelle Kriek-Kruijmer en ik woon met mijn man in Huizen. Samen hebben we vier kinderen, waarvan twee zoons op de basis-
school en twee dochters op de middelbare school zitten. Op dit moment ben ik fulltime moeder en ben ik o.a. categorievertegenwoordiger voor de jongste jeugd bij voetbalvereniging SV Huizen en ben ik actief bij de Hervormde Gemeente Huizen als secretaris voor de jeugdraad.
Al van jongs af aan heeft de historie van Huizen mijn belangstelling en vind ik het leuk om over Huizen te lezen en het een en ander te verzamelen. Zelf ben ik opgegroeid met het Huizer dialect doordat dit vaak in familieverband gesproken werd. Ik herinner me ook nog goed mijn oudtantes die dagelijks Huizer klederdracht droegen en waar wij op bezoek gingen.
Inmiddels ben ik al heel wat jaren lid van de Historische Kring en kom ik geregeld naar de excursies of ledenavonden. Hopelijk kunnen die ook snel weer georganiseerd worden.
Toen Klaas Schipper mij vroeg of ik belangstelling had om Rob de Slegte op te willen volgen als secretaris heb ik daar eigenlijk niet zo lang over hoeven nadenken. Inmiddels draai ik mee in het bestuur en hoop ik een positieve bijdrage te kunnen leveren aan de Historische Kring Huizen.
Hopelijk tot ziens op de Algemene Ledenvergadering op 17 maart a.s.
Van de redactie
De eerste Ratel van 2022 is gevuld met een varia aan bijdragen. Eer zijn artikelen bij waar ik altijd het eerste aan denk als ik het woord Historisch hoor, dus ‘oud’. In die categorie valt bijvoorbeeld de rubriek Wie kent ze nog. Maar in dit nummer komt ook de meer actuele geschiedenis aan bod.
Neem bijvoorbeeld het hoofdartikel De Crocq Aromatics, de fabriek van geur- en smaakstoffen aan de IJsselmeerstraat die op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst is en ook voor onze kinderen bewaard blijft als voorbeeld van industrieel erfgoed. Op de omslag ziet u het wapenschild van de familie Du Crocq. Familiewapen en tevens handelsmerk van Du Crocq, naar aanleiding van het artikel op pagina 5. Het wapen zat oorspronkeiljk op een smeedijzeren hekwerk dat in de hal op de begane grond, vóór de glazenwand stond.
Soms is de geschiedenis een reflectie hoe het nu is en hoe het vroeger was, wat u onder meer leest in de artikelen over het Bad Vilbelpark en over de omgeving van de E. Ludenstraat en de Vijfhoekstraat. En zeker in het langere artikel Huizen, van esdorp tot ‘stad aan het water’ leest u over de ontwikkeling en de veranderingen van Huizen.
Een vereniging als de Historische Kring Huizen legt verantwoording aan haar leden af. U wordt van harte uitgenodigd voor de Algemene Ledenvergadering op donderdag 17 maart maar a.s. in ’t Visnet. De agenda voor de vergadering en het jaarverslag van de vereniging leeste u in dit nummer. Aansluitend op de vergadering geeft Wout Goetzee een presentatie over Klimaat, zeespiegel en landschap verandering. Ik hoop dat ik u tref op de vergadering.
Ik wens u namens de redactie veel leesplezier toe.
Frits Egmond
Het wapenschild van de familie
Du Crocq
Wie kent ze nog
Klaas Schipper
Wie kent ze nog?
Bij deze een foto van het voetbalelftal van Huizen in het begin van de vijftiger jaren. De man zittend rechts op de foto is Jan Veerman. Beter bekend als Jan van Lammertjen.
Du Crocq Aromatics
Frits Egmond Du Crocq Aromatics
Als ik van mijn wandeling over de Wolfskamer terugloop naar de IJsselmeerstraat kijk ik altijd graag naar het gele gebouw aan de overkant, een echte blikvanger. In het gebouw is nu de Lasergame Arena gevestigd, maar het gebouw was de fabriek van Du Crocq, fabrikant en handelaar in reuk- en smaakstoffen.
Dit is het eerste van twee artikelen over Du Crocq Aromatics. In dit artikel komen de bouwkundige aspecten aan bod. Hiervoor citeer ik veel uit het rapport dat de heer J.A. van der Hoeve voor de gemeente heeft opgesteld. In het juni-nummer van de Ratel in 2021 schrijf ik over de oprichter, de heer Du Crocq, en het bedrijf dat met zijn fabriek en hoofdkantoor in Huizen een succesvol bedrijf was met vestigingen in meerdere landen en dat zijn producten exporteerde naar alle delen van de wereld.
In de gemeenteraadsvergadering van 3 juni 2021 heeft de ChristenUnie vragen gesteld over de cultuurhistorische waarden van het fabrieksgebouw van Du Crocq Aromatics aan de IJsselmeerstraat als industrieel erfgoed. Om de cultuurhistorische waarden van dit gebouw vast te stellen hebben B&W aan het bureau voor bouwhistorisch onderzoek J.A. van der Hoeve gevraagd om een bouwhistorische verkenning en waardestelling op te stellen. In augustus 2021 is het onderzoek verschenen.
Bouw van de fabriek Du Crocq
Na zijn diensttijd startte de heer Jean A. du Crocq jr. in 1932 het bedrijf onder zijn eigen naam. In een moeilijke tijd met grote werkloosheid begon hij in de garage van zijn ouders in Bussum. Hij verwierf van een Frans bedrijf voor de grondstoffen voor parfums en cosmetica de exclusieve rechten voor Nederland en België. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het bedrijf en verhuisde Du Crocq naar een oude melkfabriek in Blaricum.
De groei zette zich voort en in 1955 werd in Huizen een fabriek gebouwd van vier verdiepingen, bestaande uit drie bouwlagen en een kelder. De bouwaanvraag van 22 januari 1955 leidde al op 3 februari tot een vergunning. Architect was J.P. Vos. Vermoedelijk nog voor aanvang van de bouwwerkzaamheden vond er een aanvullende bouwaanvraag plaats voor uitbreiding van de kelder onder het hoofdtrappenhuis. De aanvraag ingediend op 22 maart, vergunning verleend op 30 maart 1955. In het gebouw werden de kantoren, laboratoria voor research en de fabriek gehuisvest.
De fabriek begon in 1957 met de productie van aromaten voor geur- en smaakstoffen, zo blijkt uit een milieuvergunning. In het begin van de jaren zestig zijn op het achterterrein van de fabriek enkele bijgebouwen gerealiseerd.
Fabriek van Du Crocq aan de IJsselmeerstraat.
Du Crocq Aromatics
De fabriek heeft gefunctioneerd tot in de jaren negentig van de 20e eeuw. De laatst gevonden mededeling over het functioneren van de fabriek was de aanvraag van een hinderwetvergunning in 1993. De fabriek is gesloten in 1995, de firma Du Crocq is in 2014 uitgeschreven uit het handelsregister.
Beschrijving
Het voormalig hoofdgebouw van de fabriek van Du Crocq ligt op het bedrijventerrein, ten westen van de Oude Haven. Het fabrieksgebouw van Du Crocq is een langgerekt drielaags gebouw met een plat dak (fabrieksvleugel), voorzien van een haaks aansluitend entreegebouw met hoofdtrappenhuis van gelijke hoogte (hoofdtrappenhuis). Omdat de gevels van het hoofdtrappenhuis iets hoger opgetrokken zijn als borstwering van het platte dak, lijkt dit deel van het gebouw iets hoger. Het platte dak loopt echter zonder onderbreking door, wat op de foto duidelijk is te zien.
Platte dak achter de borstwering.
Het hoofdtrappenhuis is een drielaagse ruimte, die grotendeels wordt ingenomen door de trap tussen de begane grond en de eerste verdieping. Er is sprake van een betonnen trap met een stalen leuning, voorzien van een royaal uitgevoerd tussenbordes tegen de voorgevel. De vloer van het tussenbordes heeft een podium, dat nu wordt gebruikt voor het tentoonstellen van machineonderdelen uit de fabriek van Du Crocq. Het trappenhuis wordt verlicht door twee hoge stalen vensters van de voorgevel. Onder de trap naar de eerste verdieping bevindt zich ook nog de open keldertrap, eveneens voorzien van een stalen leuning. De vloeren en treden van de trappen zijn bekleed met natuursteen. De wanden en het plafond zijn gepleisterd en gewit. Op de zijwanden zijn in 1963 grote fresco’s aangebracht, uitgevoerd door de internationaal bekende Hongaarse schilder Lajos Tscheligi.
Compilatie van vier bouwfoto’s uit 1955 (reproductie Coronel).
Waarde als monument
De fabrieksgebouw van Du Crocq is een kenmerkend voorbeeld van de naoorlogse fabrieks- en bedrijfsbebouwing in Huizen. Vanaf de jaren tachtig van de 20e eeuw veranderde het gebied aan de IJsselmeerstraat van bedrijventerrein naar een woon- en recreatiegebied. Slechts sporadisch zijn bedrijfsgebouwen behouden gebleven, die in een herbestemde vorm herinneren aan de bedrijvigheid langs de haven. Voorbeelden hiervan zijn de kalkovens (provinciaal monument), de visrokerij/restaurant Haven van Huizen (rijksmonument) en de energiecentrale van BNI/De Krachtcentrale. De stedenbouwkundige waarden van het fabrieksgebouw Du Crocq zijn gering, omdat de oorspronkelijke ruimtelijke context als bedrijventerrein grotendeels is verdwenen. Er is geen relatie meer met de oorspronkelijke verkaveling en inrichting als bedrijventerrein.
Het fabrieksgebouw is in zijn massa en architectuur kenmerkend voor de wederopbouwperiode, tevens sterk beïnvloed door de architectuur van de bekende en toonaangevende architect W.M. Dudok. Over de betrokken Bussummer architect J.P. Vos is weinig bekend, afgezien van enkele gerealiseerde woongebouwen in het Gooi. Kenmerkend voor deze fabriek zijn de blokvormige bouwmassa, de gevels in gele strengperssteen, de gele-
Hoge vensters in de voorgevel van het hoofdtrappenhuis met een kunstwerk van Tscheligi.
ding van de gevels met pilasters, de betonnen deklijsten en lateien, en de stalen ramen (merendeels met keramische raamdorpelstenen). Met name de voorgevel van de fabrieksvleugel heeft een representatief karakter door zijn strenge geleding, de toepassing van pilasters en de travee-brede stalen roedenramen, en de kenmerkende betonluifel tussen begane grond en eerste verdieping. De blinde uitvoering van de tweede verdieping maakt het gebouw rijziger in aanzien en onderstreept het representatieve karakter van het fabrieksgebouw, mede door de rondboogopening met achterliggend portiek, de smalle, hoge stalen vensters van het trappenhuis en de vlaggenmast.
Het hoofdtrappenhuis is de enige binnenruimte met een representatief karakter, zowel door zijn ruimtelijke opzet met een hoge, royaal verlichte hal, de afwerking van de vloeren en betonnen trappen met natuursteen, en de decoratieve wandschilderingen.
Het gebouw heeft een eenvoudig staalskelet, bestaande uit gestapelde stalen gebinten met dubbele kolommen. De dragende buitengevels zijn uitgevoerd in baksteen, versterkt door middel van (uitwendige of inwendige) pilasters in de voor- en achtergevel ter plaatse van de opleggingen van de gebinten. Er is gebruik gemaakt van gewapende baksteenvloeren met een betonnen drukvloer (NEHOBO-vloeren). Deze staalconstructie met vloerconstructies in de vorm van NEHOBO-vloeren hebben positieve monumentwaarden, omdat ze kenmerkend zijn voor de bouwperiode kort na de Tweede Wereldoorlog.
Het fabrieksgebouw heeft cultuurhistorische waarden als herinnering aan de fabriek van Du Crocq Aromatics, oorspronkelijk gelegen op een bedrijventerrein bij de Oude Haven. Het herinnert daarmee aan het industriële verleden van dit gebied. De naam van de fabriek is nog afleesbaar op de gedenksteen naast de hoofdentree, die herinnert aan het leggen van de eerste steen door de toentertijd 8-jarige Jeanne Antoinette du Crocq (1955). Du Crocq was in Nederland een van de weinige fabrieken voor de productie van reuk- en smaakstoffen. De schilderingen in het trappenhuis verwijzen naar grondstofwinning, productie en gebruik.
Er zijn nog diverse resten van installaties en voorzieningen bewaard gebleven. Noemenswaard zijn onder meer de luifels in voor- en achtergevel, het laad- en losplatform en de hijsinstallatie met hijsluiken in de achter-
Du Crocq Aromatics
gevel. Op de begane grond zijn dat de weegschaal, de zolder bevat nog een handlift en een expansievat.
Het bedrijfsgebouw van Du Crocq kan binnen de context van de gemeente Huizen als zeldzaam worden gekwalificeerd.
Venster op eerste verdieping en hijsdeur op tweede verdieping.
Op basis van de aanbevelingen van het onderzoek van de heer Van der Hoeve zou het gebouw gemeentelijk monument kunnen worden. Al geldt dat niet voor alle delen van het gebouw, want dat zou praktisch kunnen betekenen dat het gebouw geen andere bestemming kan hebben dan die van een fabriek. Als monument zijn nu opgenomen: de gehele voorgevel met kozijnen, de hoofdentree en hal inclusief de wandschilderingen en de hoofddraagconstructie.
Als ik weer een wandeling over de Wolfskamer ga maken en parkeer bij de camperplaatsen zal ik minder onbevangen en met meer kennis dat mooie gele gebouw waarderen. Fijn dat het behouden kan blijven.
Luchtfoto fabrieksgebouw.
Bronnen:
- Huizen, fabriek Du Crocq (IJsselmeerstraat 314) - Bouwhistorische verkenning - Bureau voor bouwhistorisch onderzoek J.A. van der Hoeve – Augustus 2021
- Brochure Du Crocq Aromatics International B.V.
- 50 years of specialized and personal attention - An interview with the founder Jean A. du Crocq – Huizen, September 1982
Van de werkgroep Huizer Dialect
Angezien de vollëgende letter de letter C is en daer nijt zoëvuul woorden van binnen, hem ik mar ëdocht óm dee d’r gelijk mar bij te doeën. ’t Binnen woorden dee nijt allemol echt Huizers binnen, mar wel wurden gebruikt in ’t darp.
Clandestien Stiekem
Claxon Toeter
Closetpapier Wcpapier
Coach Trainer
Condens Wasem
Consument Klant
Contant Bótter bij de vis
Camping Tentenkamp
Canapé Divan
Cement Specie
Centimeter Duim
Chaos Zeutje
Chauffeur Bestuurder
Chef Baas
Chloor Bleekwater
Cremeren Ópstoken
Ómdat ik in ’t de vurrige blad een gedichie mot een A d’r bij ëdaen had, docht ik, hier dan ók mar een gedichie bij. En toovallig begint tie dee mol mót een B.
België
’t Langd van onze zuierburen
Vanuit ’t darp mar een uurtjen sturen
Oëk België legt an zee
En ze praten daer mot een zachte G
We maken over de Belgen vuul moppen
En sómmige blijken ók echt te kloppen
Want ze fietsen van Luik naer Bastenaken en weer vróm
As je dat doeënen, dan bin je toch wel dóm
Waaróm ze dat doeënen, ik zou ’t nijt weten
Ze binnen zeker wat vergeten
De Belgen binnen ók héël fier
Óp ’t maken van hullie bier
Een pintjen ónger ’t werk, dat mót kannen
En dat is daer meuilijk uit te bannen
Toch hemmen ze wel verstangd van zaken
Want ze kannen van water geld maken
Want ’t water dat ze in Spa vur niks uit de uit gróngd halen
Daer laeten ze ons in Nederlangd dik vur betalen Mar bin je in ’t langd van onze zuierburen
Dan weet je, ’t darp is mar een uurtjen sturen.
Klaas van IJs van Jaap en Jannemeut van IJzuk.
Ik het ’t ëneumd, België.
De vollëgende Ratel de letter D.
Bewoners boerderij ‘Oud-Naarden’
Lies Schaap, Ede.
Bewoners boerderij ‘Oud-Naarden’
In De Ratel van december 2021 stonden twee boeiende interviews! In één daarvan was mevrouw Vedder-Troost aan het woord. Zij vertelde o.a. dat zij het grootste deel van haar leven gewoond had op de boerderij van Oud-Naarden, ook wel - bij ouderen - bekend als “de boerderij van Troost”, genoemd naar haar vader.
Zoals gezegd een boeiend verhaal, dat echter om nog een andere reden onze aandacht als familie trok. Op die boerderij werd namelijk een grootmoeder van ons geboren. Te weten Geertruida Manten, die later zou trouwen met Klaas Schaap. Onze grootouders van vaders zijde.
Mevrouw Vedder wist niet goed wie de vroegere bewoners van de boerderij waren geweest. Daarom hierbij nog een kleine aan vulling. Van 1864 tot 1867 woonde daar Jan Manten als pachtboer. Hij was geboren in 1834 in Loosdrecht. Hij trouwde in 1864 met Maria Manten en het echtpaar ging op de boerderij van Oud-Naarden wonen.
Toen in het jaar 1867 hun tweede dochter – Geertruida – was geboren gingen zij er weer weg. Te weten naar Huizen, waar Jan tot 1884 op de pachtboerderij van het landgoed Oud-Bussem werkte. Vervolgens verhuisde het gezin naar Eemnes. Daar overleed Jan in 1909. Hij was toen 75 jaar.
Jan Manten was een zoon van Dirk Manten (1789 -1854) en Aaltje Sypesteyn (1792 -1852), beiden geboren, woonachtig en overleden in Loosdrecht. Zij kregen 9 kinderen. Jan was het achtste kind. Met Maria Manten kreeg hij 7 kinderen. Maria overleed in Eemnes in 1923 op 84 jarige leeftijd.
Geertruida Manten was – misschien – maar enkele maanden oud toen zij in 1867 met haar ouders en haar zusje Aaltje van Oud Naarden naar Oud-Bussem verhuisde. Toen zij 17 jaar was vertrok het gezin vandaar naar Eemnes en Trui bleef daar bij haar ouders wonen. Tot zij in 1904 trouwde met Klaas Schaap. Zij woonden in Huizen, tot 1933 op Meentweg 2. (Tegenwoordig is dit huis genummerd aan de J.L. van Osstraat). Vervolgens op Lindenlaan 84a. Zij kregen een zoon en een dochter: Lambert en Marretje. Trui en Klaas stierven kort na elkaar in het voorjaar van 1945. Beiden 77 jaar oud.
Jan Manten en Maria Manten op latere leeftijd.
Anthonie Rebel
Martin Geers Anthonie Rebel, plattelands heel- en vroedmeester te Huizen 1810-1877
Anthonie Rebel is geboren te Huizen op 24 januari 1810 als derde zoon van Hendrik Cornelisz. Rebel, fabrikant & burgemeester van Huizen (1827-1851)
en Ebbetje Adrianus Kooij.
Hij groeit op in een familie, die gedurende de eerste helft van de 19de eeuw van invloed is geweest in Huizen, de Rebellen “leverden” een 4-tal burgemeesters: oom Jacob (1813-1817), diens zoon, neef Cornelis Willem (1853-1868), vader Hendrik (18271851) en broer Adrianus (1851-1853).
Over Anthonie’s jeugd is weinig bekend in de openbare bronnen. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij zijn medische opleiding gedaan aan de “klinische school” (een 4-jarige opleiding) in Haarlem, want op 12 juni 1833 wordt hij daar toegelaten tot het uitoefenen van het vak van plattelands heel- en geneesmeester en vroedmeester, een combinatie die niet vaak voorkomt.
Anthonie gaat aansluitend op de voltooiing van zijn studie op 12 juli 1833 naar Oosthuizen en Hobrede (thans onderdeel van de gemeente Edam-Volendam) en begint daar een praktijk. Op 21 september 1834 keert hij even naar Huizen terug om daar te trouwen met Jannetje Ploos van Amstel (Huizen, 15 april 1808 – Oosthuizen, 5 november 1836). (Aardig om te weten is dat de broers Anthonie en Adrianus beiden een dochter van Jan Ploos van Amstel en Jannetje Kooij trouwen: Adrianus trouwt Adriaantje en Anthonie trouwt Jannetje.)
Na een jaar wordt in Oosthuizen het eerste kind geboren. Ebbetje ziet het licht op 8 september 1835, zij komt op 21 maart 1901 in Huizen te overlijden. Na een jaar komt de tweede spruit: Jan. Hij wordt in Oosthuizen geboren op 18 oktober 1836, maar overlijdt al op 5 november van datzelfde jaar, 7 uur na het overlijden van zijn moeder aan een ‘uitteerende ziekte’, 28 jaar oud. Het huwelijk tussen Anthonie en Jannetje heeft slechts twee jaar mogen duren. Na ongeveer anderhalf jaar treedt Anthonie op 18 februari 1838 voor de tweede keer in het huwelijk, nu in Oosthuizen. Hij trouwt daar met Catharina Peereboom (Edam, 11 oktober 1815 – Oosthuizen, 23 juli 1841). Catharina is de dochter van Klaas Peereboom, koopman en Grietje Pauw.
Na iets meer dan zeven maanden wordt op 27 september 1838 in Oosthuizen het eerste kind van Anthonie en Catharina (ook soms Kaatje genoemd) geboren, Grietje. Helaas wordt de kleine meid slechts iets meer dan een jaar oud. Zij sterft op 19 november 1839 te Oosthuizen.
Op 9 maart 1841 komt er een tweede kind bij Anthonie en Catharina, een tweede Grietje. Deze blijft heel wat langer leven. Zij overlijdt op 73-jarige leeftijd op 10 november 1911 in Huizen. Moeder Catharina wordt ook niet oud. Op 23 juli 1841 overlijdt zij in Oosthuizen, op 25-jarige leeftijd.
Nu zit Anthonie met een dokterspraktijk en twee jonge kinderen, de 5-jarige Ebbetje en de pas geboren Grietje. Wellicht dat Anthonie gedurende een aantal jaren een kinderjuffrouw of anderszins hulp heeft gehad, want na tien jaar trouwt Anthonie pas voor de derde keer.
Op 23 december 1847 verschijnt in de Opregte Haarlemsche Courant een advertentie, waarbij hij zijn praktijk in Oosthuizen te koop aanbiedt.
Na verloop van tijd heeft Anthonie een zekere Johanna van Dillewijn leren kennen, wellicht tijdens een bezoek aan zijn neef, Cornelis Willem. Johanna van Dillewijn (Naarden, 20 januari 1803 – Wormerveer, 20 november 1884) is de dochter van Jan van Dillewijn, een Naarder broodbakker, en Grietje Vuijst en is de huishoudster van neef Cornelis Willem.
Anthonie en Johanna trouwen op 26 januari 1851 te Huizen. Johanna is dan 48 jaar oud en Anthonie 41 jaar.
Op 12 maart 1860 assisteert Anthonie, samen met zijn Huizer collega Gerrit Bolkestein (jazeker, de betovergrootvader van VVD-prominent Frits Bolkestein) en andere collega’s uit Naarden en Laren, bij een keizersnede door de plaatselijke genees- en heelmeester Mol te Naarden. Op dat moment waren keizersnedes geen dagelijkse kost, per jaar werden er slechts enkele uitgevoerd.
Als in augustus 1861 zich een grote hagelramp voltrekt boven het dorp ondertekent Anthonie mede een oproep in de dagbladen voor een financiele bijdrage ter leniging van de nood. In hetzelfde jaar verzorgen Anthonie en zijn collega Gerrit Bolkenstein de koepokvaccinatie bij de Huizer bevolking. Gevolg: bij Koninklijk Besluit No. 61 van 5 mei 1862 wordt aan Anthonie en Gerrit Bolkenstein een zilveren medaille uitgereikt vanwege hun verdienstelijk gedrag bij de gratis koepokvaccinatie.
Op 5 september 1871 wordt Anthonie benoemd tot wethouder in Huizen, deze functie oefent hij uit tot 4 september 1877. In die periode gebeuren er waarschijnlijk weinig nieuwswaardige zaken, want in de
Anthonie Rebel
kranten uit die periode is niet te vinden over “wethouder Rebel”.
Opregte Haarlemsche Courant - 8 december 1871
Op 14 juli 1873 zit Anthonie precies 40 jaar “in het vak”. Hiervan wordt kond gedaan in Het Nieuws van de Dag.
Op 26 januari 1876 vieren Anthonie en Johanna hun 25-jarig huwelijk.
Op 30 november 1877 komt Anthonie te overlijden in Huizen. Hij is, volgens de overlijdensaangifte, dan woonachtig aan de Straatweg 268 (oude nummering). In het Algemeen Handelsblad van 9 december 1878 verschijnt een advertentie dat in het verkooplokaal van de heer H.G. Blom diverse boekenverzamelingen, waaronder die van Dr. A. Rebel te Huizen onder de hamer gebracht zullen worden.
Op 15 oktober 1880 verhuist Johanna naar Wormerveer en trekt in bij haar broer Gerrit, die, als jongeling, een Zaanse schone heeft verschalkt en na zijn huwelijk naar Wormerveer is verhuisd. Hij heeft daar een grutterij met een rosmolen. Na vier jaar, op 20 november 1884, komt Johanna daar te overlijden.
Met het overlijden van dochters Ebbetje op 21 maart 1901 te Huizen en Grietje op 10 november te Huizen houdt deze tak van de stamboom Rebel op te bestaan.
Geraadpleegd:
- Willem Meijerman: De Burgemeesters van Huizen, 1813-2017
- www.wieiswie.nl
- www.delpher.nl
- www.waterlandsarchief.nl
De Huizer Historie
heel eerlijk dat ze het vreselijk hebben gevonden dat je Huizer historie die de klederdracht oproept. Inmidhun moeder of oma erin liepen. En zo zorgt haar werk dels is ze ook aan een nieuw project begonnen: een
– Uitnodiging Algemene Ledenvergadering –
Het bestuur van de Historische Kring Huizen nodigt haar leden uit tot het bijwonen van de Algemene Ledenvergadering op donderdag 17 maart 2022.
De vergadering zal worden gehouden in ’t Visnet, de Ruijterstraat 7. Zaal open 19.30 uur, aanvang 20.00 uur.
Programma:
• Opening
• Mededelingen/Ingekomen stukken
• Toe te voegen punten
• Bestuurszaken
• Aftredend de vice-voorzitter Klaas Vos per september 2021
• Aftredend de secretaris Rob de Slegte per 31-12-2021
• Waarneming van de secretarisfunctie door de beoogde nieuwe secretaris
Pernelle Kriek-Kruijmer
• Goedkeuring benoeming secretaris Pernelle Kriek-Kruijmer per 17-3-2022
• Notulen Algemene Ledenvergadering mei 2021 (digitaal gehouden)
• Jaarverslag 2021
• Financieel jaarverslag 2021*
• Verslag kascontrolecommissie en décharge van het bestuur voor het gevoerde beleid
• Benoeming nieuwe kascommissie
• Goedkeuring begroting 2022* en verhoging contributie naar € 17,50 en € 20,-**
• Activiteitenprogramma 2022
• Rondvraag
• Sluiting
* Het financieel jaarverslag 2021 met de begroting 2022 wordt u op verzoek toegezonden en enkele exemplaren zijn ook tijdens de vergadering beschikbaar.
** De motivering van de contributieverhoging staat verwoord in de Ratel van december 2021.
Na de vergadering wordt de avond voortgezet met een presentatie over:
Klimaat, zeespiegel en landschap verandering; toen, nu en morgen in Nederland
Spreker: Wout Goetzee, ex bestuurslid en actief lid van Geologisch Museum Hofland (details elders in de Ratel).
Leden HKH gratis, niet leden €4,- gepast en contant betalen.
Namens het bestuur, Pernelle Kriek-Kruijmer (waarnemend secretaris)
Jaarverslag 2021 Historische Kring Huizen
2021Algemeen
Helaas hebben de coronamaatregelen ook in 2021 geleid tot beperkingen in de activiteiten van de Historische Kring Huizen. Het bestuur kon toch elf keer bij elkaar komen. Daarnaast zijn er twee vergaderingen geweest waarin aan de hand van een visiedocument is gesproken over de uitvoering van de activiteiten van de HKH in 2022 en volgende jaren. In dat kader is bijvoorbeeld in de Ratel van september aan de leden gevraagd wat zij vinden van de Ratel.
Per 31 december 2021 had de Historische Kring Huizen 333 betalende leden (2020: 320 leden). Gedurende 2021 zijn 14 lidmaatschappen beëindigd maar konden 27 nieuwe leden worden ingeschreven. Daarnaast zijn er 101 familieleden zodat ons ledental aan het eind van het jaar 434 bedraagt. De meeste leden, 280, wonen in Huizen tegen 53 leden buiten Huizen. We hebben zelfs een lid op Curaçao. historische beeldarchief van de Historische Kring Huizen heeft voor het meeste beeldmateriaal gezorgd. Ook verzorgde de Historische Kring Huizen de teksten in het boek. Na het verschijnen van het boek is een levendige verzamelwoede en -ruilhandel ontstaan om het boek gevuld te krijgen met alle plaatjes. Een prettig nevenresultaat voor de HKH is geweest dat het boek een aantal nieuwe leden heeft opgeleverd.
Activiteiten
De jaarvergadering die op de agenda stond voor 25 maart kon door de coronamaatregelen niet doorgaan. Ook de nieuwe datum van 11 mei moest om dezelfde reden worden geannuleerd. Omdat de statuten van de HKH bepalen dat binnen zes maanden van het nieuwe jaar een jaarvergadering moet plaatsvinden waarin de jaarstukken en (eventuele) benoemingen moeten worden goedgekeurd is in mei een schriftelijke goedkeuring van de leden gevraagd middels het blad De Ratel en de website van de HKH.
Jaarverslag 2021 Historische Kring Huizen
Op 2 juli kon eindelijk wel een activiteit doorgaan. Onder leiding van Jan Rebel deed een grote groep een fietstocht langs landgoederen en villawijken. Dat gebeurde ook met een restant groepje op 8 oktober. Een wandeling op landgoed Oud Naarden vond plaats op 27 augustus. Het jaarlijkse dag-uitje naar iets historisch in Nederland was jammer genoeg ook te onzeker om georganiseerd te kunnen worden. Op 30 september kon gelukkig wel weer een ledenavond plaats vinden in ’t Visnet. Wim Zwanenburg, bestuurslid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht hield een interessante lezing over het verleden en heden van het waterschap en de betekenis die dat ook heeft voor Huizen. Ruim 50 leden waren erbij aanwezig.
De rondleidingen naar de melkerij van boerderij Oud Bussem die gepland stonden op 5, 12 en 19 november moesten op het allerlaatste moment worden geannuleerd. Er waren meer dan 50 aanmeldingen en de teleurstelling over het niet doorgaan was duidelijk. In november moest opnieuw de beoogde lezingavond worden afgeblazen. In het oude postkantoor aan het Prins Bernhardplein kon gelukkig wel op 26 en 27 november en 2, 3 en 4 december een verkoop worden gehouden van boeken en ander materiaal over Huizen. Klaas Schipper had alles prachtig ingericht. Herhaling ervan in de week voor kerst strandde opnieuw door de beperkingen.
De dialectgroep is een aantal keren bijeengekomen en blijft werken aan aanvullingen op het woordenboek en publicaties van dialect teksten waar dat mogelijk is. De klederdrachtgroep heeft nauwelijks kunnen optreden in 2021, maar enkele leden hebben wel opgetreden in verzorgingshuizen of bij evenementen. Ook zijn er enkele succesvolle optredens van Klaas Schipper en Tony Grolle geweest bij lagere scholen met een gevarieerde presentatie van klederdracht, dialect en dorpshistorie.
De archief-vrijwilligers hebben als in ieder jaar weer vele vragen van historische aard van leden en niet-leden proberen te beantwoorden en de archieven aangevuld met nieuwe feiten en materiaal, vaak ook verkregen door schenkingen aan de HKH. Het scannen van de vele documenten door hen is een toenemende en intensieve taak die steeds meer resultaat oplevert. Met de nieuw ontstane zeer actieve groep oude-begraafplaats-opknap voorstanders zijn de contacten geïntensiveerd om samen vorm te geven aan verbetering ideeën rond dit recent tot monument verheven stuk Huizer historie. Hopelijk kan onze rondleiding daar in 2022 weer gestalte krijgen.
De boekverkoop loopt gelukkig gestaag door, maar vraagt ook om een nieuwe visie hoe de digitale ontwikkeling van erfgoed conservatie moet plaatsvinden.
Ratels en column in het Nieuwsblad voor Huizen
Geheel volgens plan zijn er in 2021 vier Ratels verschenen. Helaas heeft Klaas Vos moeten besluiten de redactionele verantwoordelijkheid voor de Ratel niet meer te kunnen dragen. We zijn blij dat Frits Egmond interesse heeft getoond en samen met Rob de Slegte en Wendy van Noppen de redactie wil voeren. Met ingang van het septembernummer is de Ratel voor het eerst ongevouwen verstuurd in doorzichtig afbreekbaar folie van rietsuiker. Vanaf het decembernummer is de Ratel voor 50% in kleur gedrukt. Gaandeweg zullen nog andere aanpassingen plaatsvinden waarmee we verwachten de Ratel nog aantrekkelijker te maken.
De column in het Nieuwsblad voor Huizen die de HKH iedere de maand mag schrijven wordt goed gelezen. Bij toerbeurt leverenen Klaas Schipper, Frits Egmond en Klaas Vos mooie bijdragen.
Ook op facebook zijn wij ons voorzichtig meer gaan roeren met meer ambities in 2022.
Huisvesting
De huisvesting van de HKH is al jaren een onzekere factor. De archiefruimte die we gebruiken in het museum is veel te klein. Het archief dat we beheren breidt wekelijks uit met als gevolg dat we letterlijk en figuurlijk uit ons jasje beginnen te scheuren. De zeer waardevolle en o zo kwetsbare kledingdracht collectie alsmede de voorraad boeken is ondergebracht in het oude postkantoor. Die ruimten worden beschikbaar gesteld door de gemeente maar gelden steeds voor een paar maanden omdat de betreffende panden tegen de vlakte gaan. Het is een verre van ideale oplossing. Zicht op een vaste locatie waarin al het historisch materiaal onder goede condities kan worden bewaard en uitgebreid is er niet. De kas van de HKH laat helaas ook geen dure huur/koop toe. In de verschillende onderzoeken die worden uitgevoerd naar de toekomst en de locatie van het Huizer Museum lift de HKH mee. Ook daarvan zijn de uitkomsten vooralsnog onzeker.
In de zomer heeft Klaas Vos aangegeven zijn bestuursfunctie van vicevoorzitter te willen beëindigen. Ook zijn redactionele werkzaamheden voor de Ratel heeft hij gestopt. In november heeft Rob de Slegte aangegeven zijn bestuursfunctie als secretaris per 31 december te beëindigen. Pernelle Kriek-Kruijmer heeft interesse getoond in een bestuursfunctie en wil de rol van secretaris vervullen. Zij heeft een gewortelde Huizer achtergrond en beschikt over een ruime interesse en netwerk die de HKH zo hard nodig heeft. Het bestuur is voornemens haar te benoemen als bestuurslid en secretaris en dat op de ALV van 17 maart 2022 aan de leden voor te leggen. Geïnteresseerden in bestuursfuncties inclusief de vacante rol van vicevoorzitter, worden van harte uitgenodigd dat kenbaar te maken bij de voorzitter.
Subsidie van de gemeente Huizen aan de HKH
In 2021 heeft de HKH een subsidie van € 1000 gekregen van de gemeente Huizen. De aangekondigde verdere afbouw van deze subsidie wordt in 2022 verlaagd naar € 730 en wordt in 2023 nihil. Het om-niet gebruik van de archief/vergaderruimte in het Huizer Museum duurt gelukkig voort.
Omgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat
Dick Kos
mgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat, in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw
DEEL 1 - inleiding
Dit artikel is ontstaan naar aanleiding van de voorgenomen sloop van de voormalige timmerfabriek van Theo Kos aan de E. Luden-
straat 42-44.
De hele reeks huurhuizen aan de evenzijde van de Gooilandweg, van perceelnummer 16 tot en met perceel 248, is grotendeels in de tweede helft van de jaren 50 van de vorige eeuw gebouwd. Er was één blok van drie huizen die koopwoningen waren en wel de perceelnummers 72 en 70 en het huis met adres E. Ludenstraat 46 dat op de hoek van de Gooilandweg ligt. In laatstgenoemd huis woonde Theo Kos met zijn gezin.
Middenin het blok woonde de familie Fransen en op de andere hoek woonde de familie Van der Hulst. In hun huis was later de praktijk van tandarts Verlinden gehuisvest. Ik ben zelf opgegroeid in het huis daarnaast op nummer 74. Een hoekhuis met grote oprit en grote achtertuin, waar mijn vader altijd een moestuin hield.
Het was in die tijd prachtig om daar op te groeien. Ik ben een kind van de jaren 60 en we keken toen vanuit ons huis over de weilanden van de Oostermeent heen. De grote weg voor ons huis was met autoverkeer een stuk rustiger dan het nu is. Pas in 1975 werd in Huizen de 25.000e inwoner geboren, dus er waren ook minder mensen.
De zijstraat dicht bij ons huis, de E. Ludenstraat, was nog geen doorgangsweg voor autoverkeer naar het dorpscentrum zoals het nu is. Tussen de parallelweg en de grote weg van de Gooilandweg lag er nog niet zo’n brede weg aldaar. Er lag een landweggetje waarop je vanaf de Bovenweg naar de Gooilandweg kon rijden en dan vanaf de plek waar nu de rotonde ligt, via een kleine weg, naar de E. Ludenstraat kon oversteken.
Als ik daar nu wel eens sta, valt me altijd de drukte op en het idee dat je met al je zintuigen moet uitkijken omdat het verkeer van alle kanten komt.
Een stukje zuidwaarts kon je tot in het midden van de jaren 70 ook nog niet vanaf de Gooilandweg de Haardstedelaan oprijden. De Haardstedelaan liep dood op de parallelweg van de Gooilandweg en dus was die straat met al die prachtige eikenbomen, met autoverkeer destijds ook veel rustiger dan het nu is.
Omgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat
Er was wel eens reuring vanuit ons huis te zien. Op het terrein waar nu het VISIO-complex gehuisvest is, voetbalden we als buurtkinderen met elkaar. De gemeente Schipper Groenteman in de Vijfhoekstraat, december 1984. heeft omstreeks 1974 naast de eerste drive-in-woning aan de Koedijk nog een omheind trapveldje aangelegd. Tot in de late jaren 70 voetbalden we daar regelmatig.
Het huidige VISIO-terrein werd in de jaren 60 en 70 als een soort evenemententerrein gebruikt en daar werden jaarlijks de door de gemeente georganiseerde kerstbomenverbrandingen gehouden en ook de paardensport werd daar regelmatig beoefend. Ook herinner ik me dat het circus Toni Boltini daar een aantal keren in de nacht hun tenten had opgezet. Als je dan ’s morgens de gordijnen van je slaapkamer opende, zag je de grote circustent staan en al die circuswagens die vanaf dit terrein langs de Bovenweg tot aan het eind van de Akkerweg stonden.
Het was destijds mooi om in de groene omgeving van de Gooilandweg op te groeien.
Voorportaal naar dorpscentrum
Als we naar het dorpscentrum liepen, was de route altijd via de E. Ludenstraat richting de Vijfhoekstraat. Het was een soort voorportaal naar het oude dorpscentrum. Destijds was daar veel bedrijvigheid. Tegenover het huis van Theo Kos woonde de familie Engel in het huis aan de andere hoek met de Gooilandweg. Naast het huis van Kos was zijn timmerfabriek gehuisvest. Het markante gebouw met drie puntdaken dateert uit 1927, alhoewel de derde hal en een kantoor er in later jaren aan vastgebouwd zijn. Het gebouw heette destijds De Weide blik.
In latere jaren hebben de gebroeders Kroon met hun electra technisch installatiebureau er nog in gezeten (zie foto) en tot aan het laatst aannemersbedrijf Zwart.
In de toenmalige timmerfabriek werden onder andere keukens gemaakt.
De showroom voor de keukens was in het winkelpand op de Valkenaarstraat, nummer 111.
In dat voormalig winkelpand zat ook ooit een manufacturenwinkel, een fysiotherapiepraktijk en de laatste winkelbestemming was de winkel in tweedehands speelgoed, genaamd DE KAMEEL. Momenteel is de winkelruimte bij het woonhuis getrokken. Achter dit pand en achter de timmerfabriek stond tot 1985 nog een oude boerderij uit 1844, die in 1939 gehalveerd werd.
Pand E. Ludenstraat 42-44, de voormalige timmerfabriek.
Op de hoek E. Ludenstraat/Valkenaarstraat, naast de timmerfabriek, staat een oude boerderij uit 1875, die verdeeld is in drie woningen. Eén van deze woningen is nog bewoond geweest door Sylvia de Leur, destijds een bekend Nederlands actrice, en in de woning meteen naast de timmerfabriek woonde Izaak Veerman met zijn gezin. Veerman was destijds concierge bij de ambachtsschool in Huizen.
Tegenover de timmerfabriek woonde in het pand E. Ludenstraat 23 destijds de familie Brands. Meneer Brands was postbode en was een bekend figuur in die omgeving van Huizen. In die tijd waarin het zicht op de huizen nog niet door schuttingen en hagen werden weggenomen, kon je meneer en mevrouw Brands tot hoge leeftijd vaak samen vredig op het bankje voor hun huis zien zitten. Ze hoorden daar gewoon en altijd als ik nu langs dat huis loop moet ik daar vaak weer aan denken en kan me soms wat verbazen over de gewoontes van tegenwoordig, de drang tot privacy waardoor er geen enkel zicht meer op de huizen en bewoners is.
Daarnaast de witte panden van de familie Beugelaar en tegenover de Valkenaarstraat op de hoek met de E. Ludenstraat, was er natuurlijk de slijterij van AALTJE VEERMAN.
Daar is veel over te vertellen, veel mensen konden daar na sluitingstijd nog drank halen door achterom via de poort binnen te lopen, en ze rekende vaak geen statiegeld.
Tegenover de winkel van AALTJE was tot in de vroege jaren 80 de ZECO-verffabriek van de broer van Theo Kos, genaamd Broer (Aalt) Kos.
Daarnaast was het pand van bandencentrum VITECO, waar in de jaren 60 nog een AVIA-benzinepomp was. Ik herinner me dat we als kinderen altijd over de draad op het terrein voor de pomp liepen of fietsten, omdat er dan een bel werd geactiveerd binnen in het pand. Over dit pand en de meerdere bestemmingen kom ik in deel 2 nog op terug.
Verder voorbij de Kronenburgerstraat rechts, stond er midden op de E. Ludenstraat een prachtige boom waar het verkeer langsheen kon rijden. Deze boom was een herkenningspunt en stond op een lichte ophoging in de straat, zodat menig kind
Omgeving E. Ludenstraat tot aan Vijfhoekstraat
De E. Ludenstraat ontleent zijn naam aan Emil Luden, die de eerste voorzitter was van de vereniging Stad en Lande van Gooiland. Pas in 1932 kreeg de straat deze naam, daarvoor heette het Weidestraat. De naam van de timmerfabriek van Theo Kos was De Weide blik, een verwijzing naar het zicht op de weilanden van de Oostermeent, waar de timmerfabriek aan grensde totdat de woonhuizen van de Gooilandweg gebouwd werden.
Emil Luden (1863-1942), aan De E. Ludenstraat loopt vanaf de Vijfzijn schrijftafel, 1929. hoekstraat via een tussenweg nog door Foto: Beeldbank Blaricum richting de Koningin Wilhelminastraat,
maar voor dit artikel beperk ik me tot het gedeelte tussen Gooilandweg en Vijfhoekstraat, het denkbeeldige voorportaal naar het oude dorpscentrum.
bij sneeuwval met de slee daar kon glijden. Helaas is de boom enkele jaren geleden gerooid, tot spijt van buurtbewoners.
Bij het naderen van de Vijfhoekstraat kon je rechts richting de Langestraat en kwam je dan langs het huis van oliehandelaar Floor, Vijfhoekstraat 4. Floor zat tot hoge leeftijd vaak op het bankje aan de zijkant van zijn huis en was in Huizen ook een bekend figuur.
Links de Vijfhoekstraat in, kwam je langs de slagerij van Molenaar (tegenwoordig slagerij de Kroonburger) en daartegenover zat tot begin jaren 90 de groentewinkel van Schipper en Kroon, door de Huizers “Rooie Joossie” genoemd. Joost Schipper dreef deze winkel met zijn stiefzoon Rinus Kroon. Ze waren een begrip in dit deel van Huizen. In deel 2 zal ik in de historie wat dieper verhalen over deze groentewinkel (zie foto), over de slijterij van Aaltje, over de VITECO, over de ZECO-verffabriek en de timmerfabriek van Theo Kos en zijn ondernemersfamilie. Verder zal ik dan ook putten uit herinneringen van buurtbewoners die hier wonen en gewoond hebben.
Column
Rob de Slegte
Wat mag het kosten
Toen de ministers van ons nieuwe kabinet op hun eerste dag werden gevraagd hoe ze de knelpunten van de BV Nederland (lees: het nalatige werk van hun voorgangers) gingen aanpakken konden ze daar nog niets over zeggen. Maar ‘ze hadden er heel veel zin in!’ zeiden ze. Sommigen zeiden zelf ‘ongelooflijk veel zin erin te hebben.’ Daaruit begrijp ik dat zij de problemen die ons land heeft gaan oplossen. Dat vinden ze leuk. Niet denken in problemen maar in oplossingen. Als je dat hoort kan je moeilijk wantrouwen hebben in die nieuwe ploeg. Er is de laatste jaren door onze bestuurders veel waardevols bij het groot vuil gezet en het verse kabinet mag dat nu proberen terug te halen. Gewoon omdat de burgers wel een beetje klaar zijn met alles wat zogenaamd is wegbezuinigd.
Deze maand kunnen we in Huizen stemmen op een nieuwe gemeenteraad. Zag net een leuk filmpje over werken bij de gemeente Huizen. Zegt een stem bij een Huizer mevrouw in klederdracht tegen de achtergrond van de botterwerf: ‘we zijn er voor het behoud van een rijk verleden.’ Ik heb die tekst drie keer afgespeeld. Het wordt inderdaad gezegd. Behoud. Rijk verleden. We zijn ervoor. Ik dacht gelijk aan de subsidie voor de Historische Kring Huizen die de gemeente Huizen de nek heeft omgedraaid. De Theaterroute kan het ook op zijn buik schrijven. Beide doen toch echt hun stinkende best om het rijke verleden van Huizen te behouden. Dacht ook nog even aan de Huizer dagen en aan de verloedering van het Graaf Wichman Theater dat geen theaterprogrammering heeft maar zijn dagen slijt als ordinaire bioscoopzaal. Toneelvereniging ‘Ontwaakt’ is flink gekort. Toepasselijke naam ‘ontwaakt’, zeker als je bijna geen lucht meer krijgt. Ze hebben zelf maar een klein theaterzaaltje ingericht met 45 zitplaatsen. Willen uitbreiden naar 80 zitplaatsen. De loodsen van Balamundi zijn uit het kenmerkende dorpsbeeld van Huizen verdwenen. Nee, zoals ze er stonden waren het geen beauty’s, maar ze hadden tot een historische en culturele bestemming omgebouwd kunnen worden, iets met behoud van een rijk verleden.
Joop Daalmeijer (van Maartje van Weegen) vroeg zich onlangs in het Nieuwsblad voor Huizen af hoeveel Huizen aan cultuur uitgeeft. Wat hem betreft mag er best meer (geld) naar kunst en cultuur. ‘Dat moet je in stand houden. In een gemeente met het formaat van Huizen kan dat nog. Kunst, cultuur en historie moet je steunen, dat is belangrijk voor je gemeenschap. En het maakt Huizen interessanter om er te wonen.’ Joop heeft recht van spreken. Hij woont in Huizen en hij is voorzitter geweest van de Raad voor Cultuur. Dan weet je wel waarover je het hebt.
Ik leg de vraag ook maar even bij u neer. Wat vindt u belangrijk in het behoud van de Huizer cultuur en historie? En dan even goed kijken welke kandidaat gemeenteraadsleden die belangen het beste voor u gaan vertegenwoordigen. Wedden dat ze zeggen dat ze er heel veel zin in hebben. Huizen wordt de cultuurhistorische hoofdstad van ’t Gooi. Dat mag wat kosten.
Huizen, van esdorp tot stad aan het water
Eije de Wolf Huizen, van esdorp tot ‘stad aan het water’
Een korte schets van de ontwikkeling van Huizen en de gevolgen voor de natuur en het landschap van het Gooi
Denkend aan Huizen zie ik het karakteristieke Oude Dorp met zijn vroegere boerderijen en visserswoningen, de haven met het Nautisch Kwartier en de botters, het surfstrand en de sfinxen als landmarks in het Gooimeer, de aanloophaven (met een heus eiland), de pyramidewoningen, de inmiddels verdwenen windmolens op de Gooimeerdijk en de groene entree van Huizen via de Naarderstraat en de Nieuwe Bussummerweg, denkend aan Huizen zie ik vooral een dorp waar het goed wonen is en waar de relatie met natuur en landschap overal aanwezig is.
Maar denkend aan Huizen zie ik ook de geluidschermen langs de A27, de Phohiflat, de kantoren langs de Huizermaatweg en het Oude Havengebied dat nog steeds niet geïntegreerd is met het Oude Dorp. Denkend aan Huizen denk ik: hoe was en hoe is het zo geworden? Daarover meer in dit artikel.
Ontstaan van Huizen Na de uitvinding van de kunstmest, halver- Huizen als eng- of
In 1382 wordt voor het eerst melding ge- wege de 19e eeuw, verlaat men die potstal- esdorp aan de Zuider-
zee , omstreeks 1700. maakt van het dorp Huizen (Huussem). methode langzamerhand. De uitgestrekte Bron: Huizer gemeenteHuizen heeft al heel vroeg stenen huizen heidevelden en (door intensieve begrazing archief.
en het verhaal gaat dat daaraan de naam met schapen ontstane) zandverstuivinHuizen is ontleend. Afgezien van de lig- gen verliezen steeds meer hun functie, in ging aan het water heeft Huizen dezelf- de loop van eind 19e eeuw en 20e eeuw de oorsprong als de andere dorpen in het worden ze steeds meer bebost en daarmee Gooi. Ontstaan als een agrarische neder- voor houtproductie gebruikt. zetting, een esdorp op de vroegere woeste
(niet in cultuur gebrachte) gronden. Die De wegen/zandpaden in Huizen lopen essen of engen, hooggelegen akkers op de overwegend noord-zuid (nu nog in het
zandgronden, worden bemest door afgeplagde heide vermengd met de mest van de schapen (de zogenaamde potstalmethode). Tussen het hoger gelegen dorp (bij de Hellingstraat zie je nog dat hoogteverschil) en de Zuiderzee liggen de meentgronden. De boeren (erfgooiers) hebben recht op het gemeenschappelijk gebruik daarvan. Bij storm en hoog water lopen die weidegronden geregeld onder, het water komt dan tot aan het dorp.
stratenpatroon van het Oude Dorp te zien), evenwijdig aan de engen, met kortere dwarsstraten naar de meent (Meentweg) en de eng. Zoals bij alle agrarische nederzettingen groeit Huizen door de eeuwen heen maar zeer geleidelijk.
Huizen als vissersdorp
Vanaf de zeventiende eeuw beginnen de Huizers te vissen op de Zuiderzee. Huizen heeft eerst geen haven, daarom lossen de
Huizen, van esdorp tot ‘stad aan het water’
vissers hun vangsten op een zandbank voor de kust (in het verlengde van de Zeeweg), de zogenaamde Rede van Huizen. Daarvandaan brengt men de vis door het water met karren aan land. In 1853/54 wordt de haven aangelegd en in 1860 heeft de vloot haar grootste omvang: 125 botters. De visserij zorgt ook voor een toename van het aantal inwoners. Er worden visserswoningen tussen de bestaande boerderijen gebouwd, dat bepaalt uiteindelijk het beeld van het karakteristieke Oude Dorp. De visserij zorgt ook voor meer bedrijvigheid: langs de haven komen bedrijven als visrokerijen en een botterwerf. Na de afsluiting van de Zuiderzee, in 1932, stopt Huizen geleidelijk aan met de visserij. De haven ligt ver van het dorp en daarom lukt het Huizen tot aan vandaag nog steeds niet goed om het havengebied te integreren met het Oude Dorp.
Huizen na de visserij en tot en met de Tweede Wereldoorlog
Na de beëindiging van de visserij gaat Huizen over op visverwerking, kaashandel en andere bedrijvigheid. Daardoor ontstaat er meer behoefte aan woningen en lukt het niet meer om binnen de bestaande bebouwing te verdichten. In de 19e en begin 20e eeuw breidt Huizen voor het eerst meer planmatig uit in het noorden en zuiden van het dorp. In de loop van de 20e eeuw neemt de betekenis als boerendorp steeds meer af, eerder dan in buurgemeente Blaricum worden de boerenbedrijven beëindigd.
Los van de uitbreiding van het Oude Dorp is er vanaf 1900 een ontwikkeling in het buitengebied. Na de komst van de trein en de straatweg Amsterdam-Amersfoort (de huidige A1) strijken rijke mensen uit Amsterdam in het Gooi neer. Er ontstaan villaparken of individuele villa’s in de voor die forenzen bosrijke en gezonde omgeving, zoals in Huizen de bebouwing in Bikbergen, Flevo, Huizerhoogt en later Crailo. Eerst langs bestaande toegangswegen als Naarderstraat en Nieuwe Bussummerweg, later in de gebieden daarnaast en uiteindelijk ook dichter bij het Oude Dorp zoals op de Zuidereng.
Huizen en de wederopbouw
Pas na de tweede wereldoorlog, in de tijd van de wederopbouw, komen er de eerste grotere planmatige uitbreidingen, zoals de Zeeheldenwijk. Door de gemeentegrens met Naarden in het noorden en het gegeven dat men steeds meer oog krijgt voor de waarde
Bloeiende berm langs de Huizer Eng.
van de Huizereng en de bosgebieden ten zuidwesten van Huizen lijkt grootschalige uitbreiding aan die kant niet langer mogelijk en wenselijk. Bovendien heeft het Goois Natuurreservaat in 1932 al bijna 60% van die gronden in eigendom. In de jaren ’60 richt men zich bij de uitbreiding daarom op de meentgronden ten oosten van het dorp, ook omdat die voor de veehoudende boeren steeds minder nodig zijn. Zo worden achtereenvolgens de Zenderwijk en de wijk Bovenweg ontwikkeld. Stad en Lande is de eerste wijk waar de auto en de automobiliteit een grote rol in de opzet gaat spelen. Dus brede straten met parkeerplaatsen en nieuwe woonvormen als hoven, woonpaden en cul-de-sacs. Ook ruimte voor openbaar groen en speelplaatsen, wat met een toenemende hoeveelheid woningen steeds meer nodig is. De wijk heeft geen enkele relatie met het omringende landschap in richting of kavelpatroon en evenmin worden er gegevens uit het onderliggende landschap bewaard of als uitgangspunt genomen. Dat is ook moeilijk omdat Stad en Lande al gedeeltelijk met zand moet worden opgehoogd. Slechts het bestaande hoogteverschil tussen de Zenderwijk en Stad en lande-zuid wordt gehandhaafd. Tot zover de ontwikkeling van Huizen tot ongeveer 1970.
Huizen als groeikern
Om een ongebreidelde groei van steden en dorpen te voorkomen komt de rijksoverheid met het groeikernenbeleid: een aantal gemeenten in de buurt van de vier grote steden mag extra groeien, die gemeenten moeten ook aantrekkelijker woonmilieus bieden (veelal laagbouwwoningen) dan tot dan toe als uitbreiding van de vier grote steden is gebouwd. Ook Huizen wordt, op 20 maart 1967, als groeikern aangewezen. Voor Huizen denkt men aan de bouw van zo’n 8400 woningen op de Oostermeent. Deze uitbreidingslocatie beslaat het gehele gebied ten oosten van Huizen, vanaf het havengebied tot aan de (huidige) A27. Dat is inclusief een gedeelte op het grondgebied van Blaricum. Men gaat er daarbij vanuit dat (door een aanpassing van de gemeentegrenzen) het gehele gebied bij Huizen gaat behoren. Die grenswijziging is uiteindelijk niet doorgegaan, een verhaal op zich. In het plan Oostermeent moeten de bebouwing en de groenstructuur aansluiten bij het Gooise karakter, dat uit zich in de toepassing van hagen langs de wegen en een amorfe structuur. Voor de waterhuishouding en de recreatie komen er singels.
In de jaren ’90 beseft de gemeente steeds meer dat dit plan toch wel erg weinig aansluit op het bestaande Oude Dorp en dat er nauwelijks een relatie is met het Gooimeer. Daarnaast komt er een discussie op gang waar het centrum van Huizen moet liggen, men kiest uiteindelijk voor een accent op ‘non-food’ in het centrum van het Oude Dorp en ‘food’ in het centrum van de Oostermeent. Die keuze en ook het zo goed mogelijk in stand houden van het Oude Dorp heeft ervoor gezorgd dat het karakter van Huizen (anders dan bij sommige andere groeikernen), nog grotendeels wordt bepaald door dat Oude Dorp(scentrum), zo heeft een in de jaren ’60 geplande doorbraak door het oude dorp nooit doorgang gevonden.
In een gewijzigd plan voor de Oostermeent kiest Huizen voor een dichtere, meer stedelijke, bebouwing. Zo is er een minder groot oppervlak voor die 8400 woningen nodig. Verder voor een betere relatie met het Oude Dorp en met de kust. De geplande hoofdweg langs de kust komt meer naar binnen te liggen, waardoor een wijk direct aan het Gooimeer met boulevardbebouwing mogelijk wordt. Via een aanloophaven kan men vanuit het Gooimeer te boot naar het centrum van de Oostermeent. Door die dichtere bebouwing ontstaat de mogelijkheid om aan de oostkant een
Huizen, van esdorp tot ‘stad aan het water’
geleidelijke overgang te maken naar het open (weide) landschap. Ook verder heeft die nieuwe opzet van de Oostermeent ervoor gezorgd dat er overal op de Oostermeent sprake is van een goed en herkenbaar woongebied.
In het begin van de jaren 2000 is de taak tot de bouw van (inmiddels meer dan) 8400 woningen volbracht en is de Oostermeent volgens het gewijzígde plan ‘af’.
Het vierde kwadrant
Door de nog steeds grote woningbehoefte besluit de gemeente Huizen de toch nog verder te bouwen en wel in het nu geheten ‘vierde kwadrant’. De eerste huizen worden opgeleverd in november 1996. De gemeente is niet langer gehouden aan een bepaalde woningverdeling en kiest voor overwegend duurdere woningen en daarmee een forse grondopbrengst. Huizen schenkt hier bijzondere aandacht aan kwaliteit en ook aan moderner architectuur. Per deelplan kunnen ontwikkelaars in een competitie plannen indienen. Daarbij kiest de gemeente het beste plan wat betreft woon- en architectonische kwaliteit.
Een groene singel op de Oostermeent.
bloem voorkomende wilde planten. Een ander voorbeeld is de aanleg van eilandjes ten westen van de havendam als broedmogelijkheid voor o.a. sterns en de oeverzwaluwenwand bij de rioolwaterzuivering. En langs de havendam (vlakbij het levendige Nautisch Kwartier) kun je ongestoord van de natuur genieten. Kortom: Huizen heeft steeds gezocht naar een goed evenwicht tussen natuur en recreatie. En in de bebouwing met vaak grote tuinen, veel groen en nestgelegenheid vind je de holenduif, de zwarte roodstaart en in het Oude Dorp de gierzwaluwen. Nog steeds staan er naast veel verschillende bomen ook veel linden (de boom van Huizen) die ’s zomers sterk geuren en bijen aantrekken. En de uitgekiende groenstructuur heeft er niet voor niets voor gezorgd dat Huizen, in het kader van de ‘Entente Florale’, ooit heeft meegedongen naar de titel van groenste dorp/ stad in Nederland.
De ruimtelijke relatie met het open weidegebied, die in de opzet van het plan Oostermeent leek gewaarborgd (onder andere door de ‘vista’ vanaf het centrum Oostermeent naar ‘buiten’) werd door de bouw van de Blaricummermeent en eigenlijk al eerder door de A27 tenietgedaan. Jammer,
want ook dat type landschap hoorde er bij.
Huizen, van esdorp tot ‘stad aan het water’
Huizen is ook in het ruimtelijk beeld terughoudend geweest: alleen hoge(re) bebouwing in de centrale zones en langs het Gooimeer, maar niet langs de rand met het landschap van het Gooi. Zo is de toren van de Nieuwe Kerk in Huizen nog steeds een herkenbaar vertepunt vanaf Blaricum.
Grenzen aan de groei
Aan de taakstelling van het kabinet voor de bouw van 1 miljoen woningen in 2030 kan Huizen weinig meer bijdragen. Uitbreiden kan niet meer en nog veel meer inbreiden (woningen op de laatste open plekken, transformatie van bedrijven, scholen en kantoren naar woningen, of hoger bouwen) zal ten koste gaan van de woonkwaliteit en het karakter van Huizen.
Eije de Wolf was tot 2014 stedenbouwkundige bij de gemeente Huizen.
Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift
‘Vrienden van ’t Gooi’, nr 2-2021. Voor de Ratel mochten wij het overnemen met toestemming van het bestuur van de vereniging en de auteur.
Foto’s: Leen Mak
Zwanebloem. Foto Christian Fischer De Vista, bedoeld als zicht op de open ruimte ten oosten van Huizen, met coulissen
(via wikipedia) gevormd door rijen populieren.
Verslag Fietstocht
Rienko Verboon
erslag Fietstocht
Langs villawijken en landhuizen
Op 8 oktober verzamelden 8 deelnemers zich bij Theehuis Bos en Hei. Onder leiding van Jan Rebel ging het eerst naar de boerderij Oud Naarden. Het bedrijf is inmiddels stilgelegd en ontruimd, maar wij konden een kijkje nemen bij het woonhuis en de deel. De boerderij staat sinds 1827 op de huidige plaats, maar de geschiedenis gaat terug tot 1420. De oprukkende Zuiderzee maakte verplaatsing noodzakelijk. In 1979 is de boerderij verbouwd, kreeg een rieten kap en er kwam een moderne stal bij, die in de jaren negentig werd uitgebreid. Sindsdien is de tijd hier stil blijven staan*. Leuk detail is de rood/gele ‘huisstijl’, die op verschillende plekken in het gebied terugkomt.
Daarna ging het langs de nu begroeide uitzichtheuvel ‘Vijverberg’ die ook onderdeel was van landgoed Oud Naarden, naar Drafna. Hier mochten we over het terrein rijden (van Drafnalaantje naar Meentweg) en de grote tuin met vijver en fontein bekijken. Drafna is de oude naam van de Noorse stad Drammen, waar de echtgenote van oud-eigenaar Dudok van Heel vandaan kwam. Het huidige huis is rond 1942 gebouwd.
Vervolgens naar de achterzijde van het rijksmonument Hofstede Berghuis uit 1913, met fraaie vijver. De plek waar de buitenplaats Kommerrust heeft gestaan, te bereiken vanaf de Bollelaan, was het volgende afstappunt. Dit 2,7 hectare terrein werd in 2012 aan het Goois Natuurreservaat geschonken. Je kunt er een rondwandeling maken, bij oostenwind heb je minder last van het verkeerslawaai van de A1.
Tuin Drafna. (Foto Rienko Verboon)
Achterzijde boerderij Oud Naarden. (Foto Rienko Verboon)
Via de Joannes van Woensel Kooylaan bereikten we de hofstede Oud Bussem. De hofstede, nu in gebruik door uitgeverij Strengholt, is in 1902 gebouwd als modelboerderij, waarin “de Maatschappij tot het exploiteren van een hygiënische melkerij” werd gevestigd. In bedrijf tot 1956. Werden veel landgoederen gekocht, Oud Bussem werd in 1570 geschonken aan Paulus van Loo de baljuw van Gooiland, door de besturen van Naarden en de Gooise Dorpen. Het huidige landhuis is in 1930 gebouwd en nu in gebruik bij softwarebedrijf SAS, dat graag vestigingen heeft op bijzondere plekken.
Als laatste werd Oud Crailoo bezocht. Crailoo wordt in 1628 voor het eerst genoemd en rond 1820 gesplitst. Pieter Langerhuizen koopt in 1879 zowel Noord- (nu Oud-) als Zuid-Crailoo en bouwt er een museum voor zijn collectie Nederlandse kunst. Het Museum is verdwenen, de laan is er nog.
Bij het begin van de tocht heeft Jan kleine koptelefoons uitgedeeld. Hiermee kun je hem zowel tijdens het fietsen als bij de stopplaatsen gemakkelijk volgen. Tijdens de tocht wordt nog veel meer verteld dan in dit verslag is opgenomen. Meer weten? Neem deel aan een volgende tocht!
* Bron: Boerderij Oud Naarden springlevend, al bijna ze eeuwen, Henk Schaftenaar, Omroeper 200704 Stichting Vijverberg.

